Minister van Defensie weg na bloedbad Afghanistan

De bloedige aanval van de Talibaan op een legerbasis in het noorden kostte aan circa 135 mensen het leven. Drie Nederlanders zijn ongedeerd.

Abdullah Habibi Foto Muhammad Sadiq/EPA

De top van het Afghaanse defensieapparaat wordt gezuiverd na de bloedige aanval van de Talibaan, afgelopen vrijdag op een belangrijke legerbasis in de buurt van de noordelijke stad Mazar-i-Sharif. Daarbij vielen ongeveer 135 doden. Drie Nederlandse militairen van een medisch team op de basis bleven ongedeerd, aldus het Nederlandse ministerie van Defensie.

President Ashraf Ghani riep zondag uit tot dag van nationale rouw. Hij veroordeelde de aanval als „lafhartig” en het werk van „ongelovigen”. Deze maandag volgde het bericht dat minister van Defensie, Abdullah Habibi, en legerchef Qadam Shah Shahim hun ontslag hebben ingediend. In een verklaring liet president Ghani weten dat ontslag te hebben geaccepteerd.


De aanval van vrijdag was op Camp Shaheen, waar ook het hoofdkwartier van het 209ste Legercorps is gevestigd. De aanvallers deden zich voor als regeringssoldaten. Ze kwamen het kamp binnen in twee legertrucks met daarop machinegeweren gemonteerd. „Ze schoten op iedereen, drongen de moskee en de kantine binnen waar ze iedereen, zonder aanziens des persoons, doodden”, zei een ooggetuige.

De imam van de moskee op de legerbasis verklaarde dat de aanvallers legeruniformen droegen en officiële legervoertuigen gebruikten. „Volgens de bewakers waren hun identiteitsbewijzen perfect, tot aan de bloedgroep toe. Ze kwamen langs drie controleposten, maar werden bij de vierde tegengehouden. Een officier vroeg hen hun wapens in te leveren. Ze weigerden en schoten hem door zijn hoofd”, zei de imam tegen tv-zender Tolo. Daarna openden ten minste tien Talibaanstrijders het vuur. Veel militairen waren ongewapend omdat ze net hadden gebeden in de moskee. Ze vluchtten het gebouw binnen, waar de aanvallers hen achtervolgden. Twee aanvallers hadden bomvesten om en bliezen zich binnen op.

Camp Shaheen ligt niet ver van de basis waaraan een Nederlandse delegatie met onder anderen minister Hennis-Plasschaert juist een bezoek had afgerond.