Waarom Wales wel mag meedoen aan het WK, en Friesland niet

Grondleggers voetbalsport

In de voetbalwereld heeft het Verenigd Koninkrijk altijd al een uitzonderlijke positie gehad. Meer stemrecht, meer autonomie.

Fans van Wales tijdens het afgelopen EK voetbal in Frankrijk. Foto Laurent Dubrule/EPA

Omdat het spel in de negentiende eeuw in Engeland is uitgevonden, heeft het Verenigd Koninkrijk altijd een streepje voor gehad als het ging om grote beslissingen in de voetbalwereld. De voorkeursbehandeling van de Britten gaat al meer dan honderd jaar terug. Toen in 1904 wereldvoetbalbond FIFA werd opgericht, stonden de meeste landen te springen om toe te treden.

Zo niet Verenigd Koninkrijk. Vanaf 1884 al speelden vertegenwoordigende elftallen van Engeland, Wales, Ierland (na de opdeling in 1921 Noord-Ierland) en Schotland tegen elkaar in het British Home Championship. Pas toen de FIFA in 1905 toestond dat alle Home Nations apart lid mochten worden en bovendien meer stemrecht kregen dan andere leden, gingen Engeland, Wales, Ierland en Schotland akkoord. Tot op heden wordt in de voetbalwereld (en in het rugby) voor het Verenigd Koninkrijk een uitzondering gemaakt. Daarom mag Wales op het WK wel meedoen als zelfstandig land, en zal Friesland nooit worden toegelaten.

Het Verenigd Koninkrijk werd in 1973 lid van de Europese Economische Gemeenschap (EEG, de voorloper van de EU), maar pas in 1978 bezweek de FA onder de druk om vrij werknemersverkeer toe te staan. Het aantal buitenlanders per club werd nog beperkt tot twee. Arnold Mühren en Frans Thijssen werden in 1978 en 1979 de eerste Nederlandse fullprofs in Engeland, bij Ipswich Town.

Vrij werknemersverkeer

Met het Bosman-arrest werd vanaf 1995 voorgoed vrij werknemersverkeer mogelijk tussen landen die op Europees niveau samenwerkten. Inmiddels was in Engeland in 1992 de Premier League opgericht. De twintig clubs verkochten gezamenlijk tv-rechten en traden in overleg met de voetbalbond over het aantal in te zetten buitenlanders. Het succes van de Premier League-clubs en de hoge salarissen oefende een grote aantrekkingskracht uit op (talentvolle) buitenlanders. Gevolg was dat het niveau hoger werd, maar dat het aantal Engelse spelers per club afnam. Daarop kwam steeds meer kritiek; ook het voortdurend falen van de nationale ploeg van Engeland werd ermee in verband gebracht. Mede om die reden drong het ministerie van Binnenlandse Zaken aan op strengere regels en die kwamen er in 2015. Vrij werknemersverkeer tussen EU-landen bleef bestaan, maar het contracteren van niet EU-spelers kwam aan banden te liggen (zie kader).

Nu is de Brexit aanstaande. Als de regelgeving wordt gehandhaafd, dan gelden voor alle buitenlanders over twee jaar dezelfde strenge immigratieregels. De grote clubs dringen aan op een ontheffing voor voetballers, maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan. De FA kan niet zomaar alle EU-spelers onder dezelfde voorwaarden als tot op heden blijven toelaten, omdat zij dan een voorkeursbehandeling zouden krijgen ten opzichte van ‘andere’ buitenlanders. Volgt een ontheffing voor álle voetballers, dan vreest de bond een toestroom van spelers uit vele landen, wat weer ten koste gaat van Engels talent.