Cultuur

Interview

Interview

Een bewakingscamera hangt aan de gevel van een gebouw naast de El Ouma Moskee aan het August Allebeplein in stadsdeel Nieuw-West in Amsterdam

Foto Bart Maat/ANP

‘Opleiding in Medina vormt geen gevaar’

Abdelouahab Bozhar

Vormt het oprukkende salafisme uit Saoedi-Arabië een bedreiging? Een Nederlandse islamstudent in Medina relativeert.

Het kabinet moet extra maatregelen nemen om de groei van het salafisme in Nederland te stuiten. Daarvoor pleiten politici en deskundigen na berichtgeving afgelopen zaterdag in NRC over moskeeën die in handen zijn gekomen van salafisten, moslims die een fundamentalistische versie van de islam volgen. De ontwikkeling zou verband houden met een toenemend aantal Nederlanders dat in Saoedi-Arabië wordt opgeleid en na terugkeer in Nederland het salafisme komt prediken.

De ChristenUnie vraagt dinsdag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer om opheldering. Arabist Jan Jaap de Ruiter zei zaterdag tegen EenVandaag dat justitie harder moet optreden tegen salafistische moskeeën.

Abdelouahab Bozhar (28) vindt de ophef overdreven. Hij is een van de veertig Nederlanders die momenteel studeren aan de Islamitische Universiteit van Medina.

„Ik begrijp de kritiek die er is op islam studeren in het buitenland”, reageert de voormalig godsdienstleraar vanuit Medina. „Voor ons is het ook niet de meest ideale situatie, omdat wij onze families missen en in een hele andere cultuur terecht zijn gekomen.” Maar Bozhar bestrijdt dat de Saoedische staatsuniversiteit verantwoordelijk is voor verspreiding van het salafisme naar Nederland.

Door buitenlandse imams in spe op te leiden volgens de salafistische leer werkt de universiteit van Medina toch mee aan het verspreiden van het salafisme?

Bozhar: „Ik voel mij niet opgeleid volgens een salafistische leer. Onze docenten komen overal vandaan en geven les over verschillende islamitische stromingen. En er zitten vast docenten tussen die uitspraken of ideeën hebben die niet passen in een seculiere, multiculturele samenleving zoals de Nederlandse. Maar die leg ik dan naast mij neer, omdat wij daar in Nederland geen boodschap aan hebben.”

In het artikel van zaterdag worden voorbeelden genoemd van Saoedische predikers die in Nederlandse moskeeën komen vertellen dat vrouwen niet naar buiten mogen en polygamie moeten accepteren.

„Dat soort predikers begrijpen niet dat wij niet zoals hen kunnen leven, omdat zij onze samenleving niet kennen. Welk weldenkend mens verbiedt een vrouw een wandeling te maken? De islam staat dat gewoon toe. En polygamie is bij wet verboden, dus wie daar behoefte aan heeft, is in Nederland aan het verkeerde adres.

„De moskeeën waar dit speelt, hebben te maken met een specifieke groep salafisten die ook wel Madkhali’s worden genoemd. Zij staan bekend om het verketteren van andere moslims en vormen zeker geen afspiegeling van de Islamitische Universiteit van Medina.”

Wat leert de universiteit jullie dan over polygamie, aangezien dit in Saoedi-Arabië is toegestaan?

„Ik heb het ooit met een leraar over dit onderwerp gehad, en hij zei dat moslims de wet in Nederland niet dienen te overtreden, en daarom niet met meerdere vrouwen mogen trouwen.”

Volgens de Amerikaanse moslimgeleerde Yasir Qadhi zijn de verschillen tussen Saoedi-Arabië en westerse landen zó groot dat studenten na hun opleiding in Medina niet goed weten hoe zij zich in het seculiere Westen moeten gedragen.

„Dat ben ik met hem eens. Aan de ene kant zijn de Nederlanders met wie ik hier studeer zeer goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving en spreken zij goed Nederlands. Maar zij komen hier in Saoedi-Arabië wel in een totaal andere samenleving terecht. De universiteit van Medina is inhoudelijk heel sterk, maar om te weten hoe je die kennis het beste kunt toepassen in een westerse samenleving, zou je ook in het Westen een opleiding moeten volgen. Als er een goede imamopleiding in Nederland wordt opgericht door moslims, ben ik de eerste die zich daarvoor zou aanmelden.”