Recensie

Lekker gek gewoontedier

Behalve uitstraling mist de Nissan Micra niks, zegt . En hij is zuinig bovendien.

De Nissan Micra is verrassend zuinig. Deze is gefotografeerd bij autobedrijf Jos van Boxtel in Den Bosch. Foto Peter de Krom

De eigenaar van een nieuwe Nissan Micra zal vaak moeten uitleggen dat hij Micra rijdt. Terwijl die auto zo zijn best doet om gezien te worden. Maar elke hoek en kronkel zag je vaker. Het design is een uitgelaten samenraapselig boeket van andermans veren. De enorme boog over de voorste wielkasten; zie Mazda en Hyundai. Seat ging met die zeezieke golfvormen ooit het schip in. Het dacht een stijl te scheppen, maar kwam te vroeg; de Seat-burger van destijds vond gewoon nog gek genoeg.

Vaker gezien, het zwarte sierlijstje dat in het verlengde van de puntvormige achterzijruit over de C-stijl strijkt? Opel Astra, de Toyota Aygo. De achterlichten zijn ontleend aan de Nissan Juke, maar die rare druiperige uitlopers – alsof ze bij een brand zijn gesmolten – zie je bij de concurrentie ook. Ford Focus, Peugeot 308.

Je ziet hem dus niet, omdat je hem eerder zag. Ik vermoed dat die paradoxale eigenschap hem door zijn fabrikant bewust is meegegeven. De gestileerde overdrijving is bij uitstek het wapen van merken die worstelen met de beeldvorming. De doelgroep: de gewone mens op wie het blind kon rekenen toen Nissans Sunny en Primera heetten.

Het punt is: met gewone mensen is geen land meer te bezeilen. Ze gaan nog braaf naar kantoor. Maar ze laten tattoos en piercings zetten, huilen op televisie uit over opgekropte zielepijnen, ze willen uit de kerkers van hun anonimiteit – en steeds net niet genoeg om met de vastigheid te breken. Die half ontketende en half bedwongen individualiteit, die moet gevoed; met durf, een tikje gevaar, maar gedoseerd. Hun autootje moet dwars zijn en toch keurig blijven. Het moet gecamoufleerde aanpassingsbereidheid indexeren.

Dat is voortreffelijk gelukt. Door de exuberante oppervlakte heen zie je een lief gewoontedier. Tegelijkertijd is hij modern genoeg om de CEO van Nissan verheugd te laten uitroepen: mooi, we zijn weer helemaal bij.

Kan niet missen. Men is te koop vanaf 15.000 euro, men heeft driecilinder benzinemotoren en de onvolprezen kleine diesel van concernpartner Renault. Men heeft een keurig schermpje voor de navigatie, de appjes, de sjieke grotemensendingetjes; actieve veiligheidssystemen, led-lichten, ‘ergonomische antivermoeidheidsstoelen’ en gewaagde kleurencombinaties. Het meubilair van mijn testauto is toegetakeld met Pack Energy Orange, een combinatie van zwart en oranje stof en oranje leer op het dashboard. Het Bose Personal Audiosysteem heeft twee van de zes luidsprekers dicht bij het oor in de hoofdsteun van de bestuurdersstoel, die de muziek trouwens niet nodig heeft om zich verstaanbaar te maken; de Micra is best stil, het is voornamelijk een gimmick. Enfin; belangrijk is niet dat kenners hem gedurfd vinden, belangrijk is dat de rijder voelt dat hij meetelt.

Op één punt verrast hij: met zijn verbruik. Met dezelfde driecilinder turbomotor als de Renault Clio, die ik met 1 op 16 niet bijzonder zuinig vond, scoort de Micra op lange ritten gemiddeld 1 op 21. De Nissan is een kleine 50 kilo lichter, maar dat verschil kan nooit zo’n verbruikswinst opleveren, en de betere stroomlijn van de Clio zou het nadeel moeten compenseren. Hoe het ook zij, een van zijn belangrijkste verkoopargumenten heeft hij binnen. Een Nissan moet spaarzaam zijn. Als dan bovendien zelfs mijn met opties volgeladen testwagen nog geen 22.000 euro kost, is het pleit gewonnen.

Het blijft ongelooflijk wat je voor zo’n beschaafd bedrag krijgt. Ik kan via de bluetoothverbinding Spotify-bestanden afspelen op de voorwaar niet beroerd klinkende geluidsinstallatie. Ik kan handsfree bellen. Ik heb airco met temperatuurregeling en een snel navigatiesysteem. Behalve uitstraling mis ik niks en van de winst kan ik een tattoo laten zetten.

Het mooiste aan de Micra vind ik de verlichte bodem van het aflegvakje voor de versnellingspook, waar je de sleutel deponeert die je niet meer in een contactslot hoeft te steken – de Micra heeft een startknop. Het is een rastertje van lichtpuntjes dat kleine spullen zichtbaar maakt, zoals ooit een verlichte dansvloer discotheekgangers bijlichtte in de danshuizen waar Nissan-pubers in de jaren tachtig met een Sunny werden afgeleverd. Het is een vondst om heel gelukkig van te worden.