Robert M. Pirsig: de man die technologie en romantiek wilde verzoenen

Robert M. Pirsig (1928-2017)

Met ‘Zen and the Art of Motorcycle Maintenance’ werd Robert M. Pirsig in één klap een cultschrijver voor de generatie die net na de Flower Power kwam.

Foto van Robert M. Pirsig uit 1975. Foto William Morrow/AP

Als ze Miles City binnen rijden, bestoft en uitgeput, zijn 11-jarige zoontje Chris bij hem achterop de motorfiets, hoort hij het voor het eerst. Klepspeling? Het kan ook iets gevaarlijkers zijn, dat hij móet oplossen voor ze verder de bergen in rijden.

Kleppen stellen moet met een koude motor. Daarom rolt hij de volgende ochtend, voor de zon te hoog staat, zijn gereedschapstas uit. Hij heeft het zo vaak gedaan, dat het een ritueel is geworden waarbij hij niet meer hoeft na te denken, schrijft Robert M. Pirsig in Zen and the Art of Motorcycle Maintenance; An Inquiry into Values. Om daarna toch op te schrijven wat hij denkt.

Veel mensen geloven dat je een vaag-romantische „affiniteit met machines” moet hebben om een motorfiets te kunnen repareren. Daar is niets vaags aan: niets zo rationeel als de onderdelen van een motor. Volledig en zuiver door-denken is de kunst. „En een studie van de kunst van het motoronderhoud is eigenlijk een miniatuurstudie van de kunst van de ratio zelf.”

De vierde klep blijkt de schuldige. Hij stelt hem beter af. Maar daarmee is het andere probleem dat hij al sleutelend ontdekt – zwarte bougies, wat wijst op slecht verbrande benzine – nog niet opgelost. Het blijft knagen. Hij rijdt een proefrondje. „De lucht is koel, mijn hoofd is helder, het is een mooie dag om te leven. Je voelt dat de lucht hier ijler is.” En dan valt hem in een flits de oplossing in voor het raadsel van de zwarte bougies. Juist door die ijle lucht verbrandt de benzine niet goed.

Dit is een sleutelpassage – in twee betekenissen – uit het cultboek dat volgens hem door 121 uitgevers werd geweigerd. En dat, toen het in 1974 verscheen binnen een jaar een miljoen exemplaren verkocht. Bij zijn overlijden, maandag – Robert Maynard Prisig werd 88 jaar – waren er vijf miljoen verkocht.

Getroebleerd

Waarom zo populair? Een road trip door de Verenigde Staten is bepaald geen origineel genre. Maar Zen and the Art is niet alleen dat half-fictieve verslag van een dikke twee weken op de motor naar het westen, met twee vrienden en zijn zoon. Het is óók de autobiografie van een getroebleerde persoonlijkheid. Een verhaal over de onhandige liefde van een vader voor zijn zoon. En een grootse poging ‘klassieke waarden’, waartoe Pirsig technologie rekent, te verzoenen met ‘romantische waarden’, zoals de schoonheid van een landschap waar je je doorheen beweegt.

De reis, niet de bestemming. En: „Boeddha zit net zo gemakkelijk in de circuits van een digitale computer als op een bergtop”, zei hij. Meer zen wordt het niet.

Het werd hét boek voor de ‘tussengeneratie’ die toen volwassen werd, in de nadagen van Flower Power, met een killer, zakelijker tijdperk al in aantocht. Als iemand de Zeitgeist vertolkte, was het Pirsig, zei de socioloog Todd Gitlin: „Hij zorgde voor een zachte landing uit de euforische stratosfeer van de late jaren 60 in de echte wereld van de volwassenheid.”

Sommigen vonden hem een zwever, die een veel te lang boek had geschreven. Voor anderen was het een openbaring, een boek waarover je met vrienden praatte, omdat het je ontluikende geest verder opende. Het was een boek, zei hij, dat zelf niet bijzonder was, maar dat op het goede moment een lopend proces vatte. „Ik bracht alleen onder woorden wat iedereen al dacht.”

Pirsig stotterde als kind, had een IQ van 170 (zei hij zelf) en geen vrienden. Op de universiteit werd hij letterlijk waanzinnig van de pleinvrees wekkende vergezichten die de wetenschap voor hem opende. „Metafysica is een restaurant waar ze je een menu van 30.000 pagina’s geven, maar geen eten”, zei hij eens. En: „Wetenschap is goed om achteraf te testen wat je denkt dat waar is, niet om je te tonen waar je heen moet.” Hij vertrok er zonder diploma.

Nadat schizofrenie bij hem was geconstateerd, werd hij met electroshocks behandeld. In Zen and the Art praat hij met zijn vroegere zelf, van vóór die behandeling, een vreemde ‘hij’ die hij Phaedrus noemt. Aan het eind van de reis vinden de twee elkaar en verzoent Pirsig zich met zijn verleden.

De laatste dertig jaar van zijn leven woonde hij in de staat Maine, min of meer als kluizenaar. Interviews gaf hij bijna nooit en hij ergerde zich aan de vele bewonderaars die hem opzochten – Pirsig’s pilgrims noemden zijn buren zulke fans.

Bij zijn zoon Christopher werd een paar jaar later ook schizofrenie vastgesteld. Hij stierf in 1979 nadat hij in San Francisco was neergestoken.

Pirsig zou nog één boek schrijven: Lila, An Inquiry into Morals, waar een zeiltocht de ruggengraat van het verhaal is. Het verscheen in 1991. Het werd geen succes.

Met zijn road trip voegde Robert Pirsig zich in een eerbiedwaardige traditie. Jack Kerouacs On the Road (1957) geldt nu vermoedelijk als bekendste voorbeeld van een schrijver bij wie een fysieke reis het decor is voor een innerlijke reis. Maar je kunt moeiteloos verder terug in de tijd, wellicht tot de Odyssee. Behalve bij schrijvers is de road trip ook door de film, de fotografie en de muziek klassiek geworden.