Per boot naar een beter leven in Curaçao

Venezolaanse bootvluchtelingen

Mee met de kustwacht van Curaçao, die Venezolaanse vluchtelingen onderschept. „Ik bad tot ik het licht van de kust zag.”

Controle door de kustwacht van Willemstad. Regelmatig worden hierbij Venezolaanse migranten aangetroffen. foto Prince Victor

“Kijk daar in de verte! Bij helder weer kun je Venezuela zien liggen.” Alexis Girigoria van de kustwacht van Curaçao houdt zich stevig vast aan de reling. Hij zoekt deze ochtend naar Venezolaanse vluchtelingen, die op kleine bootjes proberen over te steken naar Curaçao. „Afhankelijk van de zee en de snelheid van de motor, is het vijf tot zes uur varen.”

Hun aantal groeit sinds de crisis in hun land escaleert. „We hebben vorig jaar 60 Venezolanen uit zee onderschept. Nu, de eerste drie maanden van dit jaar, waren het er al 74”, zegt Vernon Augusta, hoofd van de kustwacht.

Op beelden van bemanningsleden – gemaakt met bodycams – is te zien hoe dat gaat. „We komen gewapend en met onverlichte boten op hen af, via onze radar kunnen we vrij nauwkeurig zien waar de Venezolaanse bootjes zich bevinden. Het is een verrassingsaanval, ze hebben nauwelijks tijd zich te verzetten”, zegt Girigoria, die al 18 jaar bij de kustwacht werkt. Verdrinken er ook mensen? Ze weten het niet. Soms treffen ze kleding en schoeisel aan bij de rotsen langs de kust.

De boot racet verder over hoge, onstuimige golven. In de verte dobbert een klein bootje, ze stormen eropaf. „Graag uw documenten, heren.” Venezuela-Curaçao is al jaren een favoriete smokkelroute voor drugs, wapens en gevluchte criminelen. „Dat maakt het voor ons ook moeilijk als we mensen aantreffen: zijn het criminelen of vluchtelingen? Steeds vaker blijkt het een gemengde groep en treffen we ook drugs en wapens aan”, zegt Augusta. De documenten van deze mannen zijn in orde, ze mogen verder varen.

De zee was ook zeer onstuimig toen de Venezolaanse Ishelia (27) een half jaar geleden op een plat vissersbootje stapte. „We vertrokken ’s nachts. De golven waren hoog, de zee was wild en de boot was klein. Ik was doodsbang en heb gebeden tot ik de lichten van de kust van Curaçao zag.” Op haar schouder staat in sierlijke letters getatoeëerd: ‘mijn zaken gaan goed want God is mijn compagnon’.

De eerste keer dat Ishelia haar land ontvluchtte, nam ze het vliegtuig naar Curaçao. Het lukte haar gemakkelijk als toerist het eiland binnen te komen. Ze vond een baantje in een bar. Na een politie-inval op haar werkplek werd ze samen met andere illegalen het land uitgezet. Terug in Venezuela, waar de situatie verder was verslechterd, besloot ze opnieuw te vluchten.

„Ik kon mijn twee kinderen van 7 en 9 nauwelijks meer te eten geven, alles is schaars. In Curaçao kun je goed verdienen, de levensstandaard is hoog omdat het deel van het Nederlands koninkrijk is. Ik moest het weer proberen.”

Haar kinderen bracht ze onder bij familie. Dit keer durfde ze niet meer met het vliegtuig te komen, de regels voor Venezolanen waren aangescherpt. Bij aankomst moet een Venezolaan nu minimaal duizend dollar aan cash hebben en het bewijs van een hotelreservering of verblijfplaats. Ishelia besloot het via het water te wagen. Ze betaalde 300 dollar aan de eigenaar van een vissersboot en stapte met nog zestien andere Venezolanen in. „Er waren geen zwemvesten, maar er was geen tijd om daar een punt van te maken, de boot moest snel weg.” Voor de kust moesten ze de boot uitspringen en nog een stuk zwemmen, vertelt ze.

Door de extreme crisis – mega-inflatie, schaarste aan eten en medicijnen, de steeds hardere repressie – is een exodus van duizenden Venezolanen ontstaan. Ze gaan voornamelijk naar buurlanden Colombia of Brazilië. Of, als ze de middelen hebben, naar de VS of Europa.

In Curaçao zijn inmiddels tussen de vijf- en tienduizend illegale Venezolanen, terwijl het eiland 150 duizend inwoners heeft. Veel vrouwen werken zoals Ishelia als schoonmaakster of verdwijnen in de prostitutie. „Ik verdien hier rond de 700 dollar per maand, dat is twee tot drie keer zoveel als ik in Colombia of Brazilië zou verdienen. Mijn kinderen in Venezuela leven er maanden van”, zegt Ishelia.

Eduardo Hernandez. Foto Prince Victor

In Willemstad dobberen tientallen fruitbootjes van Venezolaanse eigenaren langs de kade. Eduardo Hernandez (39) heeft een vergunning: hij mag een aantal maanden per jaar zijn fruit in Curaçao verkopen en vaart op en neer. Regelmatig krijgt hij smeekbeden van Venezolanen die mee willen op zijn boot naar Curaçao. „Ik kan mijn vergunning niet op het spel zetten. Maar het doet pijn. Venezuela is compleet verarmd en veranderd in een dictatuur, maar wat kan ik doen?” 

Hij maakt een praatje met een Curaçaose klant, die in vloeiend Spaans een kilo mango’s afrekent. Veel Curaçaoënaars zien de komst van de Venezolanen als een groot probleem. Het eiland heeft al moeilijkheden genoeg: grote werkloosheid, criminaliteit neemt toe en het eiland bevindt zich in een politieke crisis, volgende week zijn er verkiezingen. „We zien de Venezolanen letterlijk aanspoelen op het strand, het dreigt verder te exploderen. Maar wat moeten we? Onze politici kunnen de lokale problemen niet eens aan”, zegt politicoloog Miquel Goede.

Tot een paar jaar geleden kwamen Venezolanen nog naar Curaçao als rijke toerist of investeerder. In die tijd kwam ook Enrique Pimentel (29), om als onderhoudsmonteur te werken.

„Het is triest te zien hoe wij tot paria’s zijn geworden in Curaçao. Ooit werden we met open armen ontvangen, nu zijn we armoedzaaiers, steken we in kleine bootjes de zee over en sluiten ze de deuren voor ons.”