Opinie

Een goed idee voor de PvdA?

‘De laatste tijd nog leuke dingen gehoord van de PvdA?”, vroeg ik zo achteloos mogelijk aan mijn vrouw. „Hoezo?”, reageerde ze argwanend, want PvdA’ers hebben een dunne huid gekregen na het recente verkiezingsechec. „Ik hoor zo weinig”, zei ik, „jullie zijn toch nog niet opgeheven?” „Flauw hoor”, zei ze, en ze begon over een brief over vaderschapsverlof die ze onlangs van Asscher had gekregen.

Ik luisterde quasi geboeid, want ik heb voorlopig geen plannen om voor een dergelijk verlof in aanmerking te willen komen. Vervolgens liet ze me een oproep („Beste partijgenoot”) van prominent partijlid Paul Depla lezen, waarvan de beginzinnen luidden: „De PvdA als toekomstgerichte beweging die vanuit de samenleving werkt aan een sociale economie en een fatsoenlijke samenleving. Dat is de opdracht waar we nu voor staan na de verkiezingsuitslag van 15 maart.”

„Merkwaardige formulering”, peinsde ik hardop, „voor die opdracht stonden jullie toch ook al vóór 15 maart?” „Vang zo’n man nou niet op een paar woordjes”, snibde ze, „dat zijn van die typische columnistentrucjes.”

„En verder?”, vroeg ik voorzichtig. Bijna geestdriftig zei ze: „De PvdA wil nog dit jaar 200 miljoen extra investeren in de verpleeghuizen!” Ik knikte, iets minder geestdriftig. „Als jullie staatssecretaris Van Rijn dat een jaartje geleden had geregeld, zou dat jullie bij de verkiezingen minstens een zeteltje of tien hebben gescheeld.”

Ze bestreed het niet, viel me op, maar verlegde het gesprek naar de toekomst, wat ook wel past bij een lid van een „toekomstgerichte beweging die vanuit de samenleving werkt”. Ze wees me op een opvallend verhaal in De Telegraaf, waarin een aantal prominente VVD’ers grote vraagtekens zet bij een coalitie van de VVD met GroenLinks. Wiegel vreest lastenverzwaringen voor de middeninkomens en, vooral, „nivellering” – een woord dat voor iedere rechtgeaarde VVD’er voelt als een pistool op de weelderige borst.

Hans Wiegel en Frits Korthals Altes opperen zelfs dat het beter zou zijn als de PvdA aan de formatietafel GroenLinks vervangt. „Misschien kunnen ze over zes of zeven weken alsnog aanschuiven”, zegt Wiegel. „De PvdA kan zich als bestuurspartij laten zien”, vindt Korthals Altes.

„Wat vindt het geachte partijlid naast mij hiervan?”, vroeg ik gretig. Haar opzienbarende antwoord mag ik niemand onthouden. „Misschien is het helemaal niet zo’n slecht idee”, zei ze. „Want met negen zeteltjes in de oppositie – zie jij het zitten? Maar als de PvdA gaat meeregeren, kan ze ook profiteren van de mede dankzij haar verbeterde economie. En ze kan uitstekende, invloedrijke ministers leveren. Bij de VVD zijn ze dol op Dijsselbloem. Ook Pechtold zal het toejuichen. Maar dan wél scherpe eisen stellen aan VVD en CDA. Als die weigeren, zullen ze met hangende pootjes terug moeten naar GroenLinks. Zie jij dat gebeuren?”

In eerste instantie moest ik even huiveren van deze bijna machiavellistische gedachtegang, die ik niet van haar had verwacht, maar bij nader inzien moest ik toegeven dat ze „misschien wel een punt had”, zoals we tegenwoordig controversiële ideeën omschrijven. Als ik Asscher was – wat God én mijn vrouw zullen verhoeden – zou ik het minstens zo serieus nemen als de toekomstgerichte plannen van Paul Depla.