De koning mag wel wat vragen maar niet meedoen

Analyse

Sinds 2012 staat de koning bij kabinetsformaties buitenspel. Hij wordt alleen bijgepraat als de Tweede Kamer het wil. Werkt de nieuwe formule?

Robin van Lonkhuijsen / ANP

Geen politici meer die, gadegeslagen door publiek achter de hekken, de trap van Paleis Noordeinde bestijgen. Geen langzaam openzwaaiende deuren met een minzaam glimlachende lakei.

Kabinetsformaties hebben sinds 2012 hun attractiewaarde verloren voor dagjesmensen bij het Haagse werkpaleis van de koning. In dat jaar besloten politici op het Binnenhof te blijven om daar, na de verkiezingen, hun eigen boontjes te doppen. Werd vroeger het staatshoofd na de verkiezingen gevraagd een kabinets-(in)formateur aan te wijzen (op basis van adviezen van fractieleiders), sinds 2012 wijst de Tweede Kamer die zelf aan na een openbaar debat.

Als er iets is dat politici moeten kunnen in een democratie, is het zelf voor een transparante overdracht van de macht zorgen, zo was de gedachte. Dat is beter dan „met hangende pootjes naar de koningin”, zoals D66-leider Van Mierlo het in de jaren zeventig eens formuleerde.

Op voorstel van datzelfde D66 stelde de Tweede Kamer vanaf 2012 haar eigen kabinets-(in)formateur aan, zo werd via een eenvoudige wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer vastgelegd. Destijds was dat Henk Kamp (VVD). Nu is het Edith Schippers (eveneens VVD).

Lees de resultaten van ons lezersonderzoek naar dit thema: Lezers tevreden met kleinere rol koning bij kabinetsformatie

De vorst wordt achter gesloten deuren zo nu en dan bijgepraat. Vaste regels voor deze informatievoorziening zijn er niet. Het gebeurt naar goeddunken van Tweede Kamer of kabinetsinformateur. In de huidige formatie was dat twee keer het geval: een keer door Kamervoorzitter Khadija Arib, twee weken na de verkiezingen (28 maart), en door Edith Schippers na haar eerste verkenningsronde op 6 april. Of de koning zijn bezoekers een boodschap meegaf voor de onderhandelaars op het Binnenhof, is onbekend.

Ben ik soms incompetent?, vroeg Beatrix zich af naar aanleiding van de wijziging

Leuk is anders, vonden de Oranjes, maar ze accepteerden de nieuwe opzet wel. „Ben ik soms incompetent?”, vroeg Beatrix zich af naar aanleiding van de wijziging, aldus haar biograaf Jutta Chorus. Hoe de huidige vorst over de nieuwe procedure denkt, is minder duidelijk. In 1993 als kroonprins, zei hij: „Meer franje, minder inhoud zou ik jammer vinden”, waarschijnlijk mede doelend op de betrokkenheid van het staatshoofd bij de kabinetsformatie. Twintig jaar later, vlak voor de troonswisseling in 2013, drukte hij zich anders uit. „Ik accepteer alles, als het parlement het volgens de regels van de Grondwet heeft beslist”, zei hij toen.

Speculaties

Thom de Graaf was in 2000 de eerste politicus die voorstellen uitwerkte om de rol van het staatshoofd in de kabinetsformatie te schrappen. De toenmalige fractievoorzitter van D66 zei toen: „Als het staatshoofd niet langer direct betrokken is bij het politieke circuit, ontvalt de grond voor speculaties over invloed achter de schermen en ongecontroleerde macht.”

Die speculaties waren er in de periode-Beatrix (1980-2013) een aantal keren geweest. Zo had de vorstin in 1981 toenmalig CDA-leider Dries van Agt opgescheept met een door hem ongewenste kabinetsinformateur. Naar verluidt probeerde de vorstin hier mee een kabinet met de PvdA te forceren. In 1994 ging kabinetsinformateur Wim Kok (PvdA) na raadpleging van de koningin plotseling een regeerprogram schrijven, zonder dat de andere fractieleiders daarom hadden gevraagd. Het moest, zo werd gefluisterd, de door de koningin gewenste paarse combinatie van PvdA, VVD en D66 dichterbij brengen. En in 2010 dook ineens Ruud Lubbers (CDA) op als kabinetsinformateur, een goede bekende van de koningin.

Ik vond dat het staatshoofd onnodig in de positie werd gebracht dat zulke speculaties überhaupt konden ontstaan

Waren dat genoeg incidenten om het schrappen van het staatshoofd uit de kabinetsformatie te rechtvaardigen? „Het ging mij destijds niet om getal of hoeveelheid”, antwoordt De Graaf, tegenwoordig fractievoorzitter van D66 in de Eerste Kamer. „Het was allemaal gewoon niet nodig. Ik vond dat het staatshoofd onnodig in de positie werd gebracht dat zulke speculaties überhaupt konden ontstaan. Doordat de buitenwereld niet wist wat er in het paleis gebeurde, kwamen er snel speculaties als er iets onverwachts gebeurde. Die waren schadelijk voor positie en aanzien van het koningshuis dat boven de partijen moet staan. Je kunt dat heel eenvoudig voorkomen door het koningschap buiten de kabinetsformatie te brengen.”

De Graaf is dan ook positief gestemd over de nieuwe procedure. „De kabinetsformatie is nu minder een black box”, zegt hij. „Er wordt meer verantwoording afgelegd in debatten, en politici kunnen zich niet meer verschuilen achter de brede rug van koning of koningin, zoals vroeger soms gebeurde.”

Wel vindt De Graaf dat politici actief de koning moeten blijven informeren. „In dat opzicht moet hij echt het volle pond krijgen.” Als staatshoofd heeft hij immers nog steeds het constitutioneel recht om geïnformeerd te worden en te kunnen adviseren en waarschuwen. „Als de Koning meent dat hij in die rechten wordt beknot, kan hij zelf actief meer informatie inwinnen, bijvoorbeeld bij de Kamervoorzitter of kabinetsinformateur”, aldus De Graaf. „Als zoiets gebeurt, moeten wij niet meteen bang zijn dat de koning zich ergens mee wil bemoeien.”

Weerbare democratie

Niet iedereen is overtuigd van de juistheid van de nieuwe aanpak. De jonge constitutioneel denker Bastiaan Rijpkema – bekend van zijn veelgeprezen werk Weerbare democratie– zet kritische kanttekeningen. „Wat politici in feite tegen de Koning zeggen is: ‘U bent wel deel van onze regering, maar u mag niet meedoen met de vorming ervan’, aldus Rijpkema. „U moet straks wel onze ministers benoemen, en onze wetten tekenen, maar u bent niet betrokken bij de procedure die daaraan ten grondslag ligt.” Rijpkema vindt dat „geen zorgvuldige omgang met onze Koning”. Hij zegt: „Wees dan consequent en plaats de Koning buiten de regering, iets waarvan ik zelf overigens een voorstander ben.”

Lees onze selectie uit de lezersbrieven over dit thema: Dit zeggen onze lezers over de ‘koning-loze’ kabinetsformatie

Zo’n keuze maakt het koningschap duurzamer. Belangrijk, zegt Rijpkema, want ook een ceremonieel koningschap kan een wezenlijke rol in onze democratie vervullen. „Zoveel samenbindende elementen heeft een democratische gemeenschap namelijk niet. Die worden je door de geschiedenis gegeven. Bij ons is de Koning een belangrijke verbindende factor. Dat is iets om zuinig op te zijn.”

Een weerbare democratie waarborgt een zo transparant mogelijke machtsoverdracht, zoals sinds 2012 gebeurt. „Maar”, zegt Rijpkema, „om dit cruciale democratische moment te markeren, kan het geen kwaad om de Koning als ‘ceremoniemeester’, als uitvoerder van democratische regels, meer dan nu zichtbaar te maken. Hoe je dat doet is een tweede. Maar nu duikt ons staatshoofd pas aan het einde op, bij de openbare beëdiging van de ministers. Dat is te laat.”

Ter illustratie van de transparante cultuur nu versus de gesloten kabinetsformatie in het verleden:

2017, Jesse Klaver geeft via Twitter een kijkje in de keuken

2010, Mark Rutte staat journalisten kort te woord