Op zoek naar de legendarische sneeuwluipaard

Sneeuwluipaard

Om de sneeuwluipaarden te beschermen, moet je ze tellen. Wij gingen mee op expeditie, op zoek naar dit bedreigde en legendarische dier, dat vrijwel niemand ooit heeft gezien.

Sneeuwluipaarden domineren in hun eentje territoria van honderden vierkante kilometers. Alleen in de paartijd zoeken volwassen dieren elkaar op. Dat is te zien op deze foto die is gemaakt met een wildcamera in Sailugemsky Nationaal Park in Rusland. WWF Russia/ Sailugemsky NP

Het kan maar één dier geweest zijn. Ronde pootafdrukken in de ondiepe sneeuw, zeker vijftien centimeter in doorsnee. Een lichaamslengte van ruim een meter, gezien de forse paslengte. Een doelbewuste tred, in een rechte lijn bergop. Hier is hij even gestopt om te krabben aan een rots – zie die vijf parallelle krassen, zo breed als mijn eigen hand! – en dáár om een grote grijze kattenkeutel te leggen.

Hij heeft hier echt gelopen, nog geen dag geleden. En wij zijn hem op het spoor: de legendarische sneeuwluipaard.

Valéry Orgoenov komt overeind en klopt de sneeuw van zijn knieën. Zijn kennersblik speurt de helling af. Hij wijst. Dáár moet het dier vandaan gekomen zijn, door die bergpas aan de overkant van het dal. Er loopt een schuin paadje, een wit besneeuwd lijntje op de zwarte puinhelling. Het paadje is gevormd door ontelbare hoeven van Siberische steenbokken en wilde bergschapen. Ook roofdieren maken er graag gebruik van. Dus daar moeten we een wildcamera neerzetten. Niet op de plek waar we nu staan, want hier stroomt binnenkort een woeste smeltwaterbeek.

Ontoegankelijk

Het is eind februari en steenkoud in het Russische deel van het Altaigebergte. We staan vlakbij de grens met Mongolië, op ruim 3000 meter hoogte, middenin het Nationaal Park Sailugemsky. Het kwik komt hier overdag vaak niet boven min 30 graden. Vandaag hebben we geluk: het is maar min 20 en de wind, die meestal buldert en fluit, houdt zich kalm. Dit is het jaargetijde om naar sneeuwluipaarden te zoeken: nu kun je hun sporen zien in de sneeuw en met een jeep over bevroren rivieren rijden om dieper in het gebergte door te dringen.

De sneeuwluipaard is een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld. Nog maar vier- tot zesduizend exemplaren leven er in het wild. Die schatting is zo ruim omdat ze extreem lastig te tellen zijn. Ze leven in ontoegankelijk terrein, in een uitgestrekt gebied, en zijn ook nog eens uiterst schuw. Lokale herders en jagers weten dat ze er zijn, omdat ze sporen en prooiresten vinden – maar vrijwel niemand krijgt er ooit een te zien. ‘De schim van de bergen’, heet de sneeuwluipaard dan ook. Hij speelt een belangrijke rol in lokale mythen en religie – een mix van boeddhisme en sjamanisme.

De grote katachtige leeft hoog in de bergen van Centraal-Azië, van Nepal tot het Altaigebergte. Het Russische deel daarvan, waar wij nu zijn, vormt het noordelijkste puntje van het verspreidingsgebied. Hier leven naar schatting vijftig tot zeventig sneeuwluipaarden, maar het is nooit goed onderzocht. Daarom organiseert het Wereld Natuur Fonds (WNF) dit jaar een systematische telling. Onze expeditie in de republiek Altai maakt daar deel van uit; andere teams doorzoeken de aangrenzende republieken Toeva en Boerjatië.

Gids Valéry Orgoenov toont de krassen van de nagels van de sneeuwluipaard (linksboven). Op de schors van een boom zit een haar van een sneeuwluipaard (rechtsboven). Een keutel van een sneeuwluipaard wordt meegenomen voor een DNA-analyse: per verzamelde keutel kunnen wetenschappers afleiden om welk individu het gaat (linksonder). In de sneeuw wordt de pootafdruk gevonden van een sneeuwluipaard. De expeditieleden zitten het zeldzaam geziene dier op de hielen (rechtsonder).
WWF Russia, Nienke Beintema

We fotograferen de sporen van onze sneeuwluipaard en nemen de poep mee voor genetisch onderzoek. Biologen in Moskou zijn een database aan het opbouwen van sneeuwluipaarden-DNA; per verzamelde keutel kunnen ze afleiden om welk individu het gaat, welk geslacht het heeft en of het verwant is aan dieren verderop. Dat helpt om de populatie in kaart te brengen.

Het is al laat. De wind trekt aan en een dreigende wolkendeken trekt ons dal in. We lopen daarom snel door de bevroren beekbedding terug naar de jeep, balancerend over ijs en keien. In de beschutting van de jeep, een kranig Sovjetmodel, warmen we onze handen aan zoete thee. We eten appelschijfjes, schapenworst en chocola, alles halfbevroren.

Hij heeft hier echt gelopen, nog geen dag geleden. En wij zijn hem op het spoor: de legendarische sneeuwluipaard

En dan rijden we terug naar de berghut waar we verblijven, aan de rand van het Nationaal Park – een paar uur stevig hobbelen door diepe stroomgeulen, over keien en opgevroren ijs, in een adembenemend berglandschap. We passeren groepjes half-wilde jaks, steile kliffen met buitelende alpenkraaien en een enkel houten hutje met golfplaten dak waar rook uit de schoorsteen kringelt. Hier, op een van de meest onherbergzame plekken ter wereld, wonen herders die het hele jaar door met hun schapen door het droge landschap trekken.

Stropers

Eenmaal terug in de berghut eten we kruidige soep van gerst en schapenvlees. Al snel komt de wodka op tafel. Tatyana Ivanitskaya, van het WNF-kantoor Altai-Sayan, legt uit waarom het zo belangrijk is om sneeuwluipaarden te onderzoeken. De laatste twee decennia is hun aantal sterk afgenomen – maar niemand weet precies hoeveel. „Als je niet weet waar de dieren leven en hoe het met ze gaat, dan kun je ze ook niet beschermen”, zegt ze.

Op veel plekken worden de luipaarden gestroopt om hun mooie vacht en om hun botten en tanden, die als traditionele medicijnen naar China gaan. In Toeva doden herders sneeuwluipaarden om hun schapen te beschermen. Deze herders wonen relatief hoog in de bergen, waar de grote katten ’s nachts weleens een schaap komen stelen. De diepere oorzaak van de bedreiging van de luipaarden, zegt Ivanitskaya, is de armoede van de bevolking.

Overzicht van de populaties sneeuwluipaarden in Centraal-Azië, met bovenaan in het Altaigebergte de plek waar de expeditie heeft plaatsgevonden. Studio NRC/WWF

In de republiek Altai zijn er door jacht en stroperij steeds minder prooien voor de sneeuwluipaarden. Daarnaast worden de grote katten vaak slachtoffer van strikken of klemmen die eigenlijk bedoeld zijn voor andere dieren, zoals muskusherten. Strikken en klemmen zijn weliswaar verboden, maar toezicht is lastig in deze ruige natuur. Bovendien is er veel corruptie. Boswachters stropen zelf, of laten zich omkopen. Stropers op heterdaad betrappen doen ze liever niet. Veel stropers zijn zwaar bewapend – en vallen soms boswachters aan.

Kopjes geven

Na het eten drinken we oploskoffie rond de enorme stenen houtkachel die ook als fornuis dient. Buiten huilt de wind onder een heldere sterrenhemel. Wie binnenkomt neemt een wervelende wolk sneeuw mee, die smelt op de vloer.

Ivanitskaya vertelt verder: „Op een paar plekken in de Altai werken we al een paar jaar met wildcamera’s. Daar hebben we dus een goed beeld van hoeveel individuen er leven.” De camera’s staan verdekt opgesteld langs wildwissels en maken automatisch foto’s, en vaak ook filmopnamen, als er een dier voorbijloopt. „Het mooie is”, zegt ze, „dat je sneeuwluipaarden individueel kunt herkennen aan het patroon van hun vacht. Dat is zo uniek als een vingerafdruk.”

Bioloog Denis Malikov, wetenschappelijk directeur van Nationaal Park Sailugemsky, laat op zijn laptop een hele serie voorbeelden zien. Het zijn intrigerende beelden van dieren die vlakbij de camera rondscharrelen. Veel steenbokken. Een paar wilde bergschapen met enorme gekrulde hoorns. Een Altai-berghoen, zo groot als een kalkoen. Een bruine beer. Een wolf, met soepele tred. En dan een beeld dat je adem doet stokken: een sneeuwluipaard in de schemering. De grote kat heeft een verbazend lange en dikke staart. Sierlijk stapt het dier tussen de stenen. Het blijft staan bij een groot rotsblok, snuffelt en geeft kopjes, hoog tegen de rots, staande op zijn achterpoten. „Hij markeert zijn territorium”, vertelt Malikov. „Een mannetje, kijk maar naar de stevige kop. We zien hem regelmatig op deze plek.”

Het dier kijkt even recht in de camera. Zware wenkbrauwen, grote lichte ogen met bijna ronde pupillen. Dan keert het zijn achterste naar de rots, tilt zijn staart op en sproeit een straal urine recht naar achteren, tegen de rots aan. Ziezo, geclaimd. Zelfverzekerd loopt het dier het beeld uit.

Malikov is er zelf ook even stil van, al ziet hij de beelden niet voor het eerst. Heeft hij ooit weleens een sneeuwluipaard in het echt gezien? „Nog nooit. Oh, was het maar zo.” Hij is beslist niet de enige. In ons gezelschap van twee biologen en acht lokale rangers – allen veteranen in dit terrein – is er maar één die wel dat geluk heeft gehad: onze gids Orgoenov.

Vlechtende rivier

De volgende dag is het stralend weer en veel kouder dan gisteren. Orgoenov neemt ons opnieuw mee op pad. Hij is hier geboren en getogen. Zijn verweerde gezicht oogt ouder dan zijn veertig jaren. Jarenlang was hij jager van beroep. Wolvenjager. Voor elke geschoten wolf betaalt de overheid een premie. Wolven doden hier namelijk veel schapen, een makkelijke prooi. Orgoenov wéét dat wolven doden niet helpt: de leeggevallen plekken worden snel weer opgevuld door migratie en grotere worpen, vertelt hij. Maar wolven zijn traditioneel de vijand; wie er een doodt, is een held.

Wolven die zijn geschoten door gids Valéry Orgoenov. Voor elke geschoten wolf krijgt hij een premie. Nienke Beintema

Nu werkt Orgoenov als gids voor het Nationaal Park – al kan hij het wolvenjagen niet helemaal laten. Het bewijs daarvan ligt sinds gisteren stijf bevroren op de parkeerplaats van onze berghut: drie prachtige grijze wolven, broers uit dezelfde roedel. Ze vertegenwoordigen een maandsalaris voor Orgoenov, die drie kinderen moet onderhouden.

„Ik ken hier elke bergrug als de vingers van mijn hand”, zegt hij. Trots vertelt hij hoe hij maar liefst twee keer in zijn leven een sneeuwluipaard heeft gezien. Ook gestroopt? „Nee, zeg!”, reageert hij.

Hier moeten we naar boven, wijst Orgoenov. Boven ons uit torenen roodbruine kliffen, fraai beschenen door de zon. De wind giert om de rotsen. Boven ons zweeft een lammergier.

We klimmen zigzaggend omhoog, langs het enorme nest van een steppearend. De ijskoude, ijle lucht bijt in longen en neusgaten. Al snel heeft mijn lijf het behaaglijk warm, maar mijn vingers en wangen zijn gevoelloos. Er ontvouwt zich een majestueus uitzicht, met in de diepte een breeduit vlechtende ijsrivier die schittert in het zonlicht, en daaromheen een eindeloze schakering van pieken en dalen.

Na een uur stevig klimmen staan we bovenop de bergkam. Hier kun je tegen de wind in leunen. Orgoenov en Malikov lopen geroutineerd heen en weer, speurend naar de beste plek om de camera neer te zetten. Dit moet hem worden: een richel vlak langs de afgrond. Ze nemen wel een halfuur de tijd om de camera precies goed te richten, niet te hoog, niet te laag, niet tegen de zon in. Ze bouwen hem in met keien, zodat hij niet opvalt en een paar weken stevig kan blijven staan. En dan dalen we snel weer af. Voor dralen is het veel te koud.

Vaste paden

Maar hoe bestrijk je met camera’s een gebied zo groot als Frankrijk en Duitsland samen? „Perfect is het nooit”, zegt Alexander Karnaukhov van het WNF-kantoor Altai-Sayan, die de Russische telling coördineert. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar zeldzame dieren. „Maar op plekken waarvan we al weten dat er sneeuwluipaarden zitten”, zegt hij, „kunnen we de populaties volledig in kaart brengen met camera’s en genetische analyse van de uitwerpselen .”

Daarnaast doorzoeken biologenteams nu alle andere gebieden waar in theorie sneeuwluipaarden kunnen overleven. Speciaal ontwikkelde software laat zien waar die gebieden liggen, op basis van geografie en factoren als temperatuur, vegetatie en sneeuwdiepte. Je hoeft die plekken niet helemaal uit te kammen, benadrukt hij. Een kenner kan precies inschatten waar een sneeuwluipaard zijn vaste paden heeft: over de bergkammen. Dan heb je aan 32 camera’s genoeg om dit hele nationale park te dekken, zegt hij. Met 180 stuks bestrijk je alle Russische habitats. Karnaukhov: „We hopen deze aanpak ook te introduceren in de andere sneeuwluipaardlanden.”

In dit zeer verlaten deel van Rusland hoog in de bergen domineert een enkele sneeuwluipaard een territorium van enkele honderden vierkante kilometer.
WWF
Wildcamera in het Altaigebergte.
Nienke Beintema
In de avond raken de voertuigen vast in de sneeuw.
Nienke Beintema
In de winter kun je met jeeps over bevroren rivieren rijden en diep in het gebergte doordringen. Dit is het jaargetijde om naar sneeuwluipaarden te zoeken

Nienke Beintema
De wereld van de sneeuwluipaard is verlaten en koud: een temperatuur van min 30 is heel normaal.
Nienke Beintema, WWF

Tijdens de volgende drie dagen installeren we nog een nieuwe wildcamera. Bij twee al eerder geplaatste camera’s vervangen we de batterijen en de geheugenkaart. Intussen inventariseren we de steenbokken en wilde bergschapen. Gespannen bekijken we elke avond de oogst van de geheugenkaarten. Veel vals alarm: een steppebunzing, een haas, een wapperende grasspriet.

Maar dan! Een schitterend portret van een sneeuwluipaard in de zon. Het dier is schuin van achteren gefotografeerd op een bergpas, als een koning die uitkijkt over zijn rijk. Een mannetje dat de biologen nog niet eerder hadden gezien. Er zijn ook verschillende beelden van luipaarden in het schemerdonker.

Paraplusoort

Een goede oogst; de biologen zijn tevreden. Maar wat een monnikenwerk. Zijn die vijftig tot zeventig Russische sneeuwluipaarden dat echt allemaal waard? Dmitry Burenko, directeur ontwikkeling bij het WNF in Moskou, vindt van wel. Hij praat er gepassioneerd over, bij een laatste ontbijt met gerstepap in de berghut. „We richten ons op de sneeuwluipaard omdat het een zogeheten paraplusoort is”, vertelt hij. „Een roofdier aan de top van de voedselpiramide, dat je alleen kunt beschermen door een heel gebied te beschermen, met al zijn soorten. Het hele ecosysteem profiteert ervan.”

Sneeuwluipaard betrapt door wildcamera. Foto WWF Russia/ Sailugemsky NP

Uiteindelijk, benadrukt Burenko, komt het neer op armoedebestrijding en educatie. „We werken samen met de plaatselijke bevolking om ze een alternatieve bron van inkomsten te geven”, vertelt hij, „bijvoorbeeld uit toerisme. Maar ook via banen in de natuurbescherming.” Onze gids Valéry Orgoenov is daarvan een voorbeeld. En in Toeva worden jagers die vroeger sneeuwluipaarden doodden, nu betaald om wildcamera’s te plaatsen en te controleren. Als ze een sneeuwluipaard weten vast te leggen, krijgen ze een bonus – plus een extra bonus als ‘hun’ dier aan het eind van het jaar nog leeft. Dat blijkt goed te werken. „Stropers wíllen helemaal geen sneeuwluipaarden doden”, zegt Burenko. „Ze willen alleen maar hun gezin onderhouden.”

De aanpak heeft veel weg van ontwikkelingswerk, zegt hij, door de sociale projecten. Bijzonder zijn de wildcamera’s en vooral ook het boegbeeld: de charismatische grote kat. „Natuurlijk”, lacht Burenko. „Dat is waar mensen voor warmlopen. Zou jij helemaal hierheen zijn gekomen voor een verhaal over armoede?”