Recensie

Een moedige tocht langs fouten, gebreken en desillusies

Architectuur

De afgelopen jaren reisde architecte Marlies Rohmer langs haar gebouwen. Soms was de confrontatie pijnlijk.

Nieuwbouw in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt van Marlies Rohmer. Foto Marlies Rohmer Architects & Urbanists

Veel hedendaagse architecten zijn dol op glas. Je zou zeggen dat dit een erfenis is van de oude modernisten die droomden van een glazen architectuur. Maar volgens de (architectuur)journalisten Hilde de Haan en Jolanda Keesom is de reden dat ‘glas staat voor transparantie, de meest gebruikte metafoor voor betrouwbaarheid van de laatste decennia’. Behalve voor de vogels en mensen die er tegenaan botsen, is glas louter genieten, schrijven ze in een van hun langere artikelen in What Happened To My Buildings. Met Marlies Rohmer leren van 30 jaar architectuur. ‘Je hebt een prachtig uitzicht, kunt volgen wat er buiten gebeurt en profiteert optimaal van het daglicht. Bovendien kun je de hele wereld laten zien wat je doet of wat je biedt.’

Toch hebben bijna alle bewoners van de serre-woningen in Lelystad de geheel glazen gevels ‘dichtgezet’, zo ontdekte architecte Marlies Rohmer tijdens haar tocht langs de woningen, scholen en sport- en cultuurcentra die ze sinds de jaren tachtig heeft gebouwd in heel Nederland. ‘Voor bewoners van kleine woningen waar elke vierkante centimeter wordt benut, zijn zulke markante grote glazen puien niet praktisch’, is haar commentaar in What Happened To My Buildings, het met veel foto’s geïllustreerde verslag van een tocht langs haar gebouwen. Vreemd genoeg is haar conclusie niet dat ze bij kleine woningen voortaan dus beter kan afzien van het overvloedig gebruik van glas, maar dat ‘zonwering in het ontwerp moet worden geïntegreerd’, zodat de gevel niet wordt ontsierd door een ratjetoe van voorzieningen om het warme zonlicht buiten te houden.

Bestelbus

Vijf jaar geleden kocht Rohmer een bestelbus met het opschrift what happened to.. om van tijd tot tijd naar haar gebouwen te rijden om te zien hoe ze er bij staan en van de gebruikers te horen hoe het is om erin te wonen en te werken. Het was een bijzondere onderneming: meestal kijken architecten niet om naar hun verleden en werpen ze zich op hun volgende schepping, nadat ze hun zojuist voltooide gebouwen, het liefst zonder mensen, hebben laten fotograferen, zodat ze eeuwig glanzend voortleven in tijdschriften en jaarboeken.

De bezoeken aan haar oude gebouwen brachten tal van tekortkomingen aan het licht, die in korte commentaren zijn verwoord. Soms gaat het om constructies en materialen, zoals de verlijmde vurenhouten kozijnen in de serre-woningen die na vijftien jaar verrot bleken, en de doorzichtige daglichtkoepel in de Spectrumschool in Den Haag die zorgt voor een ‘enorme warmtelast’. Soms zijn het de ideeën van de architect of van de opdrachtgever die niet goed hebben uitgepakt. Zo blijken de bewoners van een bakstenen woningblok in de Transvaalbuurt in Den Haag geen behoefte te hebben aan het ‘verandagevoel’ dat Rohmer hun huizen had geprobeerd te geven met onder meer nissen bij de voordeur. Bij De Vijverschool in de Haagse vinexwijk Wateringse Veld was het idee om het basketbalveld op het dak van het gebouw buiten schooluren open te stellen voor buurtbewoners niet vruchtbaar: rondom de school bleek een groot hek geplaatst.

Rohmer verdient bewondering om haar moed om de confrontatie met haar oude werk aan te gaan. Maar het meeste commentaar op haar gebouwen levert ze zelf waarbij ze het soms niet kan laten om de gebreken of veranderingen te vergoelijken. ‘Het hek schept ook nieuwe kansen voor gebruik, omdat het beheer eenvoudiger is’, zegt ze bijvoorbeeld over de afsluiting van De Vijver. En als Smarties, de studentenflat met de veelkleurige pixelgevels in Utrecht, ronduit een ‘desillusie’ wordt genoemd, wil je daar meer over horen dan de vaststelling dat haar ideaal om ruimtes te creëren voor ‘spannende’ ontmoetingen tussen de bewoners niet is verwezenlijkt door de veiligheidseisen die tegenwoordig worden gesteld aan studentenhuisvesting. Ook over het moskeeverzamelgebouw De Verbinding in Amsterdam-Oost wil je na de opmerking dat dit een ‘hoofdpijndossier’ was voor de gemeente, meer weten dan de opmerking dat er bedrog is gepleegd om bouwsubsidies te krijgen. Zo blijft Rohmer in What Happened To My Buildings toch te veel de slager die haar eigen vlees keurt.