Verzekeraars verliezen hun financiële bewegingsvrijheid

Financiële grenzen

Zorgverzekeraars lopen tegen hun financiële grenzen aan. En dat is slecht nieuws voor de verzekerden.

Foto ANP

Wim van der Meeren kan met voldoening op de prestaties van zijn zorgverzekeringsconcern terugkijken. Voor de bestuursvoorzitter van CZ (3,5 mln verzekerden, bijna 9 miljard omzet) is 2016 het jaar van de waterscheiding. Gaven de grootste zorgverzekeraars jarenlang een gemengd beeld als het om hun financiën ging, die periode lijkt definitief voorbij.

De vier grootste zorgverzekeraars Achmea, VGZ, CZ en Menzis hebben gezamenlijk een marktaandeel van bijna 90 procent. CZ, met het hoofdkantoor in Tilburg, steekt qua financiële gezondheid met kop en schouders boven de andere uit. CZ was vorig jaar de enige van de grote vier die het aantal polishouders duidelijk zag groeien (en marktaandeel won), de enige die zijn solvabiliteit verbeterde, die sowieso qua vermogenspositie het sterkste is, die het minst van alle verlies leed en die het meeste uit zijn reserves aan zijn polishouders teruggaf.

Financiële gezondheid

Alle zorgverzekeraars leden vorig verlies en de meeste teerden in op hun reserves. Zij subsidieerden de laatste twee jaar hun polissen met 3 miljard euro om de premies niet te snel te laten stijgen. Maar het eind van die aanpak is in zicht.

Dat zie je met name aan de financiële gezondheid van de verzekeraars. De drie naaste concurrenten van CZ zijn met hun solvabiliteit onder de 150 procent gedoken, CZ heeft nog een ratio van 173 procent.

Dat geeft CZ meer bewegingsvrijheid. Dat was afgelopen jaar ook al te zien. De verzekeraar gaf ruim 10 euro per maand uit zijn reserves ‘terug’ aan zijn polishouders, terwijl de naaste concurrenten allemaal hun polissen maandelijks met tussen de 6 en 7 euro per verzekerde subsidieerden.

Qua verliezen blijft CZ het dichtst bij de nul. Marktleider Achmea (Zilveren Kruis, FBTO, De Friesland) voerde het klassement van verliezers aan. Het concern leed een operationeel verlies van 196 miljoen euro (nettocijfers maakt Achmea niet bekend) tegen 76 miljoen nettoverlies door nummer twee VGZ. Menzis meldde dinsdagochtend een verlies van 47 miljoen euro, terwijl CZ de schade beperkt hield tot 15 miljoen euro negatief.

Bij buffers in de buurt

Het betekent dat de hele sector tegen zijn grenzen aanloopt en dat is slecht nieuws voor verzekerden. Zorgverzekeraars draaien volledig op premiegeld (ruim 40 miljard euro per jaar). Ruwweg de helft van hun inkomsten krijgen zij via het zogeheten Zorgverzekeringsfonds van het Rijk. Daarin komen de zorgpremies terecht die werknemers via hun werkgevers afdragen. De andere helft van hun inkomsten krijgen verzekeraars via de verplicht af te sluiten ziektekostenverzekeringen die alle inwoners van Nederland jaarlijks moeten afsluiten.

Doordat de meeste zorgverzekeraars nu met hun buffers in de buurt komen van de wettelijk gestelde eisen, vertalen tegenvallers zich direct in hogere premies bij de basispolis. Niet voor niets waarschuwden diverse bestuurders van zorgverzekeraars voor hogere premies. En die stegen de laatste tijd al fors. 2014 was nog een fijn jaar voor verzekerden die hun maandpremie gemiddeld met 9,5 procent zagen dalen. Maar in 2015 (5,5 procent stijging) en 2016 (3,5 procent stijging) groeide het tarief sneller dan de inflatie, zo blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit. En dit jaar kwamen de premies gemiddeld 8 procent hoger uit.

De vraag is natuurlijk of verzekeraars de kosten niet wat meer kunnen drukken door efficiënter te werken. Maar de meeste zijn daar al druk mee bezig. Achmea saneert reeds jarenlang. De overstap van een op papierstroom geënte organisatie naar een die gericht is op contact via internet en apps kost duizenden banen. Ook VGZ zag het aantal medewerkers de afgelopen jaren met ruwweg een kwart dalen.

Er is nog een trend in de sector: de grote vier verliezen opnieuw terrein aan de kleinere spelers. DSW is de grootste van de kleintjes met een marktaandeel van 3,5 procent. De verzekeraar uit Schiedam moet zijn jaarresultaten nog bekend maken. Vorige jaren behoorde DSW tot de best gekapitaliseerde zorgverzekeraars. Over 2015 maakte DSW zelfs meer winst dan CZ en Menzis bij elkaar.

Menzis zag vorig jaar zijn omzet overigens het sterkst stijgen. Terwijl de omzetten van Achmea’s zorgdivisie, VGZ en CZ tussen de 0 en 3 procent daalden, steeg die van Menzis met ruim 8 procent. Dat komt niet omdat er zoveel nieuwe klanten bijkwamen. Het is meer een gevolg van de keuze om niet te scherp op prijs te concurreren.

Eind vorig jaar bleek Menzis gemiddeld de hoogste premies te vragen voor zijn ziektekostenverzekering. De vraag is hoe vrijwillig die keuze was: Menzis is net als het jaar ervoor de verzekeraar met de laagste solvabiliteit en dus met het laagste financiële incasseringsvermogen. De verzekeraar sprak ook minder gretig zijn reserves aan dan zijn concurrenten om de premie laag te houden.