Krab met eigen zwembadje in de boom

Illustratie Irene Goede

In het regenwoud in het zuiden van India staan hoge bomen met sprookjesachtige namen. Daar groeit de Ceylonkaneel, waarvan je de lekkerste kaneelstokjes van de wereld maakt. De bloeiende Murdah vind je er ook, het Malabar-ijzerhout en de schoolbordboom. Aan de namen van de bomen voel je de vochtige warmte.

Soms rent er over de schors van zo’n hoge Indiase boom een donkerbruin beest naar boven, met lange poten. Hij is zo groot als een kinderhand en supersnel. Is het een vogelspin?

Nee, het is een krab.

De meeste krabben leven in het water, of er vlakbij. In zee, aan het strand, in meren en slootjes.

Maar er zijn een paar krabben die zich daar niets van aantrekken. Die leven hoog in bomen. In Azië, op Madagascar, op Borneo... En nu is er ook in India één ontdekt. Een boomkrab.

Het leven is niet gemakkelijk voor een krab in een boom. Krabben kunnen niet zo goed zonder water. Ze halen adem met kieuwen. In het water gaat dat prima. Op het land kunnen krabben met hun kieuwen ook ademhalen, maar dan moeten ze wel een beetje nat blijven.

Hoe doet de Indiase boomkrab dat? Hij woont niet in de buurt van beken of rivieren. Maar hij heeft een geheime watervoorraad: in de bomen.

Stel je even zo’n dikke, sprookjesachtige Indiase boom voor. Vanaf de stam groeien stevige, grote takken naar boven. Tussen die takken zit een kuiltje. Bij Nederlandse bomen groeit er in zo’n boomkuiltje soms mos, of een varen.

Maar in het zuiden van India, waar de boomkrab leeft, regent het wel twee keer zoveel als in Nederland. Zo’n kuiltje tussen grote boomtakken loopt bij elke bui vol met regen. Het is net een zwembad. Precies goed voor een boomkrab. Vaak zitten er zelfs een heleboel krabben in één boomzwembad.

De mensen in India weten best dat er in hun bos boomkrabben wonen. Ze zien ze wel eens over een boomstam rennen. Een bioloog vroeg aan een groepje jagers om er een paar te vangen. Dat lukte, maar het was hartstikke moeilijk. Boomkrabben duiken weg in de diepste holtes van hun boom. En ze kunnen razendsnel klimmen. Ze hebben lange, dunne poten met weerhaakjes. De boomkrab is echt een krab die een spin nadoet.