Wetenschap ageert tegen ‘post-truth’

March for science

In 518 steden wereldwijd vertellen wetenschappers zaterdag over het belang van hun werk. ‘Geen waarheid, geen democratie.’

Pearl Dykstra: „Wetenschap produceert de feiten die nodig zijn voor beleid”

Amsterdam. Het moet geen demonstratie van boosheid worden, geen protest of zelfverdediging. Zaterdagmiddag marcheren onderzoekers van universiteiten en hogescholen uit heel Nederland naar het Museumplein in Amsterdam om hun passie voor de wetenschap te vieren. Ook op Plein 1992 in Maastricht is er een March for Science, zoals de wereldwijde actie heet. Er zijn 518 steden waar onderzoekers bij elkaar komen om het publiek te vertellen wat het belang van hun werk is. Het motto: ‘Geen wetenschap, geen bewijs, geen waarheid, geen democratie’. En daarmee is het een actie tegen populistische politici die maling aan feiten hebben en hun eigen waarheid presenteren als alternative facts.

„Ik heb geen moment geaarzeld of ik mee zou doen”, zegt Pearl Dykstra, een van de sprekers op het Museumplein. Ze is hoogleraar empirische sociologie aan de Erasmus Universiteit en lid van het kleine groepje topwetenschappers dat de Europese Commissie adviseert. „Ik hoorde over de actie toen ik in Boston was, kort na de inauguratie van Donald Trump. En ik dacht meteen: ja, dit is belangrijk.” Het was tijdens een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science, het grootste wetenschappelijke genootschap ter wereld. Trump had net alle initiatieven voor de bestrijding van de opwarming van de aarde stop laten zetten, omdat die opwarming volgens hem flauwekul is. En hij had een presidentieel decreet uitgevaardigd tegen de immigratie uit zeven overwegend islamitische landen. „Voor de wetenschap is vrij verkeer over de grenzen cruciaal”, zegt Pearl Dykstra. „Einstein was een vluchteling. De biologische vader van Steve Jobs was een Syrische vluchteling.”

Op het Museumplein vertelt ze vooral over het belang van de sociale wetenschappen. „Wij zijn degenen die de feiten en cijfers produceren waarop overheden hun beleid baseren. Hoe oud mensen worden, hoe de misdaad zich ontwikkelt, hoe groot de inkomensverschillen zijn, wat daarvan de gevolgen zijn, enzovoort. Wij onderzoeken ook de effecten van beleid, waardoor politici kunnen bepalen wat ze willen veranderen.”

Rianne Letschert, rector magnificus van de Universiteit Maastricht, loopt zaterdag ook mee, al moet ze er een beetje om lachen. „Wij zijn eigenlijk niet zo van het demonstreren hè, in onze sector.” Maar het doel heiligt de middelen. „Het is verwerpelijk dat wetenschappelijk werk tegenwoordig wordt weggezet als zomaar een mening”, zegt ze. „En dan alleen omdat de resultaten iemand niet goed uitkomen.” Zij noemt, net als Dykstra, het klimaatonderzoek in Amerika en de alternative facts die daarover gepresenteerd worden.

De vrijheid van wetenschappers is voor haar nog een belangrijke reden om mee te lopen. „Over de hele wereld wordt die vrijheid ingeperkt, en niet alleen in Amerika. In Hongarije is een universiteit gesloten waar wij regelmatig mee samenwerkten. In Turkije worden wetenschappelijke benoemingen vaak niet meer door wetenschappers zelf geregeld.”

Promovenda Rune Bruls staat zaterdag met een kraampje op het Museumplein om aan wie het maar wil horen te vertellen over haar onderzoek aan het Nederlands Herseninstituut. Ze vindt het „juist nu” belangrijk dat mensen snappen waar wetenschappers mee bezig zijn. Er is een beweging tegen wetenschap gaande, zegt ze. „Allerlei ongefundeerde beweringen worden via de sociale media veel gemakkelijker verspreid dan vroeger, en een deel van de mensen gaat er dan zomaar vanuit dat die waar zijn. Daarom moeten we nu echt iets doen om het gewone publiek ook bij de wereld van de wetenschap te betrekken. We moeten laten zien wat wetenschap is en waar het geld voor onderzoek naartoe gaat.”

Zelf doet ze onder andere onderzoek naar de oorzaak van bepaalde ziektes en hoe die bestreden kunnen worden. „Dat is geen werk waarmee je snel resultaten hebt, maar ik hoop dat ik zo uiteindelijk wel kan bijdragen aan de productie van goede medicijnen.”