Hoogspanning in rijke thriller over strijd om elektrificatie

Een spannende thriller ten tijde van die andere technologische revolutie. Wacht niet op de verfilming (die er gaat komen), maar lees de roman van Graham Moore.

Enorme financiële belangen, een felle strijd om de markt en om patentrechten tussen topmannen met enorme ego’s, en dat allemaal op basis van nieuwe baanbrekende technologie die grote gevolgen heeft voor de moderne maatschappij. Nee, het gaat hier niet over de strijd tussen Apple en Microsoft om het besturingssysteem voor de thuiscomputer aan het einde van de vorige eeuw, maar over de ‘war of the currents’ die honderd jaar eerder in de Verenigde Staten woedde.

De introductie van elektriciteit – met name voor verlichting in grote steden – leidde niet alleen tot een strijd om de beste gloeilamp, maar ging vooral over welk systeem ingang zou vinden: gelijkstroom, op de markt gebracht door Edison met zijn Edison General Electric Company, of wisselstroom, een ‘uitvinding’ van de Westinghouse Electric Company. Dat wisselstroom superieur was om stroom over grote afstanden zonder al te groot energieverlies te transporteren was duidelijk, maar de daarvoor benodigde hoogspanning ging weer gepaard met een groter veiligheidsrisico.

Daarnaast ontspon zich een felle strijd over het patent op de gloeilamp: Edison had dat weliswaar al in 1879 verkregen, maar zijn gloeilamp werkte eigenlijk pas echt nadat anderen verbeteringen in zijn ontwerp hadden aangebracht.

Over deze ‘laatste dagen van de nacht’ schreef Graham Moore een spannende roman. Hij baseerde zich op de nagelaten brieven en dagboeken van de hoofdrolspelers en consulteerde tal van historici en experts op het gebied van de technologie en patentrecht. Hoewel bijna alle door hem opgevoerde personen in werkelijkheid een rol hebben gespeeld, en ook de meeste gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, verdichtte hij het tijdsverloop waarbinnen de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld om zijn verhaal meer vaart te geven.

We volgen de geschiedenis door de ogen van Paul Cravath, een jonge advocaat die door Westinghouse is ingehuurd. Cravath moet niet alleen opboksen tegen het juridisch team van Edison, dat meer dan 300 rechtszaken heeft aangespannen, een brandstichting oplossen, en een Edison-spion in eigen gelederen ontmaskeren, maar ook nog slimme manieren verzinnen om Westinghouse de overhand te geven met eigen baanberekend technologisch onderzoek. Sleutelfiguur in dat laatste spel is de geniale Servische uitvinder Nikola Tesla, die aanvankelijk bij Edison in dienst was, maar teleurgesteld in diens botte optreden zijn diensten en ideeën aan de hoogstbiedende te koop aanbood.

Het zijn fijne ingrediënten voor een goed verhaal, dat binnenkort ook verfilmd zal worden op basis van een script van Moore zelf, die in 2015 al een Oscar kreeg voor zijn script van de succesvolle Turing-biopic The Imitation Game. Maar deze roman is veel méér dan een spannend verhaal. Aan de hand van de lotgevallen van de drie betrokken wetenschappers/technologen illustreert Moore ook hoe succesvolle uitvindingen tot stand komen: niet alleen bij gratie van geniale ideeën (Tesla), of van iemand die mogelijkheden ziet om ergens een nuttig product van te maken (Westinghouse) en ook zeker niet alleen door de inbreng van iemand die dat product weet te verkopen aan een publiek dat nog niet eens weet dat het er behoefte aan heeft (Edison) – ze zijn allemaal nodig. In die zin zijn er natuurlijk duidelijke parallellen te trekken met de strijd tussen Microsoft en Apple. Daar zijn al tientallen boeken over volgeschreven, maar Moore’s roman laat zien hoe fictie soms meer duidelijkheid kan verschaffen en zeker een diepere indruk nalaat dan het beste journalistieke verslag.