Oldskool Pacman spelen in de Arcadehal

Oldskool cool De grootste gamehal van de Benelux staat sinds kort in Utrecht. Speelhallen zijn terug van weggeweest door nieuwe aandacht voor oude games.

Foto: Olivier Middendorp

Behendig manoeuvreert Koshin Verberne (21, student ICT) het gele poppetje door de nauwe gangetjes gevuld met bolletjes. Roze, rode, blauwe en gele spookjes achtervolgen hem, maar Verberne geeft geen sjoege. Nog 5 bolletjes te gaan. 4, 3, 2, 1: bingo! Gamepartner Joris de Josselin de Jong (22, student ICT) geeft Koshin Verberne een high five; door naar de 26ste ronde van Pacman. Op naar de hoogste score. Verberne: „Vette shit!”

Vrijdag opende in Utrecht de grootste gamehal van de Benelux: Gamestate. Een kruisbestuiving van een kermis, casino en de klassieke arcadehal. Hier geen onwelriekend, slecht verlicht zaaltje, maar duizend vierkante meter speelterrein met fancy interieur, vloerbedekking, flikkerende lichtjes, harde muziek en 80 spelapparaten. Van ouderwetse arcadegames en flipperkasten tot racespellen en air-hockey. Verberne: „Vooral die oldskool spellen zijn cool.”

Dat ‘oldskool’ momenteel ‘cool’ is, hebben meer ondernemers zich gerealiseerd. Terwijl eind jaren tachtig de meeste gamehallen hun deuren sloten – ze legden het af tegen de gamer die liever thuis op zijn spelcomputer speelde – raakte deze vorm van entertainment juist de laatste jaren opvallend genoeg weer in zwang. In verscheidene plaatsen in Nederland openden de laatste vijf jaar gamenhallen hun deuren: in Kerkrade, Tilburg, Rotterdam, Zoetermeer en Amsterdam. In de hoofdstad werd zelfs een gamehotel geopend. Daar staat in elke hotelkamer een arcadekast.

Nostalgie

Jasper van Vught, docent media- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, ziet voor de opmars van de arcadehal twee mogelijke redenen. Ten eerste, zegt Van Vught, heeft de „gouden generatie uit de jaren tachtig” kinderen gekregen en willen deze volwassenen de spellen die zij in hun jeugd speelden graag met hun kroost delen. „Deze ouders zijn nostalgisch over hun onbezorgde jeugd en vinden het leuk om juist die spelletjes te spelen met de kinderen.” En, reden twee, doordat Nintendo een oude spelcomputer opnieuw op de markt bracht, werd de aandacht weer gericht op oudere games.

Volgens Hasan Tasdemir (43) – door de incrowd in de gamewereld ook wel ‘mister arcade’ genoemd omdat hij de afgelopen tien jaar ongeveer tweehonderd arcadekasten verzamelde – is er nog een derde reden: „Mensen zijn het thuis spelen zat. Ze zoeken buitenshuis vertier en zijn al die super ingewikkelde spellen ook een beetje zat.” Games willen terug naar het principe van ‘keep it simple stupid’, zegt Tasdemir. Ze hebben behoefte aan spellen die eenvoudig in elkaar steken. „Zeg nou zelf: wat is er leuker dan samen een vechtspelletje spelen en elkaar lekker de huid vol schelden?”

Elke maand organiseert Tasdemir in een flinke loods in Zoetermeer een dag waarop hij zijn tweehonderd spelkasten beschikbaar stelt aan een groter publiek. Die dagen ziet hij als de ‘pilot’ voor zijn grote droom: een eigen museum met enkel ouderwetse arcadegames. Want dat, vindt Tasdemir, is wat er soms wel een beetje ontbreekt in sommige nieuwe arcadehallen: het oldskool-gevoel.

Roel Veltmeijer, eigenaar van de arcadehal in Utrecht, begrijpt die kritiek wel. Maar, zegt Veltmeijer, wij zien dit echt als een nieuwe vorm van uitgaan, zoals een avondje naar de bioscoop of uit eten gaan met vrienden. „Wij willen niet het zoveelste zelfde restaurant zijn, dat dezelfde gerechten voorschotelt. We willen echt iets nieuws doen voor jongeren en ouderen.”

Ondertussen spelen Koshin Verberne en Joris de Josselin de Jong („ja, wij zijn game nerds”), het 27ste level van Pacman. De twintigers zijn over het algemeen positief over de gamehal in Utrecht. De fancy arcadehal ziet er „vet” uit, zeggen zij, en er staan een paar „mooie klassiekers”. Ze vinden de spelletjes wel een beetje duur. En het is jammer, zeggen zij, dat er veel ruimte is ingeruimd voor meer kermis- en casinoachtige spellen. Verberne: „Als zo’n apparaat ‘deal or no deal’ roept, heeft het niks meer te maken met arcadegames. Dat is gokken voor kinderen.”