Cultuur

Interview

Interview

Siem de Jong: „Ik zal niet zeggen dat ik in Newcastle nooit dacht: bekijk het maar. Maar je bent professional.”

Foto Robin Utrecht

Ondanks alle tegenslagen voelt Siem de Jong zich bevoorrecht

Siem de Jong

Siem de Jong (28) speelt zondag met PSV een beladen duel tegen zijn oude club Ajax. De oudste van de broers kende na zijn successen bij Ajax veel blessureleed in Newcastle. Maar hij kijkt liever naar positieve dingen.

De verkiezingsstrijd was nog in volle gang toen Siem de Jong zijn vriendin vroeg of hij in interviews echt moest zeggen wat hij dacht. Dat hij het jammer vindt dat de tegenstellingen tussen mensen dezer dagen vaak wordt belicht. Dat iedereen best één stuk vlees per week minder zou kunnen eten. Dat hij vindt dat de vervuiler moet betalen. Wie duur rijdt, zou meer moeten afstaan. Geldt ook voor hemzelf, zegt hij, als bestuurder van een snelle Duitse wagen.

Maar er is een bezwaar tegen die openheid. „Want ik heb makkelijk praten. Ik kan zeggen: is dat polariseren nodig? Is die eigen identiteit nou echt een ding? Maar voor wie bijvoorbeeld geen baan heeft, is dat moeilijk om te horen. Met vrienden voer ik die discussies wel. Maar ik denk niet dat ik publiekelijk alles moet zeggen. Al heb ik misschien goede argumenten, tegen mij zeggen ze dan dat ik het goed heb. ‘Jij kan doen wat je wilt.’ En ja, dat is zo.”

De middenvelder zegt wat hij later nog eens zal herhalen gedurende het interview: „Ik ben bevoorrecht.”

Topwedstrijd tegen Ajax

Misschien is dat ook wel de instelling die hem tekent. Siem de Jong (28) is van de nuance, bedachtzaamheid, van relativering, zo nu en dan. Terwijl de voormalige VWO-leerling in zelfmedelijden zou kunnen vervallen door alle blessures die hem dwars zaten, benadrukt hij liever dat het leven goed is. Hij maakt mooie reizen met zijn vriendin, koestert de nabijheid van zijn vrienden nu hij op huurbasis voor PSV speelt en prijst zich gelukkig omdat hij dit jaar met broertje Luuk (26) in een team speelt.

„Nu sta je er niet altijd bij stil, maar later zullen we beseffen hoe speciaal dat is. Zoiets is niet veel mensen gegeven.” Later: „Maar we praten lang niet altijd over voetbal. Toen we in 2011 de kampioenswedstrijd tegen elkaar speelden [Ajax-FC Twente], gingen we twee dagen ervoor nog samen eten. We hebben het altijd goed kunnen scheiden. Als Luuk drie keer per week wordt gevraagd waarom zijn seizoen wat minder gelukkig verloopt, ga ik niet meer aan hem vragen waar hij denkt dat dat aan ligt. Ik help hem liever in het veld.”

In Eindhoven speelt De Jong zondag tegen zijn oude club Ajax. Een beladen duel, dat PSV moet winnen om zicht te blijven houden op de tweede plek, die recht geeft op een plek in de voorronde van de Champions League. Bij een zege zal de achterstand drie punten bedragen, met nog twee duels te gaan. Bij verlies eindigt PSV definitief als derde.

Hoogtepunten van De Jong:

Vice-aanvoerder in Newcastle

Dat De Jong momenteel weer in de eredivisie speelt, had hij halverwege 2014 niet voorzien. Na vier landstitels op rij met Ajax tekende hij die zomer een contract dat hem voor zes seizoenen aan Newcastle United verbond. Succes gloorde. Uitgeleerd in Amsterdam en meteen vice-aanvoerder aan de Tyne. De meest luidruchtige spelers hoeven niet per se de beste leiders te zijn, verklaarde toenmalig manager Alan Pardew indertijd. De Jong lijkt iemand die eerst denkt, dan doet.

De omstandigheden zijn perfect. Hij heeft een mooi salaris en betrekt met zijn vriendin een appartement nabij het levendige centrum van Newcastle. Het eerste weekend dacht hij dat er een carnavalsfeest aan de gang was. Wat bleek: Newcastle is de hotspot voor vrijgezellenfeesten. Zijn vriendin kon zich er goed redden. Als zelfstandige in de wereld van sociale media kon ze relatief eenvoudig haar werk voortzetten. Om het weekeinde krijgen ze bezoek uit Nederland. Vanaf Newcastle Airport gaan per dag vijf vluchten naar Nederland.

Alles klopt. Behalve zijn ontwikkeling. Het eerste jaar mist hij grotendeels door twee blessures. Een dijbeenkwetsuur kost hem vijf maanden, een klaplong twee maanden. „Blessures komen nooit goed uit, maar nu wel heel slecht. Word je gekocht, ben je heel het jaar geblesseerd.”

Het jaar erop is hij voornamelijk reserve. Hoewel hij achttien keer in actie komt in de Premier League, heeft hij met zijn 442 speelminuten nog geen vijf hele duels gespeeld. In drie duels, tegen Chelsea, Manchester United en Aston Villa, mag hij één minuut invallen om tijd te rekken: in alle drie pakte Newcastle een punt.

„Ik zal niet zeggen dat ik in Newcastle nooit dacht: bekijk het maar. Maar je bent professional. Als ik negentig minuten speel, geef ik honderd procent. Als ik één minuut speel ook. Dat je tegelijk ook baalt, mag geen invloed hebben op je motivatie. Als wisselspelers moesten we op de training wel eens extra lopen. Soms balen, maar op diezelfde training probeer je in het partijspel toch te laten zien wat je kan. Die tien minuten waren voor mij misschien wel de belangrijkste tien minuten van de dag.”

Of hij bang is dat zijn lichaam de belasting van topvoetbal niet aankan? Dat niet. Sommige van zijn blessures, zoals de twee keer dat hij moest herstellen van een klaplong, waaraan hij inmiddels is geopereerd, hebben niks met voetbal te maken, zegt hij. „Punt is wel dat je lichaam telkens weer moet wennen aan de belasting. In het voetbal is daar niet altijd de tijd voor, je moet er soms meteen staan. Maar ik let goed op mijn lichaam. Ook al wil je altijd spelen, soms moet je zeggen: nu niet. Als je op 95 procent zit en je geeft 100 procent, doe je net iets te veel.”

Bewust besteedt hij tegenwoordig meer tijd aan de warming-up. Zit hij vaker in het krachthonk. Liet hij zich uitgebreid medisch keuren bij PSV en bezoekt hij experts buiten de club. En telkens hoort hij hetzelfde: dat er niks te zien is waardoor hij meer kans heeft om weer een blessure op te lopen. En juist daarom vraagt hij zich af hoe het toch kan? Kerngezond én toch een pechvogel.

Cristiano Ronaldo

Ik ben me er bewuster van geworden dat je elke dag iets zou moeten doen om jezelf te verbeteren. Het ultieme voorbeeld blijft Cristiano Ronaldo. Die wist dat hij zoveel extra moest doen om de beste te worden en doet dat ook, terwijl hij meer afleiding van randzaken heeft dan, bijvoorbeeld, ikzelf. Dat zie je niet veel, dat spelers dat kunnen opbrengen. Hier proberen jongens dat ook. Ik zou eigenlijk nog naar de gym moeten, hoor je dan. Maar het schiet er ook bij in.”

Terwijl hij met PSV verwikkeld was in de strijd om de koppositie, heeft De Jong met interesse de verkiezingen gevolgd. Broertje Luuk gaat vaak discussies aan en wil ze winnen ook. De Jong heeft een mening en wil die delen. In de kleedkamer heeft hij aan al zijn teamgenoten gevraagd wat ze gingen stemmen. En vooral: waarom?

„Welke keuze iemand maakt, vind ik niet erg. Maar ik vind dat iemand het zou moeten kunnen onderbouwen. Heeft ook te maken met Trump en de Brexit: daarvan dachten mensen ook dat het niet zou gebeuren. Toen ik bij Newcastle aan ja-stemmers vroeg waarom ze voor de Brexit hadden gestemd, hadden sommigen geen antwoord. Dan denk ik: zou je je niet een beetje verdiepen? Vroegen ze aan mij: wat maakt jou dat eigenlijk uit? Nou, omdat de pond ineens tien tot twintig cent in waarde daalde. Als jij in tien jaar je geld bij elkaar moet verdienen, scheelt dat toch geld.”

De Jong grinnikt. Zijn tegenargument was niet serieus bedoeld. Het was meer een kwinkslag om te prikkelen.

Toch deed het hem deugd dat hij sommige ploeggenoten aan het denken heeft gezet. „Ik heb voor de verkiezingen redelijk wat gelobbyd. Voetballers niet stemmen? De kleedkamer is een afspiegeling van de maatschappij. De een is ermee bezig, de ander niet. Maar voor mijn gevoel zijn sommige jongens toch de stemwijzer gaan doen na de gesprekken die we hadden. Dat is al winst.”

Zijn vriendin merkte eens op dat hij voor iemand met gematigde opvattingen vrij rechts leefde. Wel milieuvriendelijk stemmen en tegelijk een vervuilende auto rijden.

„Misschien ga ik die eens inruilen”, zegt De Jong grijzend. Werkelijk? „Nou, ik denk aan kleine stapjes. Als ik op reis ga, kruis ik bij KLM altijd de optie aan om voor een paar euro een boom te planten. Mocht ik een zwaardere auto hebben, dan neem ik er misschien een elektrische bij. Al zeg ik er wel vaak bij dat ik de laatste drie jaar maar 10.000 kilometer heb gereden. Anderen rijden met een zuiniger auto 100.000 kilometer.”

Geen telefoon in de kleedkamer

De Jong vertelt over een andere discussie die soms in de kleedkamer woedt, over het gebruik van telefoons. De vraag daarbij is: moet spelers altijd op hun mobiel kunnen kijken? Nee, vindt trainer Phillip Cocu. In de kleedkamer zijn ze verboden, evenals in de ruimte van de fysiotherapeuten.

„Het is een generatieding. Wij zijn ermee opgegroeid, de trainers niet”, zegt De Jong. „Ik vind het niet per se een slechte gewoonte. Kijk, nu het verboden is, zie je dat spelers plekken opzoeken waar het wel mag. Staan ze in de gang naast de kleedkamerdeur te appen. De fysio’s hoor ik zeggen dat jongens vroeger nog gewoon even langs kwamen om te kletsen. Maar je kunt toch ook gesprekken voeren met een telefoon in je hand? We maken er grapjes over, maar de trainer zegt ook terecht: komen jullie maar met een alternatief voor een goede regeling.”