Juridisch jasje voor markt gezocht

Oogstmarkt

De populaire Oogstmarkt in Noord leek met sluiting te worden bedreigd. De gemeente buigt zich nu over de vraag of het een markt is of een evenement.

De goedbezochte tweewekelijke Oogstmarkt met regionale producten moet behouden blijven in zijn huidige vorm, vindt de organisatie. Een petitie hiervoor is door 5.000 mensen getekend. Foto’s Pim Vuik

Even dreigde de Rotterdamse Oogstmarkt aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Wat in 2009 begon als het Rotterdamse Oogstfestival – dat in de gemeentelijke papierwinkel viel onder de regels die gelden voor evenementen – is nu al enige jaren een tweewekelijkse goedbezochte markt met regionale producten op het Noordplein. De in november aangepaste regels die bepalen dat een themamarkt niet vaker dan twee keer per jaar op dezelfde plek mag worden gehouden, leken het einde te betekenen van de Oogstmarkt zoals we die kennen.

Zeer tegen de zin van de organisatie, deelnemers en bezoekers. Binnen korte tijd werden 5.000 handtekeningen verzameld onder een petitie voor behoud van de Rotterdamse Oogstmarkt in zijn huidige vorm. Wethouder Maarten Struijvenberg (werkgelegenheid en economie) zei, toen initiatiefneemster Rianne Andeweg hem deze week op het stadhuis de handtekeningen aanbood, dat hij de Oogstmarkt een warm hart toedraagt en graag samen met de organisatie tot een oplossing wil komen.

Wat Andeweg betreft is de oplossing niet om de markt onder de nieuwe marktverordening te laten vallen. „Dat is een jas die ons niet goed past. Die laat geen ruimte voor de kenmerkende elementen die de Oogstmarkt uniek maken. We zouden meer gaan lijken op andere markten, meer eenheidsworst dus.”

Op de markt op het Noordplein kun je nu nog een biertje of een glas wijn drinken. Aan de sfeer wordt verder bijgedragen door lichtversterkte muzikale optredens van jong Rotterdams talent. In beide wordt door een marktvergunning niet voorzien. Voor het schenken van alcohol is ontheffing van artikel 35 van de Drank- en horecawet nodig, die wel voor een evenement, maar niet voor een markt kan worden afgegeven.

„Niet dat er bij ons volop wordt gezopen”, zegt Rianne Andeweg, „maar bier en wijn horen nu eenmaal bij de verblijfsfunctie die de Oogstmarkt óók heeft: picknicken op het plein met wat je op de markt koopt.”

Bovendien zou opereren onder de marktverordening in financiële zin ongunstig uitpakken. Zoals Andeweg het formuleert: „De Oogstmarkt ademt met de seizoenen. Dat betekent dat we de ene keer meer kramen hebben dan de andere, maar de kosten voor de vergunning blijven dezelfde.”

Het aanpassen van de regels was nodig omdat de vroegere deelgemeenten elk hun eigen opvattingen hadden over evenementen en themamarkten.

Wethouder Struijvenberg heeft de gemeentelijke juristen gevraagd te onderzoeken of er binnen de bestaande regels mogelijkheden zijn om de Oogstmarkt vaker te houden zonder de beperkingen die aan een marktvergunning kleven. „Eind mei praat de wethouder opnieuw met de organisatie. Tot die tijd kan de Oogstmarkt gewoon plaatsvinden”, laat zijn woordvoerster weten. „Er wordt gezocht naar een structurele oplossing.” Of de gemeente bereid is om, mocht binnen het huidige juridische kader geen oplossing voorhanden zijn, dat kader te verruimen, kan de woordvoerster van de wethouder niet zeggen. „We kijken nu niet verder dan stap één. Er komt in elk geval een voorstel dat met de organisatie wordt besproken.”

„Er kleven een paar ingewikkelde dingen aan,” weet Rianne Andeweg. „Artikel 35 geldt voor het hele land. We zijn niet de enige zelfstandige markt die er tegenaan loopt.”

Bij de Oogstmarkt leeft al langer de wens om door te groeien naar een wekelijkse frequentie. „We willen een goede kwaliteitsmarkt zijn. Daar zal altijd vraag naar bijven bestaan,” zegt Andeweg.

De goede wil lijkt er te zijn.