Wat Brexit gaat betekenen voor het voetbal

Premier League

De Brexit heeft grote gevolgen voor het Britse voetbal. Buitenlandse spelers worden duurder, werkvergunningen schaarser.

Foto Hannah McKay/Reuters

‘Ik zou niet weten waarom het voetbal anders behandeld moet worden dan andere beroepsgroepen”, zei Pep Guardiola eind maart, toen de manager van Manchester City op een persconferentie werd gevraagd naar de toekomst van het Engelse voetbal na de Brexit. „De regels zouden voor iedereen hetzelfde moeten zijn. Waarom zouden voetballers een andere status hebben dan advocaten of architecten?”

Met het overhandigen van de ‘Brexit-brief’ aan EU-president Donald Tusk, op 29 maart in Brussel, werd de aanstaande uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie definitief. Uiterlijk 29 maart 2019 zal de Brexit een feit zijn en dat zal merkbaar zijn, op vele gebieden. Oók in de voetbalwereld.

De twintig clubs in de sterkste voetbalcompetitie ter wereld sloegen vorige maand alarm bij de Britse regering en drongen in een speciale bijeenkomst aan op een coulante behandeling voor profvoetballers uit de EU, ook na 2019. Vooral West Ham United-eigenaar David Gold en zijn collega Peter Coates van Stoke City lieten zich uit in scherpe bewoordingen: ze zijn bang dat Engelse clubs naast veel topspelers zullen grijpen.

„We zijn overgeleverd aan onzekerheid”, aldus Coates. „Over vijf jaar zullen we op deze periode terugkijken en denken: What the hell have we done this for?” Gold: „Ik kan me niet voorstellen dat de regering de Premier League niet beschermt. De Brexit raakt ons al genoeg. Buitenlandse spelers kosten clubs veel meer dan voorheen, doordat het pond veel minder waard is geworden.”

FIFA-ranglijst

Nog steeds is de Premier League de rijkste voetbalcompetitie ter wereld. En als het in de top regent, dan druppelt het beneden. In Nederland, bijvoorbeeld. AZ mocht vorig jaar nog zo’n twintig miljoen euro bijschrijven, nadat Vincent Janssen aan Tottenham Hotspur was verkocht. Met de Brexit in het vooruitzicht worden zulke transfers minder waarschijnlijk, zeker voor niet-internationals.

Oranje zakte onlangs naar de 32ste plaats op de FIFA-ranglijst. Valt Oranje in 2019 nog steeds buiten de topdertig, dan moet een Nederlandse speler liefst 75 procent van het aantal interlands in de voorgaande twee jaar hebben meegedaan, om in aanmerking te komen voor een werkvergunning in Engeland (zie kader).

De Engelse spelersvakbond PFA wacht op wetgeving. „Op dit moment speelt iedereen The Waiting Game’, zegt Bobby Barnes, vice-president van de PFA en voorzitter van de Europese afdeling van de FIFPro, het orgaan van internationale spelersvakbonden. „De overheid moet eerst de immigratieregels vaststellen en van daaruit kijken we verder. Ik heb zelf Remain gestemd, daar doe ik niet geheimzinnig over. Vrij werknemersverkeer is in mijn ogen een van de grote voordelen van de EU.”

Een aantal topspelers uit de Premier League had geen werkvergunning gekregen zonder vrij werknemersverkeer. N’Golo Kanté bijvoorbeeld, de Fransman van Chelsea die afgelopen weekeinde de prestigieuze PFA Player of the Year Award won. Barnes denkt dat de Premier League topspelers zal blijven binnenhalen. „De meeste spelers die gewild zijn voldoen aan de criteria. In de lagere divisies zullen de gevolgen wellicht meer merkbaar worden.”

Eerlijker keuzes

Duidelijk is dat de clubs uit de Championship, League One en League Two veel minder EU-spelers kunnen contracteren, als de regels niet veranderen. Nu staan in die drie lagere Engelse profdivisies 22 Nederlanders onder contract, die er zonder EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk niet hadden gespeeld.

De paniek bij de Premier League-clubs oogt wat overdreven. „Ik verwacht dat iedereen die vóór 2019 wordt vastgelegd, gewoon in Engeland mag blijven voetballen”, zegt Rodger Linse, zaakwaarnemer van onder anderen Bruno Martins Indi (Stoke City) en de Belgen Jan Vertonghen en Moussa Dembélé (Tottenham Hotspur). „Contracten moeten nu eenmaal worden nageleefd. Het is bovendien duidelijk dat de Premier League alleen is weggelegd voor de allerbeste spelers. Dat zijn normaal gesproken de internationals.”

Linse, die Ruud van Nistelrooy begeleidde bij zijn transfer van PSV naar Manchester United in 2001, ziet zelfs voordelen in de situatie dat Engelse clubs niet met geld kunnen blijven smijten. „Stel: Borussia Mönchengladbach biedt zeven miljoen voor een speler en Burnley komt met een bod van twaalf miljoen. Dan zijn we eigenlijk verplicht hem te verkopen aan Burnley – anders wordt de verkopende club ernstig benadeeld – terwijl hij misschien liever voor Gladbach zou gaan voetballen. Als Engelse clubs aan meer regels gebonden zijn en buitenlandse voetballers duurder worden, heeft dat tot gevolg dat de speler een eerlijker keuze kan maken. Een topsom wordt dan alleen nog geboden als de club hem écht wil hebben – en dat houdt weer in dat de kans op een basisplaats groter is.”

De Britse premier Theresa May hoopt bij de verkiezingen in Groot-Brittannië, die zij voor 8 juni heeft uitgeschreven, een mandaat te krijgen voor een zogeheten harde Brexit, waarbij alle afspraken met de EU vervallen en er vele nieuwe regels moeten worden opgesteld – ook op het gebied van vrij werknemersverkeer. Pep Guardiola legde de vinger al op de zere plek: waarom zou de voetbalwereld daarbij een streepje voor moeten krijgen?