Verneder uw vrouw, sla uw kinderen

We woonden in Amsterdam-West, later in Amsterdam-Noord, en we waren volgelingen van dominee Abraham Kuyper (1837-1920), die het calvinisme had ontdaan van elk spoortje negentiende-eeuwse vrijzinnigheid. Onder zijn leiding was de Gereformeerde Kerk teruggekeerd naar zijn zuivere vorm met zijn zuivere leerregels, zoals ze waren bepaald op de Synode van Dordrecht (1618-1619). De mens is door en door zondig en verdient het om voor eeuwig vervloekt te zijn – dat werk.

Abraham Kuyper was tegen de integratie van gereformeerden met andere bevolkingsgroepen – ‘soevereiniteit in eigen kring’ – en dus meden wij met name katholieken. Dat waren ongelovigen die het verdienden om te branden in de hel. Verder kon de waarheid alleen worden gevonden in de Koran, nee, de Bijbel, en omdat kinderen in die waarheid dienden te worden opgevoed, las mijn vader – Gods plaatsvervanger op aarde – ons daar tweemaal daags na het eten uit voor. Ook op school werden we uit de Bijbel voorgelezen en elke week leerden we nieuwe psalmen uit ons hoofd. ’s Zondags stortte de dominee in zijn zwarte toga, de armen dreigend geheven, zijn donderpreken over ons uit.

De herinnering eraan maakte me weer boos toen ik dit weekend in deze krant het verhaal las van Andreas Kouwenhoven over de toenemende macht van het salafisme in Amsterdam-West en Amsterdam-Noord, ten koste van vrouwen en kinderen – orthodoxie gaat altijd ten koste van vrouwen en kinderen. Het plezier waarmee mijn vader ons voorhield dat de man superieur is aan de vrouw, en dat vrouwen onderdanig moesten zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de gelegitimeerde mishandelingen en verkrachtingen van vrouwen in het Oude Testament waarmee we werden gehersenspoeld.

Salafistische geleerden raden ouders aan hun kinderen te slaan wanneer ze niet willen bidden. Volgens Spreuken 19 moeten zoons gekastijd worden zolang er nog hoop is. ‘Maar laat u niet verleiden hem te doden.’ Voor mijn vader was het de legitimatie van de klappen die mijn broers kregen.

Maar dan dit. Kuypers gloriejaren waren rond 1890. In 1901 werd hij minister-president. Vier jaar later was hij zijn macht alweer kwijt. Zijn Gereformeerde Kerk bloeide in Amsterdam tot eind jaren zestig. En toen opeens, poef, was het he-le-maal voorbij.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus, die op vakantie is.