Recensie

Ambitieuze Qiu Zhijie brengt verre werelden wat dichterbij

‘We leven in een wereld waarin we verloren zijn, omdat we de greep op de verbindingen tussen objecten, ideeën, ruimte en tijd kwijt zijn geraakt”, zegt Qiu Zhijie (1969, Fujian, China) in een recent interview. Het is een grote uitspraak. Qiu’s ambities zijn dat ook. Deze kunstenaar wil de verloren geraakte band herstellen tussen ons en onze omgeving. Ook wil hij verbanden tussen verschillende mondiale culturen zichtbaar en navoelbaar maken, er betekenis aan geven. Dit kan misschien megalomaan klinken, toch slaagt Qiu er met zijn installaties, verzamelingen van voorwerpen, tekeningen en videofilms in om werelden die veraf zijn dichterbij te brengen.

De culturele omwentelingen die Qiu zelf meemaakte zijn de bron van zijn werk. Op zevenjarige leeftijd huilde hij tranen met tuiten bij de begrafenis van Mao Zedong. Als jonge man beleefde hij het einde van Culturele Revolutie. Vanaf het begin van de jaren negentig speelt Qiu een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een internationale, hedendaagse kunst in China, onder meer als kunstdocent, als curator van de Biënnale van Shanghai (2012) en als voorvechter van nieuwe mediakunst in zijn land.

Collectief geheugenverlies

De installatie My 100 Objects bevat objecten die Qiu bewaart, uit verschillende perioden in zijn leven: oesterschelpen van de kwekerij van zijn tante aan de rand van Xiamen; een verzameling van door hem als kind gekopieerde stenen stempels uit de Qin-, Han-, Ming- en Qing-dynastieën; boeken uit zijn middelbare schooltijd waaronder The Poverty of Historicism van Karl Popper, The Trial van Franz Kafka, Marx & Engels Collected Works Volume 8 en Stray Birds van Tagore.

Volgens Qiu lijden we aan collectief geheugenverlies. We moeten onze herinneringen levend houden, is zijn stelling, en oude tradities en ambachten koesteren. In het videowerk Object doet hij een soort archeologische opgraving naar zijn eigen leven, waarbij hij steeds met één lucifer een voorwerp belicht en onderzoekt. Zijn werk is de neerslag van reizen die Qiu maakt, om de herkomst van dingen en van culturele gebruiken te traceren, reizen die hij maakt in zijn verbeelding en in het echt. Zo inventariseerde hij groente- en fruitsoorten die door de eeuwen heen in China zijn geïmporteerd. In reusachtige voeten gemaakt van bamboe exposeert hij deze voedingsmiddelen, van bananen tot tomaten, met een toelichting. De voeten wijzen allemaal in dezelfde richting, alsof ze een mars ondernemen.

Humanere wereld

Het zijn zeker niet de oude gebruiken op zichzelf waar het Qiu om is te doen. De manier waarop hij heden en verleden samenbrengt is niet nostalgisch. Zijn project over de Nanjung Yangtze River Bridge (1968) gaat over een onderzoek naar de wereldberoemde brug, het symbool van de modernisering van China. Maar deze brug is tevens de belangrijkste zelfmoordplek ter wereld, waar al duizenden mensen zelfmoord hebben gepleegd. Qiu’s documentaire Soul Inn (2008, 50’) gaat over vrijwilligers die mensen ervan weerhouden te springen. Ze bieden geredde mensen psychische hulp aan en hebben ontdekt dat de meest effectieve reddingsstrategie is hen helpen een andere, humanere wereld voor te stellen. Qiu ziet hierin een belangrijke parallel met de rol van de kunst in de samenleving.

De grote landkaarten die Qiu schildert en tekent herinneren aan de educatieve schema’s en visionaire landschappen van Kasimir Malevitsj en Joseph Beuys. Net als deze kunstenaars ziet Qiu het als zijn taak om mensen op te voeden door hen een meer leefbare wereld te laten zien. Hij doet dit met grote overtuigingskracht.