Column

Mars voor de toekomst

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag over de ‘mars voor de wetenschap’ in Washington D.C.

illustratie eliane gerrits

‘Hoe ziet de wereld van mijn kind eruit over dertig jaar?”, vraagt de pas bevallen moeder die ons toespreekt in de Mall in Washington bij de march for science. Zij staat onder een afdakje. Ik regen nog natter dan ik al ben. Een meisje draagt een blauwe poncho met daarop geschreven: „Ik draag dit omdat de wetenschap me vertelde dat het vandaag ging regenen.” Naast me staat een man met een bord: „Houd de oceanen schoon”. In de gele draagdoek op zijn borst zit een kindje dat de regen van zijn lippen likt.

Poeh, over dertig jaar ben ik zo oud als mijn moeder nu. Dan mag ik blij zijn als ik er nog ben en al helemaal met haar goede gezondheid. En mijn oudste is dan zo oud als ik nu. In wat voor wereld leven we dan?

Ik raak aan de praat met de jonge Indiase oogarts. Hij vertelt me dat hij de zomer doorbrengt in Afrika als vrijwilliger om met de nieuwste technieken kinderen met oogafwijkingen te helpen. Zijn idealisme is besmettelijk. Een spichtig meisje klimt behendig over het hek om een weggegooide plastic waterfles op te rapen. Om haar middel heeft ze een vuilniszak geknoopt. Trash travels, staat op haar shirt. Ze is afgestudeerd linguïst, vertelt ze, en spreekt Arabisch, Portugees, Mandarijn, naast haar moedertaal Duits, maar gelooft dat ze de wereld meer kan bieden door zich in te zetten voor het milieu. „Dat is de grootste uitdaging van deze tijd.”

Geef deze wetenschappers in de dop de ruimte en over dertig jaar snappen we zwarte gaten, hebben we frisse lucht en schoon water, en worden we allemaal honderd jaar oud

De sfeer in Washington vandaag is verrassend opbeurend. Ondanks de loodgrijze regenwolken schijnt de zon van de rede. Alleen maar aardige mensen met vrolijke T-shirts en spitsvondige spandoeken. En dat onder de rook van het Witte Huis, waar cynisme aan de orde van de dag is. Het is een troostende gedachte dat uitgerekend de negatieve Trump dit positieve gevoel heeft opgeroepen.

Ik ben hier niet alleen voor de mars, maar ook voor een wiskundefestival, dat een paar blokken van de Mall wordt gehouden, gelukkig binnenshuis. Terwijl het buiten inmiddels nog harder regent, loop ik de eerste de beste zaal in. Het is opvallend stil, hoewel er zeker honderd kinderen tussen de zes en de tien aan lange tafels zitten. Allemaal hebben ze houten blokjes voor zich, waarmee ze in opperste concentratie proberen een figuur van grote kartonnen dozen na te bouwen. Een meisje met dreadlocks springt naar voren als ze dat als eerste voor elkaar heeft. Haar broertje kijkt bewonderend naar haar op.

In de andere zalen spelen kinderen schaak, lopen rond in geometrische figuren gemaakt van ballonnen en lossen wiskundige raadsels op waar ik me geen raad mee zou weten. Dit is de wereld van mensen die houden van getallen, geboeid zijn door patronen en zich kunnen verliezen in complexe puzzels. Bij een lezing over zwarte gaten stelt een groepje achtjarigen de ene na de andere slimme vraag. Als een volwassene omslachtig zijn eigen theorie gaat uitleggen, zie ik hen hoofdschuddend naar elkaar kijken.

Geef deze wetenschappers in de dop de ruimte en over dertig jaar snappen we zwarte gaten, hebben we frisse lucht en schoon water, en worden we allemaal honderd jaar oud. Het komt wel goed met de wereld.

Reacties naar pdejong@ias.edu