Jaren werken aan een partij die wel goed ligt

De breuk met haar vaders imago legde haar geen windeieren. Maar wil de eurokritische Le Pen president worden, dan zal ze nog meer water bij de wijn moeten doen.

Marine Le Pen brengt haar stem uit in Henin-Beaumont. Foto Alain Jocard / AFP

Toen haar vader op 21 april 2002 met zijn Front National de tweede ronde van de presidentsverkiezingen haalde, was dat een schok voor Frankrijk en Europa. Linkse kiezers gingen massaal de straat op en beloofden zelfs op de rechtse Jacques Chirac te stemmen om verkiezing van Jean-Marie Le Pen te voorkomen. Dat Marine Le Pen (48) nu de tweede ronde van de presidentsverkiezingen heeft gehaald, lag al maanden in de lijn der verwachting en is voor weinig Fransen nog echt schokkend.

Van alle kandidaten begon ze haar campagne het vroegst. Eigenlijk al toen ze bij de presidentsverkiezingen in 2012 het hoogste aantal stemmen in de geschiedenis van haar partij haalde (6,4 miljoen), stond vast dat ze dit jaar een nieuwe kans zou krijgen. Terwijl de andere grote partijen nog voorverkiezingen moesten organiseren om tot een kandidaat te komen, was zij al permanent onderweg om Franse kiezers de hand te schudden.

Ze heeft de partij „geprofessionaliseerd”, zoals ze het zelf noemt. Haar vader had nooit echt de ambitie om president te worden. Te vaak zei hij doelbewust dingen die grote groepen potentiële kiezers van hem vervreemdden. Antisemitisme, openlijk racisme of expliciete islamkritiek: Marine Le Pen maakte er korte metten mee om het imago van de partij te verbeteren. Nadat ze in 2011 al de partijleiding had overgenomen, zette ze haar vader in 2015 zelfs uit de mede door hem opgerichte partij.

Dat legde haar geen windeieren. December 2015 haalde ze bij de regioverkiezingen in absolute getallen een nieuw record: 6,8 miljoen Fransen stemden op haar partij, in het bijzonder in regio’s waar de economische crisis het hardst had toegeslagen. Maar eind 2015, minder dan een maand na de aanslagen in Parijs, slaagde ze er toch weer niet in dat succes te verzilveren met bestuursverantwoordelijkheid.

Doemscenario’s

Net als in 2002 smeedde links een zogenoemd Republikeins Front met centrum-rechts om in Noord- en Zuid-Frankrijk verkiezing van de kandidaat van het FN voor het regiovoorzitterschap (Marine Le Pen in het noorden, haar nichtje Marion Maréchal-Le Pen in het zuiden) te voorkomen.

Dat kwam hard aan. De partij dacht inmiddels voldoende geaccepteerd te zijn en hoopte in een van de regio’s te kunnen laten zien dat doemscenario’s over het FN aan de knoppen niet hoefden uit te komen. De „défaite victorieuse”, de overwinningsnederlaag (zoals FN-parlementslid Gilbert Collard het noemde) leidde bovendien tot verdeeldheid over de te voeren koers. Daarbij stond Marine Le Pen met haar adviseur Florian Philippot lijnrecht tegenover haar binnen de partij machtige nichtje Marion.

Onder invloed van Philippot is het FN economisch naar links opgeschoven. Hoewel de partij altijd al Europa-kritisch was, is vertrek uit de EU en uit de eurozone op zijn initiatief Le Pens belangrijkste thema geworden. Terwijl het FN vroeger voor alles een anti-immigratiepartij was, hoopte Philippot zo de boodschap en de electorale basis te verbreden. Ook traditionele partijen willen de immigratie beperken, redeneerde hij, en kiezers weten uiteindelijk wel dat het FN het strengst is. Dat hoef je niet te blijven herhalen. Met een pleidooi voor „intelligent protectionisme”, middels tariefmuren en voorrang voor de Franse industrie, hoopte Le Pen ook de laatste arbeiders als kiezers binnen te halen. Ze voelde zich gesterkt door de keus voor Brexit in het Verenigd Koninkrijk en die voor Trump in de Verenigde Staten.

Maar vooral in Zuid-Frankrijk, waar Marion Le Pen het meer klassieke extreem-rechtse en vaak fundamentalistisch-katholieke electoraat van haar opa bedient, leidde die koers tot verzet. Dat Le Pen weigerde de islam rechtstreeks aan te pakken en zelfs zei dat dat geloof „compatibel is met de republiek” was daar moeilijk uit te leggen. Ze beriep zich regelmatig op De Gaulle, wat voor pieds noirs (voormalige Algerijegangers) moeilijk verteerbaar was.

Volg het laatste nieuws over de verkiezingen in Frankrijk in ons liveblog.

Bruggen bouwen

Om de breuk met het verleden extra te benadrukken, weigerde Le Pen tijdens de campagnes zowel haar achternaam als de partijnaam te gebruiken. ‘Marine 2017’ stond op de affiches naast een nieuw logo van een blauwe roos. Met de slogans „La France apaisée” (een tot kalmte gebracht Frankrijk) en „Au nom du peuple” (uit naam van het volk) probeerde ze bruggen te bouwen. Dat ze daarbij ook de Russische president Poetin een bezoek bracht, was in Frankrijk minder omstreden dan daarbuiten: de foto met haar en een door haar electoraat bewonderde wereldleider gaf haar presidentiële allure. Maar toen de peilingen afvlakten, gooide ze in de laatste campagneweek alsnog het roer om. Ze beloofde als president een direct „moratorium op immigratie”.

Of dat accentverschil, of misschien de teruggekeerde angst voor terreur, haar alsnog haar plek in de tweede ronde heeft bezorgd, is moeilijk te zeggen. Wil ze echt president worden en een herhaling van het echec van 2015 voorkomen, dan zal ze meer water bij de wijn moeten doen om een deel van traditioneel rechts te verleiden. Bijvoorbeeld door haar verzet tegen de euro (driekwart van de Fransen wil die behouden) te laten varen.