Column

De belletjetrekker

Mijn moeder had last van een belletjetrekker. Hij sloeg sinds begin dit jaar onregelmatig toe. Altijd midden in de nacht. De eerste reactie van ons, haar kinderen, op dit probleem was dat ze het zich waarschijnlijk inbeeldde. Maar dat kon helemaal niet, omdat ze sinds enige tijd ‘een versterkte deurbel’ heeft die ze ook zonder haar gehoorapparaat moeiteloos kan horen.

Vorige week was ik op bezoek.

Ze demonstreerde de versterkte deurbel. Ik moest toegeven dat het geluid dusdanig was dat van inbeelding geen sprake kon zijn. De directe buren, die van alle kanten kwamen toegesneld omdat ze dachten dat de belletjetrekker nu ook bij daglicht toesloeg, bevestigden dat je je dat geluid onmogelijk kon inbeelden.

Midden in de nacht aanbellen bij een bejaarde vrouw.

Wie doet zoiets?

De politie wist het niet, die zeiden tegen mijn moeder dat ze nog vaker in hun surveillance-auto rondjes gingen rijden door haar buurt. En ze gingen ook ‘geheime’ maatregelen nemen, ze hoopten dat mijn moeder daar vertrouwen in had.

Mijn moeder had ook koffie gedronken met het hoofd van de buurtwacht in Velp. Beter gezegd: met de vrouw van het hoofd van de buurtwacht in Velp want het hoofd van de buurtwacht in Velp was allergisch voor poezen en was ongelukkigerwijs toch met zo’n dier in aanraking gekomen. Met alle gevolgen van dien.

„Dus die ligt in bed”, had zijn vrouw gezegd. „Met een opgezwollen hoofd.”

Zelf zette mijn moeder iedere ochtend heel vroeg de wekker, ze ging dan met haar wandelstok onder de vensterbank zitten in de hoop de belletjetrekker op heterdaad te kunnen betrappen.

Mijn broer, die bijna blind is, kon het allemaal niet meer aanzien (vreemde beeldspraak) en had aangeboden om haar daarbij te assisteren.

De belletjetrekker liet zich niet meer zien, de lafaard.

Mijn moeder: „Maar we blijven alert.”

Er zijn momenten dat mijn hoofd op hol slaat. Dan komt het allemaal samen. Dan zie ik die Velpse buurtwacht, mannen in bodywarmers stel ik me zo voor, van wie er een dus een opgezwollen hoofd heeft, langs keurig aangeharkte voortuintjes schuifelen. Met geweren, in Velp zeggen ze ‘buks’, waarmee ze waarschijnlijk niet kunnen mikken; een eindeloos rondjes rijdende politiewagen vol Velpse agenten met geheime plannen; mijn moeder met een stok onder de vensterbank, mijn broer met een blindenstok ernaast en buurtbewoners die bij ieder verdacht geluid heel alert reageren.

In mijn fantasie is er dan ook wel eens een krantenbezorger van De Gelderlander, nietsvermoedend op weg naar de voordeur van mijn moeder.

Amen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.