Opinie

In de winst ligt ook het verlies van Marine Le Pen

Marine Le Pen is een ronde verder – maar wel als tweede. En juist dat kan het einde van haar opmars betekenen, betoogt .

Illustratie Cagle Cartoons

Voor de tweede keer in zijn bestaan heeft het Front National (FN) de tweede ronde in de Franse presidentsverkiezingen weten te bereiken. Daarmee staat 21 april 2002 niet meer op zichzelf: er is nu ook 23 april 2017. Maar hiermee houdt de gelijkenis tussen beide verkiezingen op. Anders dan de schok die de onverwachte verkiezing van Marines vader Jean-Marie Le Pen in 2002 teweegbracht – hij passeerde de socialist Lionel Jospin – komt de nominatie van Marine voor kiezers noch politieke waarnemers nu als een verrassing.

Sinds de forse stijging van het Front National bij de Europese verkiezingen in 2014 werd het succes van Marine Le Pen in deze eerste ronde van de presidentsverkiezingen al geruime tijd voorspeld in de peilingen. Tijdens de campagne gingen alle peilers ervan uit dat de voorzitter van het FN de tweede ronde sowieso zou halen.

De verrassing van de eerste ronde zat ’m in het aantal stemmen dat Marine Le Pen kreeg: beduidend minder dan bij de laatste verkiezingen. Natuurlijk was de inzet in de ogen van de kiezers nu veel hoger. Net als de opkomst. En ook is het zo dat Marine Le Pen voor haar partij het beste resultaat ooit heeft behaald bij presidentsverkiezingen. Met ruim 7,5 miljoen stemmen haalde ze een nieuw record binnen voor het FN.

Maar sinds de nationale doorbraak van de partij – nog onder haar vader tijdens de Europese verkiezingen in 1984 – sprongen de presidentsverkiezingen er altijd al gunstig uit voor het FN. Wat dat betreft beloofden eerdere stembusresultaten veel goeds voor de presidentsverkiezingen van dit jaar.

Paradoxaal genoeg kan de kwalificatie voor de tweede ronde van deze verkiezingen weleens het einde betekenen van de opmars die Marine Le Pen wist te bewerkstelligen sinds ze in 2011 de leiding over de partij kreeg.

Een tweede plaats achter Emmanuel Macron van de beweging En Marche! betekent onmiskenbaar een mislukking voor de partij die zich tot doel had gesteld om de machtigste politieke factor van Frankrijk te worden.

Een grote nederlaag in de tweede ronde op 7 mei zal de sluimerende conflicten binnen de partij weer doen oplaaien, vooral die over de strategie, tussen Marines conservatieve nicht Marion Maréchal-Le Pen en Florian Philippot, die een sociaal maar anti-Europees beleid voorstaat.

Het enthousiasme voor Le Pen is niet overal in Frankrijk even groot. De belangrijkste les die we kunnen trekken uit de eerste ronde van afgelopen zondag is de bevestiging dat de aanwas van populisten blijft groeien, een tendens die sinds 2007 merkbaar is. Er vallen twee stromingen te onderscheiden binnen de kiezers van het FN: een deel dat altijd rechts heeft gestemd en sinds de jaren tachtig is geradicaliseerd; en een groep populistischer, jongere kiezers, die sinds de jaren negentig in omvang groeit. Binnen die eerste groep heeft Marine Le Pen een matige winst geboekt ten opzichte van 2012. Binnen de tweede groep daarentegen heeft ze veel meer stemmen gewonnen.

Hoe zal de tweede ronde verlopen? Met het resultaat dat ze zondag heeft behaald, is de kans van Marine Le Pen om Macron op 7 mei te verslaan klein. Dat zou ook het geval zijn geweest in andere omstandigheden en met andere concurrenten. In het nieuwe electorale landschap dat is ontstaan na de Europese verkiezingen van 2014 lijkt het Front National zich steevast te kwalificeren voor de eerste ronde van de verkiezingen, maar ook steevast te verliezen in de tweede ronde. En dat effect wordt sterker naarmate de kiezer meer belang hecht aan de inzet van de verkiezingen.

Bij de departementsverkiezingen van 2015 won het FN slechts in 2,5 procent van de kantons waar het aan de tweede ronde meedeed. Bij de regionale verkiezingen wist de partij in niet één van de regio’s te winnen. Want Le Pens Front National staat vandaag de dag voor een vrijwel onoplosbaar dilemma: hoe sterker de partij wordt, hoe meer angst zij inboezemt.

Onderzoek van de opiniepeilers van het Franse bureau Kantar-Sofres bevestigt deze trend: oordeelde vier jaar geleden 47 procent van de ondervraagde Fransen dat het Front National „een gevaar voor de democratie” is, in 2015 was dat gegroeid tot 54, in 2016 tot 56 en in 2017 tot 58 procent. Geen enkele andere partij roept zoveel weerstand op.

Zoals gezegd: 23 april 2017 was geen nieuwe 21 april 2002. Nog twee weken en dan zullen we weten of 7 mei 2017 lijkt op 5 mei 2002.