Vrijhandel: de roze olifant in de kamer

Voorjaarsvergadering IMF

Meegeven met Trump, of weerstand bieden? Dat was het dilemma bij het IMF. Er werd gekozen voor het eerste.

IMF-directeur Christine Lagarde (2e links vooraan), met rechts op de foto naast haar de ministers van Financiën Wolfgang Schäuble (Duitsland) en Steven Mnuchin (Verenigde Staten). Foto Mike Theiler / Reuters

Het is lente in de wereldeconomie, zei directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds voorafgaand aan de voorjaarsvergadering in Washington. Maar terwijl de temperatuur buiten op sommige dagen de 30 graden haalde, blies er de afgelopen dagen toch een kille wind door de bijeenkomst van de ministers van Financiën en centrale bankiers van de 189 aangesloten landen.

Dat had niet alleen te maken met de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen, waarvan de cruciale resultaten nog niet bekend waren. Ook van het economische programma van de regering-Trump is nog steeds weinig bekend. Nu kenmerkt het economische herstel van de wereldeconomie zich tot nu toe door een verbluffend lage gevoeligheid voor politieke gebeurtenissen. Brexit noch Trumps verkiezing, vooraf gevreesd als verstoorders van het prille herstel, bleken het momentum van de economie wereldwijd aan te tasten.

Trumps agenda

Maar het lot van de eurozone is sterk afhankelijk van de einduitslag in Frankrijk. En Trumps agenda sijpelt al door in het internationale overleg. De traditionele oproep tot vrije handel sneuvelde vorige maand al in de slotverklaring van de G20-bijeenkomst van belangrijkste landen in de wereldeconomie, in het Duitse Baden-Baden.

Zaterdag bleek „het gevecht tegen protectionisme” plots te ontbreken in het communiqué van de IMF-vergadering. Amerikaanse druk bewerkstelligde dat. Hoe meegaand de voorzitter van die vergadering, de Mexicaanse minister Carstens, daar vervolgens mee omging was eveneens veelzeggend. Protectionisme was toch al een „ambivalent begrip”, zei hij na afloop. Geen enkel land beoefent volledige vrijhandel, iedereen kent wel beperkingen. Carstens moest op eieren lopen: de handelsrelatie tussen Mexico en de Verenigde Staten is een explosief onderwerp. En Christine Lagarde voegde daaraan toe dat haar beleidsagenda, waar wél een lans voor vrijhandel wordt gebroken, unaniem aangenomen was in de vergadering.

Toch, aan de overkant van de straat, gebeurde bij de Wereldbank hetzelfde. De verwijzing naar klimaatbeheersing verdween daar uit de slotverklaring. Op aandringen van de VS, zei minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) na afloop. Ze bleken meer tijd nodig te hebben. Niet dat de Wereldbank nu plots minder over heeft voor het klimaat: het staande beleid gaat vooralsnog gewoon door. Maar er is sprake van druk, erkende Ploumen. De VS zijn de grootste aandeelhouder én operationele financier van Wereldbank en IMF, en hebben een blokkerende minderheid in het bestuur. Er is een donor-ontvangerrelatie, zei Ploumen. En dat voelt iedereen. Niet alleen in Washington, trouwens. Een internationale conferentie over vrouwenrechten kwam onlangs niet tot een slotverklaring, alweer door Amerikaanse druk.

Hoe de ploeg van Trump met fluwelen handschoenen werd aangepakt, bleek na afloop van de vergadering ook uit een openbaar vraaggesprek dat Lagarde hield met de Amerikaanse minister van Financiën Steve Mnuchin. Die zei tevreden te zijn over zijn tweede grote internationale optreden. „Bij de G20 (in Baden-Baden) waren we eindeloos bezig met het slotcommuniqué. Hier was het veel simpeler.” Mnuchin herhaalde het voornemen van de regering-Trump tot „regelverlichting”, van bouwprojecten tot de financiële sector, die volgens hem sinds de financiële crisis zucht onder veel te veel regulering. „Misschien zijn we wel een beetje over de top gegaan,” beaamde Lagarde. Dat de twee praatten tegen de achtergrond van een enorm beeldscherm met daarop een wereldbol met wervelende handelsstromen, was een ironie die velen in de volgepakte zaal niet ontging.

Was er dan geen enkele tegenstand? Zeker: Duitsland, dit jaar voorzitter van de G20, ontpopt zich steeds meer als het nieuwe actiecentrum voor vrijhandel en globalisering. Zij het op de Duitse manier. Minister Schaüble van Financiën pleitte vrijdag voor hervormingen in plaats van „het stimuleren van de vraag door overheidsschulden”. En hij brak een lans voor de globalisering, maar dan wel met een menselijk gezicht. Nadat armoedebestrijding, schuldverlichting en financiële stabiliteit achtereenvolgens de mantra’s waren van het IMF in de afgelopen twintig jaar, staat ‘inclusieve groei’ nu hoog in het vaandel.

Duitsland sluit zich daar graag bij aan. Het beter herverdelen van de buit van de vrijhandel, zodat ook de gemiddelde werknemer ervan profiteert, was de afgelopen week één van de twee antwoorden op het groeiende populisme. Het andere? Een stijgende productiviteit, waardoor de welvaartsgroei wereldwijd omhoog kan. Een betere verdeling van de koek dus, en mocht dat niet helemaal lukken: een grotere koek.

Zowel kwaal als medicijn

En daar wringt het. Naast innovatie en productieve investeringen is vrijhandel in de IMF-analyse de grootste veroorzaker van een stijging van de productiviteit. En dus moet de vrije handel, die door een groeiend ontevreden legioen op links én rechts gezien wordt als de kwaal, tegelijkertijd worden verkocht als medicijn. Hoe lastig dat is, was het werkelijke thema in Washington. Zeker nu het IMF op moet boksen tegen een Amerikaanse regering die voortgekomen is uit de weerzin tegen globalisering. Meegeven en wachten hoe heet de soep wordt opgediend, of meteen weerstand bieden? Dat was het dilemma. Vooralsnog werd gekozen voor het eerste. Maar helemaal vrijwillig was dat niet.