Recensie

Vileine komedie ‘Slippers’ is nog steeds onweerstaanbaar

Twee komische duo’s die een komedie spelen waarin de acteurs toch geloofwaardig zijn. Het lukt Droog Brood en Plien en Bianca in ‘Slippers’.

Het is een wonderlijk idee: twee komische duo’s die een komedie spelen waarin de acteurs – ondanks de lachwekkende verwikkelingen – toch dienen te mikken op een hoge mate van geloofwaardigheid. Het duurt dan ook even voordat het komediespelen in deze voorstelling op hogeschoolniveau komt. Maar zodra het vliegwiel in beweging is, blijkt het een top-idee te zijn.

Relatively speaking van Alan Ayckbourn, in Nederland beter bekend als Slippers, dateert uit 1965 en was hier twee jaar later al voor het eerst te zien. Het stuk werd een internationaal kassucces, dat altijd wel ergens ter wereld te zien is. En geen wonder; de duizelingwekkende spraakverwarring die het ene misverstand op het andere stapelt, is nog steeds onweerstaanbaar. Ook in deze nieuwste versie, met de dames van het exuberante duo Plien & Bianca en de heren die tot voor kort het absurditeitenduo Droog Brood vormden.

Ayckbourn schiep in deze vileine vreemdgaanderskomedie twee stellen die onderling minstens twintig jaar in leeftijd verschillen. Terwijl deze duo’s generatiegenoten zijn. Maar dat blijkt niets uit te maken; een pruikje, een sixties-tenue en de gehaaide regie van Gijs de Lange zijn ruim voldoende om dit bezwaar overtuigend weg te spelen.

Binnen de kortste keren speelt het gebrek aan leeftijdsverschillen geen rol meer. De Lange vertoont in deze Slippers bovendien een net iets groteskere speelstijl dan bij de vele voorgangers te zien was. En ook dat is geen enkel bezwaar – integendeel, het maakt de personages in hun wanhopige web van leugens des te grappiger.

Bianca Krijgsman, in een Twiggy-achtig mini-jurkje, speelt de jonge vrouw met een effectief tuthola-stemmetje dat haar tot een verraderlijk verleidersmeisje maakt. Plien van Bennekom is de oudere vrouw, die op en top thuis is in de Engelse countryside , al wekt ze de suggestie dat ook zij niet vrij is van een enkele zonde. Bas Hoeflaak is haar overspelige echtgenoot, die af en toe in tomeloze woede kan uitbarsten – bijvoorbeeld als hij nergens de tuinslang kan vinden. Ayckbourn blinkt immers ook uit in dialogen waarin de dramatische onderlaag schemert onder een wirwar aan prietpraat. In de minst dankbare rol van de vier vertolkt Peter van de Witte de jonge man, die echter als ingénu wel alle benodigde onschuld uitstraalt.

Waarmee deze Slippers overtuigend bewijst dat zo’n oud kassucces zich nog volop voor vernieuwing kan lenen.