‘Ik schreef altijd in de zomervakanties’

De eerste baan

Kinderboekenauteur Jacques Vriens (71) begon zijn carrière voor de klas. Oud leerlingen herkennen zich regelmatig in zijn personages.

Foto Ans Brys

Bijna moest hij huilen, die dag in 1969 dat Jacques Vriens aanklopte bij het kamertje van zijn directeur op de Merkelbachschool in Amsterdam. Vriens, 23 jaar en vers van de kweekschool, had zich voorgenomen een aardige, grappige en geduldige meester te worden. Maar de kinderen van zijn klas vijf (tegenwoordig groep zeven) dreven hem tot wanhoop. Ze waren onrustig, luisterden niet en liepen middenin zijn uitleg naar de wc.

„Ik kan het niet,” zei Vriens vertwijfeld. „Heus wel,” reageerde de directeur en vroeg hem waar hij goed in was. „Verhalen vertellen en toneelspelen,” antwoordde Vriens. „Mooi,” zei de directeur, „Dan vertel jij de kinderen morgenochtend na het rekenen een prachtig geschiedenisverhaal. En ’s middags gaan jullie toneelspelen.”

Directeur op z’n 26ste

Een kantelmoment, vertelt Vriens bijna een halve eeuw later. Door vanuit zijn sterke punten te werken – een tip die hij doorgaf nadat hij op zijn 26ste zelf schooldirecteur werd – won hij het enthousiasme van de kinderen. Niet alleen kwam er rust in de klas, hij ontdekte een mix die hij als succesvol kinderboekenschrijver van nog altijd maakt: onderwijs, toneel en verhalen vertellen.

Mickey, Edgar, Hedy en al die 39 kinderen uit zijn eerste schoolklas vormden de personages in zijn debuut. Meer dan negentig kinderboeken later – waaronder de serie over Meester Jaap – put hij nog steeds inspiratie uit de Merkelbachschool. aangevuld met avonturen uit zijn eigen jeugd, zijn tijd als directeur van twee andere basisscholen, de levens van zijn twee kinderen en drie kleinkinderen. „De wereld van kinderen verveelt nooit. Alles komt langs: vriendschap, ruzies, verliefdheden, onzekerheden.”

Mensen zeggen wel eens dat mijn boeken zo fijn voorlezen. Ik hoor meteen: klinkt dit nou?

Hardop voordragen

Tot 1993 schreef Vriens zijn kinderboeken naast zijn werk. „Dan begon ik een boek de ene zomervakantie, en schreef ik het de volgende zomervakantie af.” Maar het werd teveel, zeker omdat hij als directeur ook nog zelf voor de klas wilde staan. „Stoppen vond ik lastig. Ik had altijd de ambitie om de kinderen samen met collega’s een stevige basis te geven. Lezen, schrijven, rekenen, maar ook dingen als zelfvertrouwen.”

Vriens kreeg tijd om onderzoek te doen voor historische kinderromans, zoals zijn verfilmde bestseller Oorlogsgeheimen. En hij ging zijn boeken omwerken tot toneelstukken, waarin hij ook zelf speelt.

Eigenlijk is schrijven ook toneelspelen voor Vriens. Als zijn vrouw langs zijn werkkamer loopt, hoort ze hem praten. Dan zit hij dialogen luidop voor te dragen. „Mensen zeggen wel eens dat mijn boeken zo fijn voorlezen. Dat komt denk ik daardoor. Ik hoor meteen: klinkt dit nou?”

Contact met de Merkelbachschool heeft hij altijd gehouden. Oud-leerlingen, die zich regelmatig herkennen in de personages in zijn boeken, komen soms naar Limburg, waar hij tegenwoordig woont, en laatst was er een reünie. „Het blijft een leuke, vooruitstrevende school. We hebben afgesproken dat ik een keer kom voorlezen.”