Cultuur

Interview

Interview

Tanja Nijmeijer met haar vriend Boris, in La Elvira

Foto Nina Jurna

Het nieuwe leven van Tanja Nijmeijer

Nederlandse guerrillastrijder

Met andere guerrillastrijders bereidt Tanja Nijmeijer in Colombia haar terugkeer in de samenleving voor. Ze blijft strijden voor de idealen van de FARC, vertelt ze. Ze wil lesgeven, en met haar vriend Boris een soapserie maken over het leven in de jungle.

Bij de ingang van de zone wordt ‘Alexandra Nariño’ opgeroepen. Even later verschijnt Tanja Nijmeijer in een strakke legerlegging, donker vest, en met kortgeknipt haar. Alexandra Nariño is haar nom de guerre. Die gebruikt ze dus nog.

„Hou je van wandelen?”, vraagt Nijmeijer bij de ingang van het kamp waar ze samen met driehonderd mede FARC-strijders is ondergebracht. Op haar zwarte rubberlaarzen wil ze over het modderige bospad naar de permanente woningen lopen die worden gebouwd voor guerrilla’s die de gewapende strijd hebben neergelegd, zoals zij. Het is nieuw voor haar om zo vrij over een weg te lopen. „De jaren in de jungle moesten we zover mogelijk bij wegen vandaan blijven, dat was te riskant”, vertelt ze. „Ik tuurde soms tussen de bomen door om een glimp van de weg op te vangen.”

Vijftien jaar lang, vanaf haar 24ste, streed Tanja Nijmeijer mee in de ondoordringbare Colombiaanse jungle als guerrillero voor de marxistische guerrillabeweging Las Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC). Nu is de 39-jarige Twentse bezig met haar reïntegratie in de Colombiaanse samenleving. Het is de eerste keer dat ze een Nederlandse verslaggever laat zien hoe het leven van de FARC-strijders is sinds het vredesakkoord van eind vorig jaar. Ruim drie uur vertelt ze, eerst afstandelijk, later opener, over de eerste maanden van de vrede, haar toekomst en haar tijd in de jungle.

In ruim vijftig jaar oorlog tussen de FARC en de Colombiaanse regering vielen tenminste 220.000 doden en raakten vier miljoen mensen ontheemd. Nijmeijer pleegde aanslagen in steden, op de Transmilenio bijvoorbeeld, een snelbus-systeem in de hoofdstad Bogotá. En ze legde bommen, onder meer bij een zaak voor sportartikelen van een rijke ondernemer. In eerdere interviews zei Nijmeijer dat bij deze acties geen doden vielen.

Geschiedenis van de FARC in een tijdlijn:

Sinds 2010 staat ze op de internationale terroristenlijst van de VS. Interpol vaardigde een arrestatiebevel tegen haar uit voor haar betrokkenheid bij de ontvoering van drie Amerikaanse militairen die in 2003 met een vliegtuig neerstortten in FARC-gebied. Daarover zegt Nijmeijer dat ze onschuldig is en slechts als tolk fungeerde.

In de afgelopen vier jaar groeide Nijmeijer uit tot internationaal boegbeeld van de guerrillabeweging. Ze onderhandelde als delegatielid namens de FARC mee in Havana over vrede. In een referendum vorig jaar oktober wees de Colombiaanse bevolking het vredesakkoord dat in Havana werd bereikt af. De FARC en de regering-Santos gingen opnieuw praten. De overeenkomst werd aangescherpt. Het Colombiaanse parlement keurde het nieuwe akkoord goed.

Lees ook het NRC-interview met Tanja Nijmeijer uit 2016: ‘Ik begreep waarom het volk de wapens oppakte’

Inmiddels zijn de naar schatting zevenduizend FARC-strijders onder wie Tanja Nijmeijer ondergebracht in 26 speciale zonas veredales transitorias de normalización, zogenoemde overgangszones. Hier bereiden de guerrillastrijders zich voor op terugkeer in de maatschappij. Uiterlijk eind mei moeten ze hun wapens inleveren en later dit jaar verschijnen ze voor een waarheidscommissie of vredestribunaal. De guerrillero’s riskeren taakstraffen tot maximaal 8 jaar.

Mee met Boris

Tanja Nijmeijer bevindt zich in de transitiezone ‘La Elvira’, drie uur rijden ten zuiden van de miljoenenstad Cali over een smal en steil zandpad langs kleine dorpjes en nederzettingen. Pal naast de smalle weg is een diep ravijn. Transport is er nauwelijks in dit vergeten gebied. Kinderen moeten kilometers lopen naar het enige schooltje in de omgeving.

Het kamp ligt in dit dorpje in Colombia:

Nijmeijer kent het gebied niet goed. „Ik zat jarenlang in het zuiden van het land in de jungle. Mijn vriend Boris was in deze omgeving gestationeerd. Na de vrede heb ik een verzoek ingediend of ik met hem mee mocht.”

Voordat we naar de woningen wandelen, leidt Tanja Nijmeijer ons rond in het kamp. In de verte brullen graafmachines. Een groep guerrillero’s sjouwt met bouwmaterialen, aardekleurige golfplaten en lange houten latten.

„Ze horen nu eigenlijk in de klas te zitten en lessen te volgen in plaats van huizen te bouwen. Maar toen we hier aankwamen was er niets geregeld door de overheid, alleen de grond was bouwrijp gemaakt.”

Een gezette indiaanse vrouw in een rood shirt komt op de bouwplaats op haar af. Of ze Tanja even kan spreken. De twee trekken zich op een afstandje terug. Later vertelt Nijmeijer dat de vrouw advies vroeg. „Haar relatie is uit en daarom wilde ze overgeplaatst worden naar deze werkplaats, zodat ze haar ex niet steeds in het kamp tegenkomt”, zegt Tanja.

Spandoek met FARC-leiders in transitiezone ‘La Elvira’. Foto Kaveh Kazemi / Getty

Hoewel haar rang net als de rest van de groep ‘guerrillero’ is – voetsoldaat – is duidelijk dat ze een bijzondere positie inneemt: ze wordt steeds aangesproken door ex-strijders die haar om raad vragen. Een paar jonge FARC-meiden in hippe gerafelde spijkerbroeken, met make-up en sieraden, proberen tevergeefs met hun mobieltjes op het wifi-net te komen. Kan Tanja het misschien proberen? Een jonge moeder, pas bevallen, begrijpt niets van de documenten waar met tekeningetjes wordt uitgelegd hoe ze haar baby moet verzorgen. „Wat betekent dit plaatje?”, vraagt ze Nijmeijer die de papieren aandachtig bestudeert.

„Dit is echt wat ik het liefste doe, werken voor de gemeenschap, mensen helpen, mensen lesgeven”, zegt Nijmeijer. Mensen verwachten van haar dat ze de politiek in zal gaan als de FARC zich vanaf augustus gaat omvormen tot een politieke partij. „Maar mijn passie en ambitie liggen niet in de politiek of bij de top van de beweging, maar in het onderwijs, het liefst op lokaal niveau.”

Zo begon haar avontuur bij de guerrillabeweging ook, ooit. Het eerste jaar gaf ze Engelse les aan de FARC. „Dat was een redelijk rustig jaar in een kamp met enige luxe, er was bijvoorbeeld een televisie.” Na dat jaar ging Tanja Nijmeijer naar een zwaar militair trainingskamp in de jungle om een echte guerrillero te worden. „Je leert rennen, rollen, vluchten, jezelf beschermen en met wapens omgaan. Daarnaast leer je ook denken als een militair, jezelf geestelijk sterk maken met ideeën. Mijn commandant zei: je moet eerst je hoofd bewapenen, dan pas kun je een goede guerrilla zijn.”

Of ze grenzen heeft overschreden en oorlogsmisdaden heeft gepleegd houdt ze voor zichzelf.

„Ik vind een interview niet de plek om daarover te praten. Dat doe ik voor het tribunaal, later dit jaar. Mensen zeggen dat ik door te zwijgen juist de verdenking over me afroep, maar ik hoef de media toch niet voor rechter te laten spelen?”

Spijt van haar betrokkenheid bij guerrilla-acties heeft ze hoe dan ook niet, wel had de FARC volgens haar eerder moeten stoppen met ontvoeringen en het maken van burgerslachtoffers. „Maar in oorlogstijd kun je geen ethische waarden en normen opleggen, een oorlog is nu eenmaal niet humaan.”

Ze merkt dat mensen moeilijk begrip kunnen opbrengen voor haar besluit zich aan te sluiten bij de FARC. Maar ze heeft nog steeds dezelfde doelen als toen, zegt ze, zoals een eerlijke verdeling van de rijkdom en grond in Colombia. Nu deze thema’s gedeeltelijk zijn vastgelegd in het vredesakkoord, kan de FARC daarvoor strijden zonder wapens.

Soapserie

Het is lunchpauze en in de open keuken achter de ingang van het kamp worden kommen met rijst, gekookte aardappels en kippenbouten uitgedeeld aan de guerrillero’s. Het dagelijks ritme in de transitiezones is vergelijkbaar met dat in de junglekampen. „De corveediensten zijn net zo ingedeeld als vroeger, we staan nog steeds om vijf uur op”, zegt Nijmeijer.

Foto Nina Jurna
Foto Nina Jurna
Foto Nina Jurna
Foto Nina Jurna

Haar partner Boris Guevara komt aanlopen. Hij is een goed uitziende guerrillero met zonnebril die zichzelf vernoemde naar zijn grote voorbeeld, de Argentijnse revolutionair Che. Het stel is vier jaar samen, ze leerden elkaar kennen bij de vredesonderhandelingen in Havana waar ze deel uitmaakten van de delegatie. Boris wil in de toekomst speelfilms maken, zijn grote passie. Nijmeijer: „We waren laatst samen op het filmfestival in Cartagena. We hebben een wild plan om een soort soapserie te maken over de guerrilla. Niet direct over de oorlog, maar over het dagelijkse leven, over romantiek en vriendschap bijvoorbeeld, om ook een andere kant te laten zien. We zijn immers ook gewone mensen,” lacht ze.

Rondom het kamp zijn militairen gestationeerd die, na jaren tegen de FARC te hebben gevochten, er nu juist zijn om hen te beschermen tegen aanvallen van paramilitairen en andere vijanden.

De paramilitairen zijn strijdkrachten die door grootgrondbezitters worden aangestuurd. Nijmeijer noemt hen een reële dreiging. „Ze willen wraak nemen op ons voor de oorlog.” In 2003 sloot de regering een akkoord met de paramilitairen. Maar nu de FARC de wapens heeft neergelegd en de drugshandel heeft afgezworen is er een vacuüm ontstaan in de cocahandel, waar paramilitairen en bendes in springen.

Ook leeft de angst dat ex-guerrillero’s van de FARC, eenmaal uit de transitiezones, geronseld worden door de paramilitairen. „Veel van onze leden zijn ongeschoold, zelfs analfabeet, maar kunnen wel goed met wapens om gaan. Als de paramilitairen ze een goed salaris bieden kan dat verleidelijk zijn”, zegt Nijmeijer. Daarom is volgens haar onderwijs cruciaal. „Je moet de guerrillero’s, nu er vrede is, een alternatief bieden.”

Schoolbord

Op het terrein staat een vrachtwagen met opengeklapte zijdeuren. Tanja Nijmeijer gluurt naar binnen. Binnen zitten vijftien guerrillastrijders dicht op elkaar aan kleine tafeltjes voor een groot schoolbord. Het zijn mobiele schoollokaaltjes van de overheid, waar de ex -strijders vakonderwijs krijgen, over de agrarische sector of het horecawezen.

Ex-strijders die al een bepaald niveau hebben kunnen in het weekend een universitaire opleiding volgen in de zone. Er komen dan professoren van verschillende universiteiten langs om les te geven. Tanja Nijmeijer coördineert dit. Ze legt contacten met universiteiten en onderzoekt de interessegebieden van de guerrillero’s.

„Bij de universiteiten is het enthousiasme groot. Zij snappen als geen ander dat als de guerrillero’s nu opgeleid worden, de kans op een succesvollere integratie in de maatschappij straks groter is.”

De FARC krijgt nu ook internationale hulp en aandacht. De Franse president François Hollande kwam langs, en onlangs bezocht minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders een transitiezone voor de FARC in het noorden.

DW interviewde Tanja Nijmeijer eind 2016 in het transitiekamp:

Het Nederlandse kadaster gaat helpen bij de herverdeling van land, een van de belangrijkste onderdelen van het vredesakkoord. Boeren kunnen straks met hun smartphones zelf de afbakening van hun kavels bepalen en met naburige boeren afspreken hoe de grenzen gaan lopen. „Nederlanders doen zoiets heel secuur en bedachtzaam, in tegenstelling tot Colombianen waar grondregistratie heel chaotisch en slecht gedocumenteerd is, met alle gevolgen van dien.”

Sinds de vredesonderhandelingen in Havana heeft Nijmeijer weer een sterkere band met Nederland. Haar ouders kwamen bij haar op bezoek in Havana.

„Mijn ouders hadden het idee dat ik heel dogmatisch was geworden in de FARC. Toen ze me na jaren zagen en we samen tijd doorbrachten, waren ze verrast dat ik nog steeds mijn humor heb.”

De eerste huizen buiten de tijdelijke zone zijn bijna klaar. Het moet een permanente FARC-nederzetting worden, waar ook andere bewoners zich kunnen vestigen. Nijmeijer bestudeert de huizen en klaagt dat ze te dicht op elkaar gebouwd zijn. „Vroeger in de jungle zat er veel meer ruimte tussen onze caleta’s (tenten, red). En had je even genoeg van de groep dan dook je het bos in, hier kan dat niet.”

Ze ziet zichzelf niet snel in een ‘huisje, boompje beestje’-leven, maar aan een vaste woonplek heeft ze inmiddels wel behoefte.

„Het liefst in Colombia, maar ik voel me een wereldburger. Er is bovendien zoveel aan de hand in de wereld. Kijk maar naar Amerika met Trump, of het groeiende racisme in Nederland. Er is genoeg om voor te strijden en dat is iets dat ik altijd zal blijven doen.”