‘Afbraak van de fossiele haven gaat razendsnel’

Interview Jan Rotmans Transitiehoogleraar Jan Rotmans adviseert het Havenbedrijf Rotterdam over de omslag naar een nieuwe economie. „Tegelijk fossiel behouden en groen opbouwen kan niet. Je moet kiezen.”

Geen containers meer op de Tweede Maasvlakte die vanuit de hele wereld worden aangesleept, maar eindeloze bassins waar algen worden gekweekt, afgewisseld door gestapelde kassen waar biologische brandstoffen worden geteeld. Groene industrie die de technologie uit het Westland en de haven samenbrengt.

In de toekomstvisie van Jan Rotmans, transitiehoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, gaat de Rotterdamse haven de komende decennia niet een beetje veranderen, maar „totaal”. Een „heroïsche opgave”, erkent hij.

Het einde van de haven die op fossiele grondstoffen draait, nadert. Rotmans weet zeker dat „het grootste koolstofknooppunt van Europa, misschien van de hele wereld” ter ziele gaat. Van de vijf raffinaderijen zullen er binnen tien jaar ten minste vier verdwijnen. De kolencentrales hebben sowieso hun langste tijd gehad. De petrochemie zal vervangen worden door biochemie. Rotmans gebruikt uitdrukkingen als „mausoleum”, „stervensbegeleiding” en „begrafenis voorbereiden” om zijn betoog dat de ‘oude haven’ gedoemd is, kracht bij te zetten.

Om de paar jaar klopt hij met een steeds grotere groep hoogleraren aan bij de overheid om aan te dringen op drastische stappen. Afgelopen maandag eiste hij in een open brief 200 miljard euro, uitgesmeerd over dertig jaar, van de aanstaande coalitie voor een „nieuwe groene economie”. Die groene economie moet „topprioriteit” worden voor het nieuw kabinet.

Niet welkom

Rotmans is niet onomstreden. Zijn acties roepen steevast felle reacties op in de traditionele energiewereld. Toch heeft Allard Castelein, baas van het Havenbedrijf Rotterdam, hem binnengehaald als adviseur. Onder voorganger Hans Smits was de activistische hoogleraar niet welkom op de Wilhelminapier waar het havenbedrijf is gevestigd. Het fossiele bolwerk stond nog recht overeind. „Maar Allard Castelein schrijft het woord transitie met een hoofdletter”, vertelt Rotmans enthousiast over de nieuwe bestuursvoorzitter.

Wat niet meteen betekent dat de twee helemaal op één lijn zitten. Castelein erkent de noodzaak van de energietransitie maar wil een geleidelijk proces: stimuleren van nieuwe, groene industrie naast behoud van industrie die draait op fossiele grondstoffen. Hij heeft het Duitse Wuppertal Institut laten uitrekenen hoe de haven – goed voor 18 procent van de nationale CO2-uitstoot – ‘koolstofvrij’ kan worden.

Het enige scenario dat daarbij in de buurt komt is volgens het rapport een „gesloten koolstofcyclus” door hergebruik en opslag van CO2. Revolutionair voor de haven, maar zelfs met een gesloten koolstofcyclus kom je er volgens Rotmans niet.

Hij vindt dat er een nieuwe, circulaire economie moet komen waar helemaal geen CO2 meer wordt geproduceerd. „Het is toch van de gekke om dat allemaal onder de grond te stoppen”, doelend op de plannen om CO2 op te vangen en op te slaan in lege gasvelden op zee. Plannen die overigens nog altijd niet het stadium van de tekentafel hebben verlaten.

Onderzoeksbureau TNO benoemde vorig jaar in een rapport het ‘fossiele dilemma’ voor de haven: blijft het voorlopig fossiele industrie naast groene industrie, of mist Rotterdam daardoor de boot en moet het roer sneller om?

Onhoudbare strategie

De en/en-strategie kan voorlopig rekenen op brede steun. Zo hoopt Shell zijn peperdure raffinaderij in Pernis nog minstens vijftig jaar aan de gang te kunnen houden door de productie te optimaliseren en de vrijgekomen CO2 op te vangen en ondergronds af te voeren. En door zo min mogelijk energie te verbruiken bij het productieproces. De raffinaderij gaat restwarmte leveren waar 16.000 woningen mee kunnen worden verwarmd.

Rotmans voorspelt dat die strategie niet houdbaar is. „Shell gaat het op deze wijze niet redden. De afbraak van de fossiele industrie gaat exponentieel”, waarschuwt hij. De vraag naar fossiele producten zal snel teruglopen door de opkomst van energie uit wind en zon en bioraffinage. Daarnaast staan de Rotterdamse raffinaderijen, net als andere Europese raffinaderijen, onder druk door concurrentie uit het Midden-Oosten en Azië.

Het betoog van Rotmans leunt op twee gedachten. De ene is de energietransitie. „Zonder pijn lukt dat niet, het gaat iedereen geld kosten, ook de consument.” De andere is de haven zelf. „Die verliest in hoog tempo zijn plek. We zijn nu elfde in de wereld, er staan maar liefst zeven Chinese havens voor ons.”

Algen zijn het nieuwe goud. Die brengen de haven wél toegevoegde waarde

Jan Rotmans, transitiehoogleraar

Alles wat Rotterdam doet, kan tegenwoordig elders in de wereld goedkoper. „Ik ben een Rotterdammer, ik ben trots op de haven. In 150 jaar hebben we hem groot gemaakt, maar de pijlers waren altijd massa en volume. Alles moest meer en groter. Maar in de nieuwe economie gaat het om toegevoegde waarde.”

Die hebben de containers op de Maasvlakte en de olietanks in de Europoort volgens hem steeds minder. Algen – „het nieuwe goud, de olie van de toekomst” – en andere grondstoffen waar biochemische producten van worden gemaakt, hebben dat wel. Ook 3D-printers die onderdelen maken die eerder per stookolieslurpend vrachtschip uit China moest worden aangevoerd, hebben toegevoegde waarde.

Het feit dat het havenbedrijf hem heeft binnengehaald als adviseur, betekent dus ook niet dat de haven ‘om’ is. Ook al heeft het havenbedrijf tegenwoordig een ‘transitieteam’, fossiele deals blijven bepalend. Zoals het recente besluit om het bedrijf HES een stuk land op de Eerste Maasvlakte te gunnen waar nieuwe olieopslagtanks komen voor de olie van de BP-raffinaderij. Het havenbedrijf zal er een nieuwe kade aanleggen. Nieuwe investeringen dus voor de oude industrie.

Ongelovige reacties

Rijdend door het havengebied, is het moeilijk om voor te stellen dat de fossiele industrie met al zijn fabrieken en zijn glimmende schoorstenen zal verdwijnen. „Als ik mijn visie etaleer”, zegt Rotmans, „kijken veel mensen mij aan van: dat zal toch niet waar zijn?”. Maar hij kent de geschiedenis van de haven. „Zo is het in de negentiende eeuw ook begonnen. Toen had je G.J. De Jongh en Pincoffs die een toekomst zagen in de scheepvaart. Rotterdammers verklaarden ze voor gek. Je gaat toch geen havens bouwen in het centrum van de stad? Dat wordt de financiële ondergang van de stad.”

Maar de schepen kwamen, en bleven komen totdat Rotterdam de grootste havenstad ter wereld werd. Rotmans stelt dat er „moed, leiderschap en lef” nodig is om de energietransitie de definitieve zet te geven.

Je moet de pijn accepteren en een visie schetsen waar je naar toe wilt

Jan Rotmans, transitiehoogleraar

Er gebeurt al veel op het gebied van vergroening. Restwarmte wordt gebruikt, er worden biobrandstoffen en -plastics geproduceerd, vloeibaar gas (lng) wordt toegepast als scheepsbrandstof en er komt een fabriek die afval omzet in chemische producten. Rotterdam heeft zichzelf zelfs tot doel gesteld om koploper te worden in de energietransitie.

„Maar de echte doorbraak moet nog komen”, houdt Rotmans vol. En die gaat iedereen pijn doen. De oude bedrijven, de werknemers in de haven, maar ook de belastingbetaler die voor een deel van de kosten zal moeten opdraaien. Een loodzware politieke boodschap. „Daarom moet je het uitsmeren over een aantal decennia. Maar de kosten gaan altijd uit voor de baat. Eerst investeren en dan pas verdienen. Het levert ook heel veel op.”

Pijn accepteren

Op een breed draagvlak hoeft de energietransitie in de haven volgens hem voorlopig nog niet te rekenen. „Je moet het radicaal aan durven pakken en leiderschap tonen. Je moet de pijn accepteren en een visie schetsen waar je naar toe wilt.”

Met zijn toekomstvisie en zijn gepeperde uitspraken loopt Rotmans ver voor de troepen uit, en dat hoort misschien ook wel bij een transitie-expert met een uitgesproken mening. Maar wie goed luistert, hoort zijn boodschap steeds vaker doorklinken in de woorden van havenbaas Castelein zelf. Of zoals Rotmans zelf zegt: de transitie is onvermijdelijk geworden.