Cultuur

Interview

Interview

Joris Bengevoord: „Sommigen zullen misschien denken: wat komt daar voor een broekie binnen?”

Foto ANP / Vincent Jannink

Van pretparkdirecteur tot jongste burgemeester

Joris Bengevoord (32) had nooit de ambitie om burgemeester te worden. „Mijn vrienden zeiden: wat heb je te verliezen?”

Verhuizen uit Tilburg, stoppen als directeur van een familiepretpark en afscheid nemen bij productiehuis Zingende Decoupeerzaag. De beslissing om zijn leven om te gooien nam Joris Bengevoord (32) niet in één dag. Maar om burgervader te worden van zijn geliefde geboorteplaats Winterswijk, gaf Bengevoord alles op. Daarmee is hij momenteel de jongste burgemeester van Nederland, en één van de negen van GroenLinks-huize.

De meeste burgemeesters zijn achterin de vijftig en komen van CDA, PvdA of VVD-huize. U dacht: dat kan anders?

„Ik heb nooit de ambitie gehad om burgemeester te worden, totdat ik de profielschets voor burgemeester in Winterswijk voorbij zag komen. Het leek mij fantastisch, burgemeester worden van mijn geboortedorp. Maar ik dacht: ik ben jong, heb geen bestuurlijke ervaring. Waarom zouden ze voor mij kiezen? Toen liet ik het profiel zien aan mijn partner en die zei; ja, maar dit bén jij. Enthousiast, verbindend, ondernemend. Mijn vrienden zeiden: wat heb je te verliezen? Dus ik dacht ik gooi die steen in de vijver, dan weet ik meteen wat mijn marktwaarde is.”

U had nog nooit een sollicitatiegesprek gevoerd.

„Nee. Nou ja, misschien een keer als vakkenvuller. Na mijn studie ben ik meteen het bedrijfsleven ingerold. Ik heb wel veel sollicitatiegesprekken moeten voeren, maar nu zat ik ineens aan de andere kant. Met negen mensen tegenover me. Maar het ging goed, dus nu ben ik ineens burgemeester.”

Hoe bereid je je voor op het burgemeesterschap?

„Sinds het moment dat bekend werd dat ik het ging doen, begin februari, kreeg ik veel telefoontjes. Van een heel blije Jesse Klaver tot collega-burgemeesters die zeiden; kom eens koffie drinken. Dat heb ik veel gedaan de afgelopen weken. De burgemeester van Tilburg, Peter Noordanus, plande zelfs een hele middag vrij om mij een stoomcursus openbare orde en veiligheid te geven. Ook vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken worden trainingen aangeboden, zodat je weet wat je moet doen, stel dat er bijvoorbeeld een crisis uitbreekt. Verder is het vooral lezen; het coalitieakkoord, de begroting, allerlei nota’s.”

Wat is de belangrijkste tip die collega-burgemeesters gaven?

„Dat je als burgemeester strak op de bal moet zitten en je goed moet laten informeren. Hoe ik dat ga doen? Dat begint met goede relaties opbouwen met ambtenaren, politie, raadsleden enzovoort. De boel bij elkaar houden lukt het beste als mensen je kennen, je vertrouwen en weten wat ze aan je hebben.”

Naast de ambtsketen krijgt Bengevoord deze vrijdag ook de Rode Lantaarn, de ‘wisseltrofee’ voor de jongste burgemeester (in 2002 gemaakt door Sander Schelberg, die daarvoor de jongste burgemeester van het land was).

Wat gaat Winterswijk merken van zo’n jonge burgemeester?

„Ik ben veel actief op sociale media en dat wil ik blijven doen. Op die manier hoop ik veel jonge mensen te bereiken en te betrekken bij de politiek. Via Facebook en Instagram laat ik zien wat ik meemaak. Het wordt natuurlijk niet alleen zenden, ik zal mensen ook vragen stellen af en toe.”

In een interview in Binnenlands Bestuur noemt u het een nadeel dat u terechtkomt in een ervaren college, waar de meeste wethouders in hun tweede periode zitten. Als voorzitter moet u de collegevergaderingen gaan leiden. Vreest u niet serieus genomen te worden?

„In mijn zeven jaar in de Tilburgse raad ben ik altijd serieus genomen, dus daar twijfel ik niet aan. Ik kan mij wel voorstellen dat externe gesprekspartners soms misschien zullen denken; wat komt daar voor een broekie binnen? Daar moet je niet naïef in zijn. Dat moet je beseffen, maar daar moet je je niet bang door laten maken.”

Hoe lang bent u al aan het warmdraaien in Winterswijk?

„Sinds half maart ben ik me aan het inwerken. Maar eigenlijk ben je al burgemeester zodra je wordt voorgedragen. Afgelopen weekend zat ik hier op een terrasje en werd ik al meteen aangesproken. ‘Hé burgemeester, succes hè.’ En bij de bakker: ‘Oh, de burgemeester komt brood kopen.’ Overal waar ik kom, ben ik het al. En dat bevalt prima.”