Column

Onschuld van internet is allang doorgeprikt

Het internet, dat biedt zoveel kansen. Oké, je krijgt ‘ook een heleboel derrie’ over je heen. Maar excessen worden aangepakt, zoals vorige week toen de Amsterdamse politierechter allerlei racistische uitingen tegen Sylvana Simons moest beoordelen. Alleen aansprakelijkheid van Google zélf of Facebook, nee, dat is nog niet goed denkbaar.

Media-advocaat Jens van den Brink vatte in Nieuwsuur vorige week precies de stand van zaken samen. Het web is moeilijk te reguleren en dat moeten we maar accepteren want de voordelen zijn groter. Alleen, de illusie van internet als het walhalla van communicatie, vernieuwing, wereldvrede en welvaart is al lang doorgeprikt. Internet is ook een instrument van haatzaaiers, leugenaars, pestkoppen, terreur, misdaad, dictatoriale regimes en Orwelliaanse geheime diensten. Er zijn zelfmoorden bekend van jonge mensen die via internet werden gechanteerd en niet verder durfden te leven. De publieke opinie bleek gemanipuleerd met valse informatie, afgestemd op vooroordelen – ‘nepnieuws’.

De Raad van State (anno 1531) signaleerde deze maand het risico van ernstige ‘ontregeling en destabilisatie’ van de samenleving als de integriteit van de ‘digitale publieke ruimte’ niet wordt gewaarborgd. Informatie als ‘digitale grondstof’ is inmiddels net zo belangrijk als de veiligheid van producten en diensten. De vraag moet worden gesteld of er ‘geen regels en aansprakelijkheden nodig zijn, nieuwe instituties wellicht, die burgers en bedrijven kunnen helpen bij het verifiëren van informatie’. En wel „zonder dat dit ertoe leidt dat ieder alleen nog de eigen waarheid hoort”. De Duitse minister van Justitie Heiko Maas (SPD) stelde deze maand voor om internetproviders die ‘nepnieuws’ niet binnen 24 uur verwijderen, boetes tot 50 miljoen euro op te leggen.

Dat internet een ideaal middel is om personen of partijen direct en van dichtbij aan te vallen is een feit. Internet versterkt zichzelf; emoties en fictie winnen snel van feiten en nuance. Adverteerders die op de massa’s jagen houden de machine op gang. Nergens kun je zo snel een haatgolf op gang brengen, een leugencampagne of een reputatiemoord plegen, als op internet. Dat iedereen er ongefilterd, anoniem en ongehinderd op mag vinden we nog steeds in beginsel geweldig – totdat je zelf onder de wielen komt en aansprakelijkheid, verantwoordelijkheid of bescherming nauwelijks blijkt te bestaan. Dat er op internet meer mensenrechten een rol horen te spelen dan alleen uitingsvrijheid is nog maar vrij recent juridisch erkend. Het Europese Hof omarmde in mei 2014 het ‘recht om te worden vergeten’ – in het jaar daarop verwijderde Google ruim 200.000 links naar informatie die voor de betreffende burgers beschadigend, irrelevant, gedateerd of dubieus waren. Nog altijd correcties achteraf.

Emoties en fictie winnen snel van feiten en nuance

Vorige week gaf de Deense advocaat Dan Shefet een lezing in Den Haag – hij geniet bekendheid als de man die in 2015 voor de Franse rechter een bijzondere overwinning op Google boekte. Namelijk een plicht voor Google om wereldwijd beschadigende links naar zijn Parijse advocatenfirma te verwijderen – dus van google.com en niet alleen van google.fr. Sindsdien is Shefet een man met een missie. Het beschermen van de uitingsvrijheid, maar dan wel in balans met andere mensenrechten op internet. Hij vindt gehoor bij de Commissie, Unesco en de Raad van Europa waar de bezorgdheid over de ongereguleerde macht van vooral Google en Facebook groeien.

Shefet pleit voor aansprakelijkheid van providers – ieder die diensten of informatie aanbiedt op internet moet aansprakelijk gehouden kunnen worden voor de eventuele schadelijke inhoud. Ten minste, als die „relatief gemakkelijk” voorkomen had kunnen worden zonder onevenredige gevolgen voor de provider. Met een ombudsman als toetsende instantie. Het voert te ver om zijn maatstaf hier samen te vatten. Maar mij lijkt het een goede richting. Naarmate de macht op internet bij steeds minder bedrijven geconcentreerd raakt, is regulering meer gewenst. Te beginnen met zelfregulering.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht