De historische boten waren kansloos

Rondvaart

Amsterdam verdeelde de vergunningen voor grote rondvaartboten. Eerlijker, zegt de wethouder. De sector blijft verbijsterd achter.

Rondvaartboten bij de steigers aan het Damrak in het centrum van Amsterdam. Foto Simon Trel

„Zo’n beetje de hele Amsterdamse vloot is weggevaagd”, zegt Frans Heijn verbijsterd. De schipper en voorzitter van Verenigde Rederijen Amsterdam had wel verwacht dat het maandag voor veel rondvaartbootkapiteins een teleurstellende dag zou worden. „Maar dat het zó erg zou zijn…”

De markt voor rondvaarten moet eerlijker, stelden gemeente en Brussel eerder vast. De 135 boten die jaarlijks zo’n vier miljoen passagiers door Amsterdam varen, zijn nu nog in handen van een vast gezelschap rederijen met vergunningen voor onbepaalde tijd. Voor nieuwkomers was geen plek. „Oneerlijk, ongezond en onrechtmatig”, aldus wethouder Udo Kock (Water, D66).

De 135 vergunningen voor schepen vanaf 14 meter werden maandagmiddag verloot op het kantoor van notaris NautaDutilh. Daarvoor hadden zich 480 kandidaten gemeld, oudgedienden en nieuwkomers. De uitkomst, aan het einde van de avond: 82 schepen, van al gauw 1 miljoen euro per stuk, verdwijnen uit de Amsterdamse binnenstad. Nieuwkomers krijgen ongeveer eenderde van de vergunningen voor de periode 2020-2030 in handen. Wethouder Kock toonde zich „tevreden”. Voor veel rederijen is het een bloedbad.

Schepen met een verbrandingsmotor komen Amsterdam vanaf 2020 niet meer in; de volledige vloot wordt elektrisch. Boten groter dan veertien meter worden bovendien gekeurd door een welstandscommissie die strafpunten geeft voor schepen die langer, lawaaiiger of vervuilender zijn. Dat maakt de kans op een vergunning in de gewogen loting kleiner. Voor rondvaartboten die ‘gezichtsbepalend’ zijn – commissie en gemeente mijden het het woord ‘mooi’ zorgvuldig – was een aparte loting, waarbij ‘beeldkwaliteit’ extra punten oplevert.

Voor de loting in de categorie ‘reguliere rondvaart’ werden 341 schepen ingeschreven. 277 daarvan, stuk voor stuk nog niet gebouwd, kwamen na beoordeling door de commissie op een gedeelde eerste plaats.

„Eenheidsworst van 14,01 meter”, zegt Peter Duwel van de Canal Company smalend. Zijn vloot bestaat nu uit 33 schepen, waarvan straks tweederde de Amsterdamse binnenstad niet meer inkomt. Ook zijn salonboot uit 1927 niet. Die scoorde, net als veel andere omgebouwde klassieke schepen, soms een of twee eeuwen oud, onvoldoende bij de welstandscommissie. Elf traditionele modellen uit de jaren zeventig en tachtig mogen blijven, mits ze elk voor anderhalve ton voorzien worden van volledig elektrische voortstuwing.

„Iedereen verliest, alleen de kleine rederijen hebben alles verloren”, zegt schipper Frans Heijn. „Historische boten, de hele bestaande rondvaart, de passagiersvaart en de salonvaart zijn om zeep geholpen.” Het steekt hem dat de welstandscommissie vooral een voorkeur lijkt te hebben gehad voor traditionele rondvaartboten. „Het wordt minder divers en minder historisch.”

„Daar hebben we de gemeente voor gewaarschuwd”, zegt Elise van der Linden van ’t Smidtje. Die rederij verloor maandag alle acht vergunningen voor haar volledig elektrische, veelal klassieke grote passagiersschepen. „Wij hebben historische boten en kunnen dus niet zeggen: we passen ze zo aan dat we aan de eisen voor de punten voldoen. Het historisch erfgoed is kansloos geweest.”

Een ‘gezichtsbepalend’ schip boekte een perfecte score: de John F. Kennedy van Rederij Kooij, vooral bekend van de grachtentocht met het Nederlands elftal in 1988. Toch hebben ook medewerkers van Kooij gemengde gevoelens. Een woordvoerder: „Het ziet ernaar uit dat we 12 boten kunnen behouden, maar we hebben er 28. Een groot deel van de vloot moeten we dus afstoten, deels varend erfgoed.”

Hoe de Amsterdamse rondvaartvloot er vanaf 2020 uitziet, is overigens onduidelijk. De namen van de winnaars maakte de gemeente maandag niet bekend. Het ‘persmoment’ werd geschrapt nadat de vertegenwoordigers van bijna alle rederijen vroegtijdig waren afgedropen.