Denk zat fout met ontslag, Simons krijgt nog salaris

Rechtszaak

De rechter heeft Denk in het ongelijk gesteld. Oud-kandidaat-Kamerlid Sylvana Simons pleegde geen contractbreuk.

Rancuneus, noemde Sylvana Simons de politieke partij Denk twee weken geleden. De partij van ex-PvdA’ers Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk eiste 60.000 euro van Simons, omdat ze contractbreuk gepleegd zou hebben door eind december vorig jaar op te stappen. Bovendien zou ze een ‘geheimhoudingsbeding’ in het contract geschonden hebben door in media te spreken over de partij.

Daarin ging de Amsterdamse rechter niet mee. Maandagochtend besloot die dat Simons Denk geen vergoeding verschuldigd is. Integendeel: Denk moet haar juist betalen: zo’n 4.000 euro salaris en vakantiegeld, waarop ze als medewerker van de partij nog recht had.

Kern van het conflict was de vraag of Simons met het terugtrekken van haar kandidatuur voor de Tweede Kamer ook ontslag nam als communicatie-adviseur van de Kamerfractie.

In de vroege ochtend van 24 december vorig jaar, om half twee stipt, mailde ze het partijbestuur niet langer kandidaat te willen zijn. Simons schreef „verbroedering en respect” te missen bij Denk – twee waarden waarom ze zich juist bij de partij had aangesloten. Twee minuten later meldde de Volkskrant dat ze samen met de eveneens vertrekkende campagneleider Ian van der Kooye haar eigen partij ging oprichten, Artikel 1.

Contractbreuk, volgens Denk. Geen definitief afscheid, aldus Simons. Op 3 januari ontsloeg Denk haar, onder andere vanwege kritische uitlatingen in de media.

Daarmee zat de partij fout, oordeelde de rechter. Er was geen reden daar meer dan een week na Simons’ vertrek als kandidaat mee te wachten, vond hij. Kritiek op de partij had Simons immers al op 24 december. Van contractbreuk door Simons was bovendien volgens de rechter geen sprake: dat ze geen kandidaat meer was, maakte haar contract „inhoudsloos”, maar beëindigde de overeenkomst niet.

Ook schond Simons het ‘geheimhoudingsbeding’ niet. Het stond haar volgens de rechter vrij om „zich kritisch uit te laten over de keuzes en denkbeelden van Denk”. Datzelfde gold voor campagneleider Van der Kooye. Wel moet hij de partij zo’n 4.000 euro overmaken omdat hij de opzegtermijn van zijn contract niet in acht nam.

Denk noemt de uitspraak van de rechter „onbegrijpelijk” en gaat in beroep.