Commentaar

Met of zonder Frauke Petry – de aard van de AfD verandert niet

Het scheelde weinig, maar vier jaar geleden lukte het de Alternative für Deutschland (AfD) niet om in de Bondsdag te komen. De nieuwe partij bleef net onder de kiesdrempel van vijf procent steken.

De kans is groot dat het dit jaar wél lukt. In september mogen de Duitsers een nieuw parlement kiezen en de AfD staat in de peilingen op zo’n 9 procent. In de parlementen van elf van de zestien deelstaten is de partij al vertegenwoordigd. Een grotere rol in de nationale politiek lonkt.

Maar de afgelopen maanden heeft de partijtop meer energie gestoken in een interne machtsstrijd, dan in de sprong naar de Bondsdag. De andere partijen zien dat handenwrijvend aan. Als de AfD blijft ruziën, zal dat ongetwijfeld stemmen kosten.

Volgens voorzitter Frauke Petry dreigen radicale figuren van de rechtervleugel het imago van de partij te belasten. Ze zouden gematigde kiezers afschrikken en de groei van de AfD in de weg staan. Vermoedelijk heeft ze daar gelijk in.

Maar het partijcongres, dat afgelopen weekeinde in Keulen bijeen was, wilde er niet over praten. Volgens kenners steunt zo’n dertig procent van de leden figuren als rechtsbuiten Björn Höcke, die wil breken met de schuldbewuste Duitse omgang met de eigen geschiedenis. Met zo’n grote groep wilde het congres geen conflict riskeren.

Die uitkomst had niemand hoeven verbazen. De AfD heeft dit weekeinde niet opeens een ruk naar rechts gemaakt, daar had de partij in 2015 al voor gekozen. Toen werd onder leiding van Petry de koers hardhandig verlegd van verzet tegen de euro, waar de oprichters voor stonden, naar radicale afwijzing van het vluchtelingenbeleid, immigratie in het algemeen en de islam.

Frauke Petry mag zichzelf graag voorstellen als vertegenwoordiger van een gematigde vleugel

Voor zover er verschillende stromingen zijn in de AfD, ligt het onderscheid meer in stijl, toon en presentatie, dan in de inhoud. Frauke Petry mag zichzelf graag voorstellen als vertegenwoordiger van een gematigde vleugel, maar ook zij wijst de berouwvolle manier af waarop Duitsland omgaat met zijn duistere geschiedenis. Ook zij provoceert graag met termen die in Duitsland beladen zijn door het nazisme. Ze doet dat alleen niet voor een brullende massa in een bierhal, zoals Höcke.

Eén van de twee ‘Spitzenkandidaten’ die het congres aanwees om de verkiezingscampagne aan te voeren, Alice Weidel, zou ook gematigd zijn. Een vrouw van 38, lesbisch, met liberale economische ideeën en veel ervaring in het buitenland – als dát geen teken is dat de AfD minder rabiaat is dan vaak wordt gedacht.

Maar schijn bedriegt. Wie naar deze Weidel luistert, hoort het bekende schrille AfD-geluid: bijvoorbeeld dat Turkse Duitsers die voor uitbreiding van de presidentiële macht hebben gestemd „een vijfde kolonne” in Duitsland zijn en moeten teruggaan naar „waar ze thuishoren”.

Deze partij kan in de Bondsdag komen. Maar haar ware aard ze kan niet verhullen.