De regionale journalist stuit sneller op schandalen

Tegels lichten Ze hebben weinig geld, toch doen regionale media ook onderzoeksjournalistiek. Hoe?

Filippijnse vrachtwagenchauffeurs die voor 700 euro in de maand werken bij een transportbedrijf dat schuilgaat achter brievenbusfirma’s in Slowakije. Sjors van Beek, journalist bij regionale krant De Limburger, kwam het verhaal vorig jaar op het spoor.

Vorige week kreeg hij voor zijn artikelen over deze uitbuiting de belangrijkste journalistieke prijs in Nederland: de Tegel, in de categorie onderzoek. De prijs is vernoemd naar het boek Tegels Lichten, van H.J.A. Hofland, de vorig jaar overleden journalist en schrijver, en oud-hoofdredacteur van Algemeen Handelsblad en NRC Handelsblad.

Dat is niet uniek voor een artikel uit de regionale journalistiek. In 2013 werd de Tegel voor onderzoek uitgereikt aan Dagblad van het Noorden voor een reconstructie van Project X in Haren. Dit jaar vielen ook journalisten van de AD-regio-editie Dordrecht in de prijzen met hun onthullingen over chemiefabriek Dupont. Een reconstructie van de teloorgang van FC Twente door journalisten van Tubantia kreeg vorig jaar een Tegel. FC Twente en Dupont worden weliswaar bekroond in de categorie nieuws, maar ook aan die producties ging geruime tijd onderzoek vooraf.

Lees ook het interview met Sjors van Beek over zijn winnende productie: ‘De Filippino’s vond ik op Facebook’

Toch is het merendeel van de Tegel-nominaties, in zes categorieën, elk jaar afkomstig uit landelijke media. Hoe is het gesteld met onderzoeksjournalistiek in de regio? Een rondgang langs de krantenuitgeverijen Persgroep en Holland Media Combinatie (HMC) en de redacties van De Limburger en het Dagblad van het Noorden leert dat er met verschillende constructies wordt gewerkt.

Hugo Schneider, adjunct-hoofdredacteur van HMC, vertelt dat journalisten van de centrale nieuwsredactie af en toe worden vrijgemaakt voor onderzoek. Dat leverde bijvoorbeeld een serie onthullende artikelen over dopinggebruik in de internationale atletiek op. De HMC-journalist werd voor dat werk beloond met de titel Sportverslaggever van het Jaar 2015. „Een voorbeeldige vorm van onderzoeksjournalistiek”, zegt Schneider.

Maar het is lastig bij regionale kranten, vindt Schneider: „Ik zou onze journalisten wel wat vaker willen inzetten voor grote verhalen, maar dat gaat ten koste van de lokale of regionale verslaggeving. En dat is nu eenmaal de functie die we hebben.” Toch heeft HMC een serieus plan om een driekoppige onderzoeksredactie te beginnen.

Ook de regionale titels van de Persgroep hebben geen aparte onderzoeksredacties. Journalistiek directeur Erik van Gruijthuijsen gebruikt de term onderzoekjournalistiek liever niet. „Elke vorm van journalistiek waar je langer dan twee dagen aan werkt is onderzoeksjournalistiek. Ik vind onderzoek een onderdeel van ons dagelijks werk.” Wel worden, net als bij HMC, redacteuren voor langere tijd vrijgemaakt om aan artikelen te werken.

Bij het Dagblad van het Noorden is, door bezuinigingen, een constructie bedacht om met weinig mensen toch onderzoeksjournalistiek te doen. De onderzoeksredactie bestaat uit drie journalisten die rouleren. Ze doen afwisselend vier weken onderzoek en twee weken verslaggeving. Er zijn dus altijd twee onderzoeksjournalisten aan het werk. „Een polderoplossing”, zegt chef Jantina Russchen, maar ze is er blij mee.

Waakhond, ook in de regio

De Limburger is qua oplage de grootste regionale krant van Nederland. Het is ook de enige met een aparte onderzoeksredactie waar zeven journalisten fulltime werken. Tegelwinnaar Sjors van Beek is een van hen. Volgens hem is het klimaat van onderzoeksjournalistiek bij De Limburger uitzonderlijk voor regioredacties in Nederland. De redactie is vorig jaar juni met de komst van Van Beek zelfs nog uitgebreid. Adjunct-hoofdredacteur Bjorn Oostra: „We hebben een traditie van onderzoeksjournalistiek die we hoog willen houden.”

Bestaansrecht, ertoe blijven doen, het principe van ‘waakhond’ zijn in een democratie: het zijn volgens de betrokkenen de belangrijkste redenen voor het behoud van onderzoeksjournalistiek in de regio. Nieuws is tegenwoordig overal te vinden en vaak zelfs gratis. Een dagblad moet zich onderscheiden, duiding en verdieping toevoegen met het grondig uitzoeken van zaken. De ‘kaalslag’ van de journalistiek is bovendien bij regionale kranten groter dan bij landelijke kranten, vinden Oostra, Schneider en Russchen.

Maar Persgroep-directeur Van Gruijthuijsen gelooft niet dat de regionale onderzoeksjournalistiek het moeilijk heeft. „Journalisten in de regio kunnen zich uitsluitend concentreren op wat er in de stad en de regio speelt”, zegt Van Gruijthuijsen. De regionale titels van de Persgroep kunnen voor al het niet-regionale nieuws terecht bij één centrale redactie. Dat komt de onderzoekscapaciteit op de regionale redacties ten goede, zegt Van Gruijthuijsen: „Het levert meer diepgravende journalistiek op dan wanneer regio-redacties met dezelfde bezetting ook nog nationaal en internationaal nieuws moeten maken.”

Regionale media hebben door hun beperkte focus een voordeel als het gaat om onderzoeksjournalistiek, erkennen ook de andere betrokkenen. Regionale journalisten zitten dicht op de gebeurtenissen in de regio en lopen zo sneller aan tegen een onderwerp dat het verdient uitgezocht te worden. De constructie bij het Dagblad van het Noorden van afwisselend verslaggeving en onderzoek doen is om die reden ook nuttig, vindt Jantina Russchen.

Van tips moeten de regionale onderzoeksredacties het overigens niet heel vaak hebben. Klokkenluiders stappen liever naar landelijke media, want dat levert meer aandacht op, zegt HMC-adjunct Schneider. „Dat is een beetje de tragiek van de regionale dagbladen.”