Column

Pas op, goed nieuws voor iedereen

Ik heb u op deze plek het afgelopen jaar al vaker lastig gevallen met een overmatige hoeveelheid positiviteit over de economie, maar ik voel de dringende behoefte het nog eens te doen. Want het goede economische nieuws knettert om de oren als vuurwerk op oud en nieuw.

De werkloosheid blijft dalen, de huizenprijzen stijgen, de investeringen groeien, onze export stijgt hard, we consumeren meer. En dat zien we terug in ons gemoed. Het vertrouwen onder consumenten in de economie en in hun eigen situatie staat nu op het hoogste punt in zestien jaar. In zestien jaar! We moeten terug naar begin 2001 om meer optimisme te vinden. Dat is toch een feestje waard.

Zeker als je dieper in die vertrouwenscijfers duikt. Want dan zie je dat voor het eerst in tien jaar het vertrouwen van laagopgeleiden en 65-plussers boven de nul uitkomt. Er zijn nu dus voor het eerst in tien jaar meer positieve antwoorden van laagopgeleiden en 65-plussers op vragen over hun economische en financiële verwachtingen dan negatieve. Dat is een teken dat het optimisme eindelijk breder gedragen wordt.

Zeker als je bedenkt dat het tien jaar geleden 2007 was en we toen op een economisch hoogtepunt zaten dat een stuk zorgelozer aanvoelde dan nu. Opvallend is dat 65-minners op dit moment méér vertrouwen hebben in de economie en de eigen situatie dan toen. 65-plussers zitten nog iets onder hun score van toen. Laagopgeleiden hebben er nu net zoveel vertrouwen in als in 2007.

Ik vind dit echt even het memoreren waard. Want we horen ook zoveel anders: om de haverklap verkiezingen met een hoge inzet, onvrede, zorgen, gebrek aan zekerheid. Zonder twijfel allemaal terecht, maar we moeten de economische positiviteit niet over het hoofd zien. In veel andere Westerse landen zie je hetzelfde economisch optimisme. In de VS, in Duitsland, zelfs in het verder sombere Frankrijk is het economisch vertrouwen behoorlijk hoog of neemt het toe. Onder burgers én onder ondernemers.

Hoe kan dat eigenlijk terwijl er ook zoveel politieke onzekerheid is? Die vraag klinkt bij analisten en professionele beleggers de laatste weken. „Vergeet politiek!”, tweette Jeroen Blokland van Robeco vrijdag. Erbij voegde hij een grafiek van het vertrouwen onder inkoopmanagers in de eurozone. Die klimt omhoog, en staat nu op het hoogste punt in zes jaar.

Reuters en de Financial Times merkten vrijdag allebei op dat het vertrouwen onder Franse ondernemers sterk groeit terwijl er zondag toch best spannende verkiezingen zijn: in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen kunnen twee kandidaten winnen die radicale plannen hebben voor de EU en de Franse economie. Dat maakt kennelijk voor het vertrouwen van burgers en bedrijven niet veel uit.

Gek, want hoe je ook denkt over de politieke keuzes die voorliggen, dat er onzekerheid mee gepaard gaat, lijkt toch evident. En onzekerheid en vertrouwen zijn geen natuurlijke maatjes. Welk beleid gaat president Donald Trump nou echt uitvoeren? Gaan de belastingen omlaag, de investeringen in infrastructuur omhoog of ontketent hij een handelsoorlog? Wat betekent Brexit voor de Europese economie? Wie wordt de nieuwe president van Frankrijk en welk beleid gaat die man of vrouw voeren? Komt er een breuk in de eurozone?

Temidden van die door economen zo gevreesde onzekerheid blijven ondernemers en burgers er gewoon kneiterveel zin in hebben, in die economische toekomst. Terwijl die burgers tegelijkertijd vol zitten met zorgen over welke kant het opgaat met hun land, over hoe mensen met elkaar omgaan en immigratie. Maar op het economisch gemoed krijgt dat geen vat. Daar staat een blij mensje te stuiteren: hoera, hoera, hoera.