Column

Als Frankrijk uitcheckt ontspoort heel Europa

Op YouTube gaat een filmpje over Europa viraal. Het heet ‘Is the European Union worth it, or should we end it?’ en laat in zeven minuten zien wat de EU is, waarvoor ze is opgezet en wat de successen en problemen zijn. Het werd op 13 april gepost. Een week later hadden ruim twee miljoen mensen het al gezien. Wie wil begrijpen waarom de Franse verkiezingen dit weekend en op 7 mei belangrijk zijn voor ons allemaal, moet dat filmpje even bekijken.

Het Europese project, of je het nu als succes wilt zien of als probleem, draait namelijk om twee landen: Duitsland en Frankrijk. Daar is geen ontkomen aan. Beide landen hebben compleet verschillende culturen en wilden het continent domineren. Driemaal vlogen ze elkaar sinds 1870 in de haren. Die oorlogen kostten tientallen miljoenen mensen het leven. Bijna heel Europa werd verwoest, driemaal. De Duitsers hadden zelfs een woord voor de wederzijdse haat die van generatie op generatie werd doorgegeven: Erbfeindschaft.

Na 1945 zijn leiders van de twee landen bij elkaar gaan zitten. Ze besloten, uniek in de geschiedenis, een manier te zoeken om dit nooit meer te laten gebeuren. Ze wilden dat heel concreet doen. Niet alleen met ronkende verklaringen die je zo naast je neer kon leggen, maar door het heel moeilijk te maken om weer oorlog te voeren. Als eerste stap voegden ze hun zware oorlogsindustrieën (kolen en staal) samen. Die brachten ze onder supranationaal gezag. Vanaf dat moment konden Parijs of Berlijn niet meer zelf over die industrieën beslissen – en dus geen oorlog beginnen.

De Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, van 1951, was een vredesverdrag. Een vredesverdrag met Kolen en Staal. Ook Italië en de drie Beneluxlandjes (die onder de voet worden gelopen als Duitsland en Frankrijk gaan vechten) deden mee.

Als Duitsland en Frankrijk het niet eens waren, schoten ze niet meer met munitie maar met woorden.

Later breidden deze landen hun samenwerking langzaam uit. Handel kwam erbij, en landbouw. Op steeds meer terreinen gingen de Fransen, Duitsers en anderen samenwerken. Als ze het niet eens waren, schoten ze niet meer met munitie maar met woorden.Soms gaat dat keihard. Dan wordt er geschreeuwd en gedreigd. De Fransen zijn eens uit Brussel weggelopen, in 1965, om pas in 1966 terug te keren. Vroeger was zoiets waarschijnlijk militair geëscaleerd. Nu vonden ze – what else – een compromis.

Toch draait de EU nog altijd primair om vrede tussen Frankrijk en Duitsland, en niet om wat daaromheen hangt.

Intussen zijn er (te) veel landen bijgekomen, en veel terreinen van samenwerking. Sommigen zeggen dat de EU vooral een markt is: goed voor de werkgelegenheid, goed voor de welvaart. Dat is zo. Toch draait de EU nog altijd primair om vrede tussen Frankrijk en Duitsland, en niet om wat daaromheen hangt. Als de twee groten het niet eens worden, stagneert Europa. Als ze het wél eens worden, volgt de rest bijna altijd. De markt is een middel om een politiek doel te bereiken: vrede, tussen die twee en dus voor allen. De Brexit is vooral ingewikkeld, maar een Frexit is levensgevaarlijk. De EU is nog altijd het korset van gezamenlijke regels, afspraken en compromissen waar Frankrijk en Duitsland zichzelf (met anderen) hebben ingeregen om te zorgen dat hun onderlinge concurrentie niet wéér uit de hand loopt en tot oorlog leidt.

Zeventig jaar lang heeft het gewerkt. Dit heeft ons tot het rijkste en meest stabiele continent op aarde gemaakt.

Nu wekken drie van de vier kansrijke Franse kandidaten de Erbfeindschaft weer tot leven. Maar Europa kan alleen functioneren als Duitsland én Frankrijk erin blijven investeren. Zo simpel is het. Als de een de ander beledigt en chanteert, en dan uitcheckt, is er geen orde meer in Europa. Dan is het ieder voor zich en maakt rauwe macht de dienst weer uit. En we weten verdomd goed wat daarvan komt.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa