Column

Ons poldermodel. Wie houdt er nog van?

Het lastige van het ‘poldermodel’ is dat je nooit weet wanneer het definitief voorbij is. Alle zieners en speculanten die het einde hebben voorspeld van het (in)formele sociaal-economisch overleg van werkgevers, vakbonden en kabinet zijn tot nu toe in het ongelijk gesteld. Die polder prikkelt wel tot beeldspraak, maar kampt primair met een tekort aan tastbare resultaten.

„De werkgevers zetten de polder onder water”, zei voorzitter Maurice Limmen van het christelijke CNV zaterdag in NRC. Het CNV, de FNV en de vakcentrale van professionals VCP hadden kort daarvoor het centrale overleg met de werkgevers opgeschort.

Ze waren kwaad over de nonchalante afwijzende reactie van de werkgevers op een vier jaar oude afspraak. In het sociaal akkoord van de ‘polder’ met het kabinet-Rutte II is een wijziging van de WW afgesproken. De financiering en uitvoering van het derde jaar WW komt in handen van werkgevers en werknemers. Zij mogen dat via een apart fonds uitvoeren. De werkgevers deden alsof zij vergeten waren dat die afspraak ooit was gemaakt en wilden de administratieve verplichtingen van zo’n fonds nog eens bekijken. Zeiden ze. Niks daarvan, afspraak is afspraak, reageerden de vakbonden.

De soep wordt niet zo heet gegeten, suste werkgeversvoorman Hans de Boer in WNL Op Zondag. De werkgevers waren gewoon verrast door het plotselinge fiat van het kabinet voor de volgende stap in het derde WW-jaar.

Zou het echt? Zou VNO-NCW, die een reputatie heeft als een geoliede Haagse lobbyclub, overvallen zijn door zo’n brief? Da’s lastig voor te stellen.

Het lijkt er eerder op dat de werkgevers én de vakbonden nieuwe posities kiezen c.q. moeten kiezen. VNO-NCW geeft tegenstrijdige boodschappen. Voorzitter De Boer pleitte eerder voor een sociaal akkoord met de bonden, dus voor overleg. Maar de industriewerkgevers zeiden tegen de bonden: hier tekenen voor nieuwe arbeidsmarktregels. Anders regelen we het wel aan de onderhandelingstafel van Rutte III.

De werkgevers én de vakbonden weten dat de onderhandelende politieke partijen zélf met voorstellen zullen komen voor de arbeidsmarkt, de fiscale regels voor zzp’ers en de pensioenen.

Zolang de inhoud daarvan onbekend is, valt er niks te halen, zeker niet voor de vakbonden. Van de vier onderhandelende partijen heeft alleen het CDA wortels in het sociaal-economisch overleg. Dus als er op dit moment toch niks te halen is, kun je best het sociaal-economisch overleg stilleggen. Stoom afblazen na eerdere frustraties over halsstarrige werkgevers die niks doen tegen uitwassen op de arbeidsmarkt. En duidelijk maken dat afspraken afspraken zijn, ook met een kabinet. En om te laten zien dat de bonden ondanks een dalend percentage leden op de werkvloer van zich afbijten. Zie het escalerende conflict bij de distributiecentra van supermarktketen Jumbo.

En als dan uitgerekend Maurice Limmen van het CNV, een aanhanger van het harmoniemodel, het overleg staakt, moet dat voor de politieke onderhandelaars ook meer betekenis hebben dan bijvoorbeeld een boze FNV-voorzitter Han Busker. Limmen kan een brugfunctie vervullen tussen de vakbeweging en een nieuw groenrechts kabinet.

Maar of de onderhandelende politici in Den Haag daarvoor open staan? Dat betwijfel ik. Al hun seinen staan op groen. De economie groeit, de werkloosheid daalt spectaculair en de overheid heeft genoeg geld om leuke dingen te doen.

Dus dat poldermodel? Dat geloven ze wel.

Menno Tamminga schrijft elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.