Recensie

Elegante modernisering van de junglefilm

The Lost City of Z

De focus in junglefilms is de afgelopen decennia verschoven. The Lost City of Z vermijdt paternalisme: indianen zijn monsters noch doetjes.

De avonturier die met een hart vol christelijke idealen de jungle intrekt om inboorlingen te beschaven en zelf een centje mee te pikken. Al zeker sinds Joseph Conrads novelle Heart of Darkness (1899) heeft dat imperialistische ideaal zijn schaduwkant. Het laagje beschaving is dun.

Held van avonturenfilm The Lost City of Z is de door de ‘groene hel’ van de Amazone opgeslokte Britse ontdekkingsreiziger Percy Fawcett. Eerder inspireerde Fawcett Arthur Conan Doyle (The Lost World) en Pixar (Up): een held in de traditie van Stanley, Kuifje en Indiana Jones, zij het met tragische afloop.

Inmiddels is de koloniale held problematisch. Met de dekolonisatie kwam sinds de jaren zestig in films de westerse plunderaar op, wiens goudkoorts en arrogantie door de jungle worden bestraft. Over zulke gedoemde types ging Werner Herzogs tweeluik Aguirre, the Wrath of God (1972) en Fitzcarraldo uit 1982, waarin een bezeten operafanaat indianen zover krijgt een rivierboot van 340 ton over een berg te slepen.

De trailer.

Inboorlingen bleven ook in die revisionistische films inboorlingen: onpeilbaar, wreed en irrationeel als de jungle zelf. Je eindigt zomaar in hun buik: zie Cannibal Holocaust. Andere films – The Emerald Forest, Medicine Man – idealiseerden de indiaan als onbedorven natuurmens wiens habitat door blanke redders – nu antropoloog of bioloog – wordt beschermd tegen bulldozers.

Recentelijk, in het sterke El Abrazo de la Serpiente uit 2015, wordt die blanke avonturier door indiaanse ogen gefilmd en verschuift de focus naar de sociale verwoestingen die opeenvolgende ‘booms’ – naar goud, rubber, hardhout, rundvlees – in de Amazone aanrichtten. Met blanke redders kan je nauwelijks meer aankomen.

Man met een missie

Van die imperialistische erfenis is de Amerikaanse regisseur James Gray zich terdege bewust in The Lost City of Z, zijn biopic over de Britse ontdekkingsreiziger Percival Harrison Fawcett (1867-1925) die na zeven Amazone-expedities mysterieus verdween. Fawcett was een man met een missie sinds hij in 1906 voor The Royal Geographical Society het grensgebied van Bolivia en Brazilië in kaart bracht. Die reis maakte hem tot een volksheld en bracht hem op het spoor van zijn particuliere Eldorado: een verdwenen, geavanceerde beschaving in het hart van de Amazone.

Fawcetts claim werd weggelachen – uit minachting voor inheemse culturen, stelt de film – waarna hij verbeten bleef zoeken naar de oude hoofdstad: ‘The lost city of Z’. Archeologie lijkt Fawcett nu gelijk te geven: er bestond een ‘Amazonia’ dat wellicht door Europese bacillen werd uitgeroeid.

Een ontdekkingsreiziger die leeft voor zijn obsessie en na zijn dood gelijk krijgt: een mooi verhaal. Er zijn echo’s van Fitzcarraldo: Fawcetts eerste expeditie begint in een Boliviaans junglestadje met operahuis waar indianen verbaasd luisteren naar Europese sterren. Maar Fawcett is de koloniale beschaver én plunderaar Kurtz uit Heart of Darkness voorbij: hij is een liberale held die openstaat voor de schoonheid van de jungle en inheemse culturen. Een moderne backpacker eigenlijk.

The Lost City of Z biedt ouderwetse epische grandeur en een mystieke finale. Gray vermijdt paternalisme: zijn indianen zijn monsters noch doetjes. De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog – die Fawcett ook nog overleefde – tonen de waanzin van de westerse beschaving, waarna zijn geldingsdrang oplost in spirituele verdieping.

Als elegant gefilmde, oprechte modernisering van het jungle-avontuur weet The Lost City of Z te boeien zonder je echt te raken. Misschien brengt acteur Charlie Hunnam net niet genoeg intensiteit op tafel, mogelijk is de ambitie iets te episch. Een subplot over Fawcetts wrokkige zoon (Tom Holland) en veelgeplaagde feministische echtgenote Nina (Sienna Miller) leidt af van de kern van de zaak: man vindt jungle. Dan loopt een gezin maar in de weg.