Recensie

Publiek moet gissen naar wat De Jong en Opbrouck bedoelen

Theater Wilfried de Jong en Wim Opbrouck volgen hun eigen fantasieën over geiten, jazz en vleesetende herten bij NTGent. Maar hoe interessant is dat voor de toeschouwer?

Foto: Phile Deprez

Ze komen van ver, de twee vrije koningen; ze dalen af van bergtoppen en trekken dwars door braamstruiken. Nu spelen ze voor ons een associatieve, jazzy theatervoorstelling die We Free Kings heet, naar de LP uit 1961 van saxofonist Roland Kirk. Althans, dat moet het publiek gissen want Wilfried de Jong en Wim Opbrouck geven niets van hun bronnen prijs. In het begin sleept De Jong zijn medespeler als een dode koning over het toneel. De acteurs dragen kroontjes en zijn keurig in donkerblauw kostuum gekleed. Tegen de achtergrond een blauw opwaaiend gordijn. Op het voortoneel twee hakblokken met bijl, maar die staan daar voor niets.

Jazz

Daarna barst de jazz los met saxofoon (Archie Shepp), gitaar (Wes Montgomery), drums (Max Roach en de Belgische formatie Black Flower. Het mooiste is als de acteurs zonder een instrument de sax en drums nadoen, spelend met hun hele lichaam. Vooral de drumsolo is geweldig: met minimale vingerbewegingen zien we de sticks door de lucht vliegen, exact getimed.

Zo sterk als de jazz is, zo zwak is het tekstaandeel in We Free Kings. Het is alsof geen keuze is gemaakt in wat de performers willen vertellen. Een sketch gaat over geiten en geitenhoeden en hoe inviterend een geitenstaart zich beweegt. Daar zit een maatschappelijke connotatie aan, die Opbrouck subtiel aanstipt, maar te weinig om dramatisch te worden. Opeens zijn de spelers verkleed als herten die verrukt spreken over mensenbloed en het eten van mensenvlees. Hier volgt de particuliere fantasie ondoorgrondelijke wegen.

Hekkendans

De wonderbaarlijkste scène is die waarin de acteurs vanachter dranghekken een popheld toejuichen, begeleid door oorverdovende muziek. Vervolgens transformeren de zilverkleurige dranghekken tot danspartners. Het heeft iets aandoenlijks, deze bevrijdende hekkendans door twee volwassen mannen. Maar de jazz is ver weg, inmiddels, en het resultaat is een reeks vrije invallen. Voor de spelers zelf ongetwijfeld het allerfijnst, voor de toeschouwer beduidend minder interessant.