Papegaaienbuurt krijgt kleur terug

De Stijl in Drachten

De kleuren van De Stijl werden voor het eerst aangebracht op en in huizen en een school in Friesland. Het ontwerp van Theo van Doesburg wordt nu in ere hersteld.

De tweede stad van Friesland, Drachten (45.000 inwoners), staat niet bekend om zijn kunst en cultuur. Toch is er een museum, Museum Drachten, dat ligt aan een Museumplein. En niet ver van dat museum en dat plein, er gaat een stadswandeling naar toe, liggen 16 opvallende huizen en één voormalige Rijkslandbouwschool: daar werkte Theo van Doesburg, oprichter van De Stijl, voor het eerst de ideeën van zijn beweging over kleur in architectuur uit.

Je kunt er rondwandelen en helderrood, knalgeel of diepblauw geschilderde raamkozijnen, voordeuren en dakkapellen zien, in 1921 en 1922 aangebracht op bakstenen huizen (dat dan weer wel). Bij de Rijkslandbouwschool aan de overkant, tegenwoordig een particulier woonhuis, mag je op afspraak naar binnen om de originele glas-in-loodramen te bekijken: vier gestileerde, bijna abstracte landarbeiders, een spitter, een maaier, een zaaier en een rooier. Voor de kozijnen en de deuren van de school zijn secundaire kleuren gebruikt: paars, groen, oranje.

Hoe Theo van Doesburg of all places in Drachten terecht kwam? Dat is te zien in Museum Drachten, waar op de eerste verdieping het schoenmakerswinkeltje is nagebouwd dat Evert en Thijs Rinsema dreven aan de Zuidkade. De schoenen maakten de broers om geld te verdienen, eigenlijk waren het kunstenaars.

Tegenwerking

Theo van Doesburg en Evert Rinsema ontmoetten elkaar in 1915, toen ze kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren gemobiliseerd in Brabant. Evert zat bij die gelegenheid te lezen in Heraclitus, een Griekse filosoof uit de oudheid – dat viel op. Theo en Evert werden vrienden, ze gingen ook corresponderen. En Evert bracht Theo in contact met Cornelis Rienks de Boer, architect en later zijn opdrachtgever. Evert Rinsema, in een brief van 9 april 1922: „De directeur van de school, die wat het schilderwerk betreft nogal tegenwerkt, zegt, dat hij de ramen wel mooi vindt, maar de figuren niet duidelijk kan zien.”

Het citaat staat in een boek dat sinds vorig weekend te koop is in het museum, Brieven over kunst – De Stijl – het leven en de dood, en dat is samengesteld door Thijs Rinsema, een kleinzoon. Het boek werd diezelfde zaterdag in ontvangst genomen door nog een andere erfgenaam, kunsthistorica Wies van Moorsel (1935). Zij kreeg in 1975 de nalatenschap van Theo van Doesburg van haar tante Nelly, diens echtgenote, en schonk die daarna aan de Nederlandse Staat.

Je kon Wies van Moorsel kort voor de officiële overhandiging nog tegenkomen in de Torenstraat 3: een frêle oudere dame, die een bezoek bracht aan het huis dat nu ook vanbinnen de originele kleuren terugkrijgt die haar oom ervoor had bedacht. Dat is nog lastig: Zwitserse kleurexperts zijn bezig monsters te nemen van resten van de oorspronkelijke verf, verstopt als die zitten onder later aangebrachte lagen. De kleuren blijken donkerder geweest in kamers waar meer licht invalt – en lichter in de donkerder kamers.

Bekijk hoe De Stijl begon in onze video

Overgeschilderd

De museumwoning gaat open op 1 juni. Al wel te bezichtigen, sinds anderhalve week: de ontwerptekeningen van Theo van Doesburg. Die zijn opgehangen in Museum Drachten. Tijdelijk, want ze zijn kwetsbaar. Je ziet de symmetrie van de kleuren voor de gevels, voor binnen de kleurvlakken van de kamers, maar bijvoorbeeld ook de kleuren voor de trap, rode spijlen boven blauwe tegels. Linksonder op de tekeningen het vignet van de opdrachtgever: ‘C.R. de Boer, architect B.N.A., Stationsweg 60 Drachten’.

Theo van Doesburg, Kleurencompositie II voor de begane grond (1921). Beeld Museum Dr8888

Was Drachten dan zo vooruitstrevend, in de jaren 20? Nou nee, gebiedt de eerlijkheid te zeggen. De rood, geel en blauw geschilderde kozijnen en deuren werden al snel weer overgeschilderd – wat overigens ook gebeurde in Straatsburg, waarvoor Theo van Doesburg tussen 1926 en 1928 een feestzaal ontwierp. In Drachten hield de buurt aan de kortstondige uitbundigheid de bijnaam ‘Papegaaienbuurt’ over. Pas in de jaren 80 kwamen de buitenkleuren terug, althans voor een deel, dankzij een initiatief van de bewoners.

En Everts broer Thijs, schilder en ontwerper van meubels à la De Stijl, maar met een eigen signatuur, werd nooit echt beroemd. Zijn werk staat permanent tentoongesteld in Museum Drachten, maar veel Drachtenaars kennen hem niet. In dit Stijljaar zou dat kunnen veranderen: zijn meubels komen straks te staan in de museumwoning aan de Torenstraat, dat het Van Doesburg-Rinsemahuis zal worden genoemd.