Deel homo’s past gedrag op straat aan

Onderzoek

Ondanks incidenten blijft Amsterdam een stad waar homo’s zich veilig voelen. LHBTI’ers geven een 7,8 voor hun veiligheidsgevoel.

Om zich veiliger te voelen lopen homo’ s bijvoorbeeld niet hand in hand. Foto Patrick Post/HH

GeenStijl wist gelijk waar het aan lag. „Tipje voor LHBTI’ers. Blijf weg uit DENK-getto’s”, schreef de website. Aanleiding was de rapportage over een buurtveiligheidsonderzoek dat het Amsterdam PinkPanel (APP) had uitgevoerd onder zijn leden. Hieruit bleek dat de ondervraagde lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en de intersekse (LHBTI) hun veiligheidsgevoel in Amsterdam-Zuid een 8,6 gaven, en in Nieuw-West – de DENK-getto’s van GeenStijl – een 7,2. Amsterdam kreeg gemiddeld van de eigen bewoners een 7,8. Niet-Amsterdamse leden van het APP gaven hun woonplaats gemiddeld een 8,1.

Het APP is een samenwerking tussen het COC Amsterdam en het Onderzoeksinstituut Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. Het heeft 1.400 leden en houdt jaarlijks een enquête naar hun veiligheidsgevoel. De uitkomsten over 2016 wijken nauwelijks af van die over 2014 en 2015: toen kreeg Amsterdam een 7,6.

„Op zich prima”, zegt Peter de Ruijter, voorzitter van het COC, opdrachtgever van het onderzoek. „Het cijfer is stabiel en redelijk hoog.”

Hij wijst er wel op dat mensen die zelf een onveilige situatie hebben meegemaakt – net als in 2015 een kwart van de ondervraagden; homo’s en transgenders beduidend vaker dan lesbiennes – de veiligheid een lager cijfer geven. Waarbij ‘onveilige situatie’ volgens het rapport loopt van uitgescholden worden of een „vijandige sfeer” ervaren (meer dan 160 keer genoemd) tot aan geslagen of geschopt worden (minder dan vijf keer genoemd). Op weg naar huis na het uitgaan is het ’t vaakst onveilig.

Nuance

De aandacht voor homogeweld van de laatste maanden, met geweldsincidenten in Arnhem en Amsterdam, riep een beeld op van wijken waar niet-hetero’s zich niet durven te uiten, bijvoorbeeld door hand in hand te lopen. De enquête nuanceert dat beeld. Ja, er zijn LHBTI’ers die hun gedrag aanpassen om onveilige situaties te voorkomen – voor de onderzoekers de belangrijkste uitkomst uit het rapport. De meest genoemde aanpassingen waren: ‘omlopen als ik een onveilige situatie zie’, ‘onveilige plekken vermijden’ en ‘proberen in een veilige buurt te wonen’. Dit waren op een schaal van 1 tot 10 de enige drie aanpassingen die meer dan een 5 scoorden. ‘Ik draag wapens’ of ‘ik zit op een vechtsport’ werden het minst genoemd.

Opvallend: de suggestie ‘Plekken vermijden waar alleen allochtonen komen’ kreeg van mensen die eerder een onveilige situatie hadden meegemaakt, een veel hoger cijfer dan de mensen die dat niet hadden meegemaakt (4,5 tegen 3). Daaruit zou je kunnen concluderen dat etnische achtergrond wel een rol speelt bij de mate van acceptatie en tolerantie.

Link met diversiteit

De Ruijter is omzichtig. Ja, „het heeft een link met diversiteit”. Maar hij wil zeker niet de suggestie wekken dat „iedere moslim een probleem met homo’s heeft”. Volgens hem komt „het emancipatieproces absoluut op gang”, en hij zegt erbij dat uit eerder onderzoek blijkt dat in Amsterdam weliswaar de acceptatie onder moslimjongeren geringer is, maar dat hogere intolerantie buiten Amsterdam ook in christelijke gemeenschappen vaker voorkomt.

Hogere intolerantie komt buiten Amsterdam ook in christelijke gemeenschappen vaker voor

In de ‘Roze Agenda’, het document voor LHBTI-beleid, onderstreept het college van burgemeester en wethouders dat Amsterdam een gay destination is en wil blijven. Is die status in gevaar? Ook hier nuance bij De Ruijter. Ofschoon er „dingen gebeuren rond het uitgaan” en ondanks het aangepaste gedrag blijft er „toch een grote tolerantie voor zichtbaarheid van LHBTI’ers in Amsterdam”.