De Nederlanders van de ‘vergeten missie’ in Afghanistan

Honderd Nederlanders zijn nog actief voor een NAVO-missie in Afghanistan. NRC ging mee met een bezoek van Defensieminister Hennis en legerleider Middendorp. „Je moet durven te zeggen: dit gaat jaren duren.”

Minister Hennis-Plasschaert tijdens een tweedaags bezoek aan Afghanistan. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Een enorme tent met een grote houten bar, tafeltennistafel, voetbaltafel, een klein podium. Overal blikjes alcoholvrij bier. Het Lions Rock café op het Nederlandse deel van het militaire kamp van Mazar-e-Sharif in Noord-Afghanistan. In een kring staan tientallen militairen rond Tom Middendorp, de Commandant der Strijdkrachten. Hij spreekt zijn troepen toe: „Misschien denken jullie dat in Afghanistan niet veel verandert. Maar als je uitzoomt zie je dat wel. Geen Afghaan wil nog terug naar de tijd van de Talibaan.”

Middendorp bezoekt samen met minister Jeanine Hennis (VVD, Defensie) twee dagen de Nederlandse eenheden in Afghanistan. Er zijn nog honderd Nederlanders actief voor de NAVO-missie Resolute Support – ze adviseren hoger Afghaans politie- en militair kader. Voor Hennis en Middendorp een bijzonder moment – ze nemen allebei binnenkort afscheid.

Middendorp werd twee keer uitgezonden naar Afghanistan. In Uruzgan, waar Nederland tussen 2006 en 2010 vocht tegen de Talibaan, was hij commandant. Nederland verloor daar 25 mensen, veruit het grootste dodental op een missie de afgelopen tientallen jaren. De oorlog tegen de Talibaan duurt nu ruim vijftien jaar – op het hoogtepunt waren meer dan honderdduizend NAVO-militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers in Afghanistan.

In Mazar-e-Sharif concluderen Middendorp en Hennis nu: dit land kan nog niet op eigen benen staan. Hennis: „Twee jaar geleden droeg de internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid voor de veiligheid over aan Afghaanse militairen en politie. De situatie is sindsdien broos. Dit dreigt een vergeten missie te worden. Dat mogen we niet laten gebeuren.”

Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Afghanen trainen

Twee helikopters scheren laag over een oefenveld op camp Marmal bij Mazar-e-sharif. Vanaf de achterklep tuurt een boordschutter over het veld. In het gras, tussen het stof, staat de Nederlandse majoor Cees (55), die als adviseur in Afghanistan werkt. Zijn achternaam mag niet in de krant, om veiligheidsredenen. De rol van Nederland vat hij simpel samen: „We hebben gevochten in Uruzgan, we hebben soldaten en politie vechttraining gegeven in Kunduz, en nu adviseren we hoger militair- en politiepersoneel bij het opzetten van een organisatie.”

Want organiseren, dat kunnen de Afghanen niet goed. Hoe rekruteer je manschappen? Hoe leid je mensen op? Hoe zorg je voor materieel? Hoe hoog in rang de Afghaanse officieren ook zijn, van bedrijfsvoering of militaire tactiek weten ze meestal niets. Dus adviseert de majoor, voornamelijk zes Afghanen die aan hem zijn toegewezen.

Dat is lastig. Komt de majoor in Noord-Afghanistan bij een hoge politieleider van 62 jaar, verantwoordelijk voor het korps in zijn district, zit die man vooral in zijn tasje te loeren of Cees weer thee en stroopwafels heeft meegenomen. De man komt soms niet opdagen voor afspraken, en begrijpt niet altijd waarom vrouwen een functie krijgen die meer behelst dan wassen en strijken. Cees: „Vooral de oudere Afghanen zijn moeilijk te adviseren. De jongere leidinggevenden tonen meer initiatief, voelen zich meer verbonden met de toekomst van het land. Het hele politie- en militaire apparaat moet worden opgebouwd. Je moet durven te zeggen: dat gaat jaren duren.”

Tom Middendorp kijkt naar een demonstratie van een medische evacuatie tijdens een tweedaags bezoek aan Afghanistan. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Talibaan rukken op

In de omgeving van Mazar-e-Sharif is het rustig, vertellen militairen. Zó rustig, dat ze soms bijna vergeten dat ze in missiegebied zijn. In Kabul is de sfeer anders, blijkt tijdens een autorit door de stad. Vorig jaar vielen in deze stad nog tachtig doden bij een zelfmoordaanslag. De rit mag alleen met scherfvesten aan, door een stad vol blokkades, met een militaire basis in het centrum die zeer zwaar wordt bewaakt.

Toen de NAVO zijn ISAF-missie afbouwde en in 2015 de Afghanen weer verantwoordelijk werden voor de veiligheid in hun land, rukten de Talibaan meteen op. Legerleider Middendorp: „Toen de Afghanen ineens op eigen benen moesten staan, hebben de Talibaan maximaal getest hoe sterk die benen waren. Die zijn dus wankel.”

De Talibaan kregen weer voet aan de grond in gebieden die Nederland net had verlaten. Eerst in Kunduz, later in Uruzgan. Ze werden verjaagd met behulp van Amerikaanse luchtsteun. Uit een recente documentaire van regisseur Thomas Blom en verslaggever Sinan Can vanuit Uruzgan, bleek al dat veel van de concrete resultaten die Nederland in Uruzgan behaalde, alweer teniet zijn gedaan doordat de Talibaan sterker worden.

De Nederlandse trainers in het noorden, die alleen op pad mogen met drie tot zeven pantservoertuigen als beveiliging, krijgen regelmatig klachten van hun Afghaanse ‘leerlingen’. Die vertellen over de vele doden die vallen aan de kant van de Afghaanse politie en het leger. Het zijn er iedere maand honderden: alleen al in de noordelijke provincies.

Tom Middendorp bezoekt een plaatselijke markt tijdens een tweedaags bezoek aan Afghanistan. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

„We hebben altijd gezegd: de NAVO-landen kunnen pas weg als de condities ernaar zijn. Dat is duidelijk nog niet zo”, zegt Middendorp over de opkomst van de Talibaan in sommige gebieden. Hennis: „Natuurlijk is het fragiel. Maar we moeten ook niet iedere keer wanhopen als er een aanslag is. Kijk ook eens naar hoe het land er vijftien jaar geleden voor stond en hoe het nu is.”

Zeker, er is veel bereikt. 9,2 miljoen Afghanen (op een bevolking van circa 32 miljoen) kregen toegang tot onderwijs. Bijna 25 miljoen Afghanen kunnen nu beschikken over stromend water en sanitaire voorzieningen. Er kwamen de laatste jaren 6.000 banen bij in het land. En: Afghanistan is geen uitvalsbasis meer voor terroristische aanvallen in het Westen.

Het is nu ‘poppyseizoen’ in Afghanistan. De opiumoogst. Traditioneel weinig gevechten, omdat veel Talibaan leven van de oogst. Daarna is het Ramadan, de islamitische vastenmaand. Maar dan stijgt de temperatuur en komt de zomer eraan. Dat betekent: vechtseizoen. Op een lokale markt in Kabul, binnen de veilige ring rond de militaire basis, wijst Middendorp erop dat is afgesproken dat NAVO-landen sowieso in Afghanistan blijven. Hoe precies, en of Nederland de missie verlengt die tot eind dit jaar loopt, moet de komende maanden blijken.

De commandant van Resolute Support heeft Middendorp verteld dat „hulp en advies” van Nederland nodig blijven. Middendorp rekent erop dat Afghanistan nog jarenlang steun nodig heeft. „Er is een hele nieuwe generatie in opkomst die niet accepteert dat ze weer teruggaan in de tijd. Die vrijheid van onderwijs en meningsuiting zijn gaan waarderen. We moeten met de internationale partners niet weglopen als de veiligheid zo kwetsbaar is.”

Noot: NRC ging op uitnodiging van het ministerie van Defensie mee op het tweedaagse troepenbezoek van de minister en de Commandant der Strijdkrachten in Afghanistan. Reis en verblijf waren met militair materieel en op militaire bases. Defensie had geen invloed op de inhoud van dit artikel.