Burgemeester komt terug van ‘avondklok’ azc

Asielzoekers Een avondklok voor asielzoekers? Daarvoor pleitte de burgemeester van Kampen. „Ik begrijp de gevoeligheid.”

De woonwijk rondom winkelcentrum Penningkruid dicht bij het azc van Dronten. Foto's Bram Budel

Een avondklok voor alle bewoners van het azc moet de gemeente Kampen veiliger maken en verkrachtingen in de toekomst voorkomen. Met dat voorstel haalde burgemeester Bort Koelewijn (ChristenUnie) van Kampen afgelopen weekend de landelijke media.

Hij kwam met het idee voor een avondklok in reactie op de verkrachting van een meisje uit Kampen vorig jaar, door één van de bewoners van het asielzoekerscentrum in Dronten, ongeveer drie kilometer verderop in Flevoland.

„Te idioot voor woorden”, „olie op het vuur”, „oneerlijk en onwettelijk”, reageerden oppositiepartijen. „Gaat de burgemeester straks alle mannen verbieden om ’s avonds buiten te komen?” en „je straft alle gasten die hier met goede wil zijn”, zeggen Kampenaren desgevraagd op het terras in het stadscentrum. Ook collegepartij CDA zegt overvallen te zijn door de krantenkoppen. „Het azc is geen gevangenis”, zegt fractievoorzitter Hilde Palland-Mulder.

Rondstruinen op straat

Maar twee dagen later, op maandagmiddag, komt Koelewijn op zijn uitspraken terug. „Ik begrijp de gevoeligheid van het begrip ‘avondklok’ en de associaties die dat begrip mogelijk oproept met het verleden”, zegt hij in een persverklaring. „Mijn boodschap is, dat ik graag met het [Centraal Orgaan opvang asielzoekers] in gesprek wil over de vraag die het slachtoffer van een ernstig zedenmisdrijf in mijn gemeente mij stelde.” Zij stelde hem de vraag: hoe is het mogelijk dat een man, bewoner van een azc, die uit een oorlogsgebied komt en die mogelijk een trauma heeft, diep in de nacht in z’n eentje op straat rond kan struinen?

Tegen vluchteling Samuel T., die heeft bekend het meisje verkracht te hebben, is donderdag bij de rechtbank in Zwolle door het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van elf jaar geëist. Hij wordt ook verdacht van poging tot doodslag: hij heeft het meisje willen wurgen en verdrinken.

Hoewel Koelewijn in zijn verklaring zegt dat hij „niet per se” heeft gepleit voor een avondklok en dat „een juridisch kader om zo’n maatregel te nemen ontbreekt”, sprak hij zaterdag op de regionale zender Radio Oost nog uitgebreid over de voordelen ervan. Want waarom zou je mensen met mogelijke trauma’s op straat laten rondlopen „terwijl ze ook dikwijls in de horeca worden geweerd”. Op die manier neem je ook de asielzoekers zelf in bescherming, zei hij.

Bescherming? „Ik heb meer last van de jongens uit Kampen, dan van de jongens uit het azc”, zegt de eigenaar van danscafé Fatih, die bezocht wordt door „een vast clubje jongens” van het asielzoekerscentrum. „Ik weet dat bewoners van het azc bij sommige cafés geweigerd worden. Ik snap dat niet. Het zijn veel goede jongens, die zich altijd gedragen.”

Altijd als er hier iets gebeurt, wordt er naar het azc gekeken

Op het Unieplein krijgt de burgemeester deze maandagmiddag veel bijval voor een avondklok.Bram Budel

Patat en mayonaise

Het groepje gepensioneerden dat dagelijks samenkomt op het Unieplein, tegenover de stadsbrug van Kampen, denkt daar anders over. „Ik ben voor zo’n avondklok”, zegt Henk Sollie (83), geboren Kampenaar. „De dames hier voelen zich onveilig.” Hij krijgt bijval van de mannen naast hem op de bankjes. „Die mensen komen hier toch naar toe omdat het daar oorlog is? Nou, dan moet je hier geen ellende maken.” Op de vraag of hij zelf overlast ervaart, reageert hij ontkennend. „Ze zijn natuurlijk niet allemaal zo. Er zitten ook wel goeie bij.”

Rianne Gerrits snapt de ophef niet. Ze werkt bij Joop’s Snackcorner in winkelcentrum Penningkruid, dat ook geregeld door bewoners van het azc bezocht wordt. „Altijd als er hier iets gebeurt, wordt er naar het azc gekeken. Als ze hier een patatje komen eten, dan maak ik gewoon een praatje met ze. Dan leer ik ze het woord ‘patat’ of ‘mayonaise’.” Iedereen moet zich aan de regels houden, zegt Gerrits. En het is „natuurlijk afschuwelijk” wat er is gebeurd. „Maar het had ook een Nederlander kunnen zijn. Wat gaat de burgemeester dan zeggen?”