Recensie

Explosief staaltje paranoia

Free Fire mag er uitzien als een perfecte hommage aan een misdaadfilm uit de jaren 70, maar ergens knaagt er iets.

Brie Larson in de ‘Mexican standoff’ Free Fire.

Zelfs als hij een tamelijk gewone, Tarantineske misdaadfilm maakt, weet je bij de Britse regisseur Ben Wheatley nooit helemaal of dat echt de bedoeling was. Hij staat te boek als genreregisseur, maar waren zijn eerste films Kill List (2011) en Sightseers (2012) als je de moordlust eraf zou trekken niet ook een soort sociaal geëngageerde kitchensinkdrama’s in de beste Britse traditie? En is zijn verfilming van de J.B. Ballard-dystopie High Rise niet de perfecte metafoor voor de inmiddels tot soap verworden Brexit? Een luxe-wolkenkrabber waarin de bewoners ‘upstairs’ vervreemden van de wereld en van de bewoners ‘downstairs’.

De trailer van Free Fire

Free Fire mag er uitzien als een perfecte hommage aan een misdaadfilm uit de jaren 70, denk Sam Peckinpah zonder verhaallijn, maar er knaagt iets. Plaats van handeling is een pakhuis in Boston waar een bont gezelschap wapenhandelaren een deal wil sluiten. Zoals we gewend zijn van het genre heeft iedereen ook gewoon z’n eigen plan, waardoor voor je het weet de diverse sub(com)plotjes over elkaar duikelen. De ogenschijnlijke clash tussen kopers uit Ierland en Zuid-Afrikaanse verkopers (cultacteur Sharlto Copley in een rol die we van hem verwachten) is nog maar het begin.

Het wordt al snel duidelijk dat Wheatley zelf ook een agenda heeft: het zo gruwelijk mogelijk gechoreografeerd neerzetten van de ideale „Mexican standoff” – een zenuwslopende situatie waarin iedereen iedereen onder vuur houdt, en je wel bijna zeker weet dat het voor alle betrokkenen slecht zal aflopen. Een explosief staaltje paranoia. Natuurlijk exploiteert de film het geweld dat hij aankaart – want dat is waarschijnlijk wat Wheatley uiteindelijk wil aantonen: geweld is nooit sexy, heeft nooit een plot, zelden een doel, maar film kan dat alles er bedrieglijk lekker uit laten zien.