Singles en koppels met kinderwens helpen elkaar met co-ouderschap

Ouders Wat als je heel graag een kind wilt maar niemand hebt om er een mee te krijgen? Een optie is co-ouderschap: twee of meer ouders, twee huizen. Ouders in spe ontmoeten elkaar op een speeddate.

Rob Bleijenberg (32, links op de foto) en zijn partner Jeroen Versluis (28) willen beiden al van jongs af aan kinderen.

Op een poster bij de ingang van de school in Amsterdam staan twee baby’s met ieder een regenboogvlaggetje in hun hand. Zo’n schattig kindje willen zij ook, de ruim honderd mannen en vrouwen die op een zondagmiddag in april binnendruppelen. Ze gaan speeddaten, in de hoop dat hun kinderwens uiteindelijk in vervulling gaat. De exacte locatie mag van de organisatie niet bekend worden gemaakt, om de privacy van deelnemers van volgende edities te waarborgen.

In de aula staan 25 tafeltjes met stoelen, in de gang ook nog een stuk of 20. Rob Bleijenberg (32) en zijn partner Jeroen Versluis (28) uit Utrecht komen net aan. Ze zijn vrolijk, maar ook een beetje gespannen: „Het is als een eerste date”, zegt Versluis. Beiden willen van jongs af aan al kinderen, vertelt Bleijenberg: „Het is een diepgeworteld gevoel, ik moet gewoon een kind krijgen.” Versluis: „Ik hoef niet per se mijn genen door te geven, maar wil wel mijn idealen overdragen.”

In Nederland worden maar zo’n vijftien kinderen per jaar ter adoptie afgestaan en adoptie van een kind in het buitenland kost tienduizenden euro’s. Onder meer daarom overwegen ze een co-ouderschap. Daarbij ‘deel’ je een kind met een andere single of met een ander stel. Dat betekent dat een kind in principe in twee verschillende huizen zal opgroeien.

Vrees voor conflicten

Ongeveer 80 procent van de deelnemers aan de speeddate wil co-ouder (of meerouder) worden. Dat zijn vooral homomannen (vrijgezel of met een relatie) en single vrouwen. Ook zijn er mannen die zich ‘aanbieden’ als zaaddonor, en vrouwen die een donor zoeken. De 115 deelnemers praten in zes tot tien rondes van elk negen minuten met elkaar. Het is het tiende speeddate-evenement van Meer dan Gewenst – naar eigen zeggen is het initiatief uniek in de wereld. De stichting voor ‘roze’ ouderschap organiseert ook informatiebijeenkomsten voor lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders met een kinderwens.

Uit de eerder gehouden speeddates zijn (voor zover bekend) negen baby’s voortgekomen en twee zijn er op komst. „Dat lijkt misschien weinig”, zegt organisator Sara Coster, „maar het betekent dat deelnemers het ouderschap heel serieus nemen. Ze beginnen niet aan een gezin als het niet goed voelt.”

Hoeveel co-oudergezinnen er in Nederland zijn, waarbij bewust voor die constructie is gekozen (dus niet vanwege een scheiding), is niet bekend. Volgens de Staatscommissie Herijking ouderschap, die in opdracht van de regering onderzoek deed naar het familierecht, komt co-ouderschap wel meer voor dan vroeger.

Een van de deelnemers, een dertiger uit Amsterdam die – net als een aantal anderen – anoniem wil blijven, vraagt of zijn haar goed zit. „Ik dacht eerst nog: zal ik een jasje aantrekken?” Hij is homo en vrijgezel en wil „op termijn” graag kinderen. Hij hoopt hier een co-ouder te vinden, liefst een alleenstaande vrouw. „Met drie ouders wordt het allemaal toch wat gecompliceerder.”

Dat is waar sommige stellen ook voor vrezen: hoe meer ouders, hoe groter de kans op conflicten. Maar adoptie is dus veel prijziger, net als een ivf-traject met een eiceldonor en een draagmoeder. Daarvoor moet je uitwijken naar het buitenland. Kosten: 40.000 tot 100.000 euro. Ook vinden co-ouders in spe het belangrijk dat hun kind niet alleen een of twee vaders heeft maar ook opgroeit in aanwezigheid van de moeder. Tegelijkertijd zijn er stellen die een kind juist voor zichzelf willen: ze willen dat het echt hún baby is.

Maar wat is eigenlijk goed voor het kind? Wat betekent het om op te groeien in twee huizen en (vaak) met meer dan twee ouders? Is dat niet onrustig en verwarrend?

Meerouderschap zal vooral meer gecompliceerde vechtscheidingen opleveren, meent emeritus hoogleraar Ido Weijers. Lees zijn opiniestuk: Twee ouders zijn meer dan genoeg

Meer dan Gewenst wijst erop dat (roze) co-ouderschap een heel bewuste keuze is. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt volgens de stichting dat met kinderen over wie van tevoren goed is nagedacht, het beter gaat dan gemiddeld.

Op het puntje van de stoel

Muziek klinkt, steeds harder. Het signaal dat de eerste ronde bijna begint. Op een groot scherm zien de deelnemers naar welk tafeltje ze moeten. Ze haasten zich. De gesprekken zijn van een afstandje niet te volgen, het is één grote kakofonie.

Aan één tafeltje is een man steeds aan het woord. De twee vrouwen tegenover hem komen er totaal niet tussen. Ze glimlachen en knikken wat ongemakkelijk. Later vertelt een van hen: „Op een gegeven moment dacht ik: waar hangen de camera’s?” Een speeddate verderop: een man en vrouw druk met elkaar in gesprek. Beiden zitten op het puntje van hun stoel en naar elkaar voorovergebogen. Ze lachen.

Na zeven dates heeft een 40-jarige deelneemster uit Arnhem even pauze. Ook zij wil liever anoniem blijven: „Ik vind het toch wel erg privé.” Ze is biseksueel, single en wil al vier jaar graag een kind. „Er is nog niemand op mijn pad gekomen en ik sta door mijn leeftijd al een paar jaar flink in het rood. Eigenlijk wil ik het niet forceren, maar ik moet dus wel iets doen om het lot te helpen.”

Ze heeft met zeven „erg aardige heren” gesproken, van wie een aantal graag ‘donor-plus’ wil worden. Daarbij ziet de vader zijn kind af en toe, bijvoorbeeld eens per maand. Die constructie spreekt haar het meest aan, in plaats van een kind groot te brengen met de vader(s). „Want het voelt voor mij onnatuurlijk om zoiets intiems en groots aan te gaan met een vooralsnog onbekende.” Tegelijkertijd sluit ze co-ouderschap nog niet uit, want ze ziet ook voordelen: „Vooral dat ik de opvoeding makkelijker kan delen wat betreft tijd, energie en verantwoordelijkheid. Dat zou een boel stress kunnen schelen.”

Communiceer!

Keet is een kind van drie ouders – vandaag zet ze haar eerste stapjes met ondersteuning aan nog slechts één handje. Ze werd bijna twee jaar geleden geboren. Haar moeder is Janette Brouwer (44), die single is, haar vaders zijn Ivo Verburg (52) en Pepijn Zwanenberg (47), inmiddels zeventien jaar samen. De ene helft van de week is Keet bij haar moeder, de andere helft op de woonboot van haar vaders. In de zomer gaan ze met z’n allen op vakantie.

Ze wonen in Utrecht, op fietsafstand van elkaar. Dat moet ook zo blijven: dat is, samen met andere afspraken over het ouderschap, vastgelegd in een soort contract. „Dat hebben we er nog nooit bij hoeven pakken”, zegt Zwanenberg. Toch adviseren de drie ouders anderen om ook een document op te stellen. Gespecialiseerde juristen kunnen hierbij helpen.

Pepijn Zwanenberg en Janette Brouwer zijn al ruim twintig jaar bevriend. „Volgens mij is de sleutel dat we elkaar al zo lang kennen”, zegt zij. Tegelijkertijd realiseren ze zich dat de speeddates voor sommigen een uitkomst kunnen zijn. Hun belangrijkste tip, aan al die aspirant-co-ouders? Brouwer: „Communiceer, communiceer, communiceer!”

De drie vinden meerouderschap ideaal. „Ik ben zo intens gelukkig”, zegt Zwanenberg. „Ik wilde niet zo’n saai, oud homostel worden.” Partner Ivo Verburg: „Ik heb tijd voor Keet, maar ook voor mezelf. Als zij er dan weer is, ben ik helemaal opgeladen.”

Toen Zwanenberg Brouwer vroeg of zij moeder wilde worden, was zij al snel enthousiast: „Het standaardbeeld van man, vrouw en kind vond ik vrij beklemmend. Deze constructie geeft veel meer vrijheid.”

Lees ook over het advies van afgelopen december: Kind kan meer dan twee ouders krijgen

En hoe is het volgens hen voor Keet zelf? Zwanenberg: „Wij denken niet dat er nadelen zijn, ook niet op de langere termijn.” Maar hij zegt ook: „Ze zou het lastig kunnen gaan vinden om in twee huizen te wonen. Maar het verschil met gescheiden ouders is wel dat wij vaak dingen samen doen, met het hele gezin.”

Een paar dagen na de speeddatemiddag in Amsterdam laten Rob Bleijenberg en Jeroen Versluis weten dat ze binnenkort met een van de deelneemsters gaan afspreken. „We voelden meteen een klik, we hadden het gevoel dat we nog uren konden doorkletsen.”