Saskia Stuiveling: Een scherp, modern ‘instituut in een instituut’

Necrologie Saskia Stuiveling (1945-2017)

Saskia Stuiveling, voormalig president van de Algemene Rekenkamer, is afgelopen donderdag onverwacht overleden. Ze is 71 jaar geworden.

Saskia Jenne Stuiveling Foto Vincent Mentzel

Concrete plannen had ze nog niet, maar toen Saskia Stuiveling twee jaar geleden op 70-jarige leeftijd afscheid nam als president van de Algemene Rekenkamer had ze zich voorgenomen haar actieve leven nog lang voort te zetten.

Haar moeder was ruim honderd geworden, dus hield Stuiveling er rekening mee nog een derde periode van dertig jaar voor de boeg te hebben. „Zij heeft geleerd oud te worden, maar ze had geen plan”, vertelde ze in een afscheidsinterview. „Dat zou ik wél willen hebben.” Ze had het ook met eigen ogen gezien bij een onderzoeksproject in de VS, in de jaren tachtig. Ouderen leefden steeds langer terwijl ze gezond bleven, en konden dus langer nuttig zijn voor de samenleving, professioneel of als vrijwilliger. „Dat is goed voor de sociale cohesie.”

Het is haar niet gegund. Afgelopen donderdag overleed Stuiveling onverwachts, een kleine twee weken voor haar 72ste verjaardag. Ze laat haar man, twee kinderen en vier kleinkinderen achter.

Stuiveling zal door bestuurlijk Nederland vooral worden herinnerd om de tweede dertig jaar van haar leven, waarin ze – van 1984 tot 2015 – werkte voor de Algemene Rekenkamer. Eerst werd ze lid van het college, vanaf mei 1999 was ze president van dit hoge college van staat dat de overheid controleert op doelmatigheid en rechtmatigheid van beleid.

Wandelend slecht nieuws

Door deze lange staat van dienst, haar scherpe analytisch inzicht, haar vasthoudendheid en haar onderkoelde maar niet ingehouden manier van communiceren werd Stuiveling in de loop der jaren steeds meer vereenzelvigd met haar werk. Saskia Stuiveling wás de Rekenkamer. „Een instituut verlaat het instituut”, werd geroepen bij haar afscheidsreceptie in de Ridderzaal twee jaar geleden.

„Welke woorden gebruikt Saskia Stuiveling dit jaar? En hoe streng kijkt ze daarbij?” Zo verwoordde premier Rutte bij die gelegenheid de siddering die in mei door diverse departementen ging als zij op Verantwoordingsdag haar oordeel gaf over het overheidsbeleid. „Ik ben natuurlijk wandelend slecht nieuws”, zei ze zelf over haar reputatie in een interview met NRC. Als Stuiveling onverwacht een ministerie binnenwandelde of een bewindspersoon belde, dachten ambtenaren direct dat er ergens een kapitale fout was gemaakt.

Voor haar opvolger Arno Visser (51) was Stuiveling ondanks haar hogere leeftijd een „moderne” president van de Rekenkamer. „Saskia heeft altijd een neus gehad voor nieuwe ontwikkelingen, vooral op digitaal gebied. Langdurige ervaring is niet voldoende om ons werk goed te doen, prentte ze ons in. De wereld om ons heen verandert voortdurend, dat moeten wij dus ook.”

Stuiveling werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog geboren in Hilversum, en groeide op in een intellectueel, artistiek gezin. Haar vader, Garmt Stuiveling, was dichter en hoogleraar letterkunde, haar moeder, Thilde van Vierssen Trip, schrijfster. Als kind wilde Saskia actrice worden; toch koos ze voor een universitaire studie rechten, en aanvullend bedrijfskunde. Dat laatste noemde ze in 2011, in een interview met Intermediair, haar beste besluit ooit. Ze ambieerde geen loopbaan in het bedrijfsleven, maar geloofde dat „bedrijfsmatige kennis” ook van pas zou komen in de publieke sector die ze wilde gaan dienen.

Met Van der Louw naar Den Haag

Die ambtelijke loopbaan begon ze als medewerker van de Rotterdamse burgemeester André van der Louw, van dezelfde partij waar ook Stuiveling lid van was geworden: de Partij van de Arbeid. Zij volgde haar baas in 1981 naar Den Haag, toen Van der Louw minister van Cultuur werd in het kortstondige (acht maanden) tweede kabinet-Van Agt. Zij was daarin staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Na de val van het kabinet bleef Stuiveling in Den Haag, als coördinator bij de parlementaire enquête naar het RSV-drama.

Na haar benoeming in het college van de Algemene Rekenkamer is Stuiveling altijd verschillende nevenfuncties blijven vervullen. Dat was niet altijd onomstreden – een Rekenkamerlid hoort volledig onafhankelijk te zijn, luidde de kritiek – maar Stuiveling vond het juist wenselijk ook elders in het land actief te zijn. Op haar statige kantoor aan het Lange Voorhout loerde immers het gevaar van wat zij noemde „institutioneel autisme”. Zo is Stuiveling commissaris geweest bij de Generale Bank, juryvoorzitter van de Libris Literatuurprijs en lid van de raad van toezicht van de Stichting voor Vluchteling-studenten UAF. Door haar inzet voor Chileense vluchtelingen na de coup tegen Salvador Allende in 1973 had Stuiveling een warme band met Chili en de Chileense gemeenschap in Nederland. Ze adopteerde haar twee kinderen uit dit land.

Haar advieswerk voor de PvdA verliep niet altijd zonder slag of stoot. In 2012 zag zij zich door publicitaire druk genoodzaakt zich terug te trekken als adviseur voor de toenmalige programmacommissie. Sinds haar pensionering bij de Rekenkamer was haar handelingsvrijheid wat groter. Vorig jaar schreef ze mee aan het verkiezingsprogramma van de PvdA.