De EU moet Hongarijes glijvlucht naar autocratie stoppen

De EU wordt tot het uiterste op de proef gesteld met de sluiting van de Central European University, in Hongarije. In de nieuwe Europa-column betogen Ton van den Brink en Anna Gerbrandy dat de ‘nucleaire optie’ overwogen moet worden.

Oproerpolitie blokkeert een demonstratie van studenten en docenten van de Centraal-Europese Universiteit in Boedapest. Foto Attila Kisbenedek/AFP

De Centraal-Europese Universiteit (CEU) is voor de Hongaarse regering de zoveelste bedreiging van de nationale identiteit. Zij moet dus sluiten. Hoe kan het toch dat een land dat vol overtuiging voor het EU-lidmaatschap heeft gekozen zijn middelvinger opsteekt naar EU-waarden en er nog mee wegkomt ook? Moet de EU hier niet optreden?

Het gaat immers niet om één keer, maar om een reeks verontrustende maatregelen: de regering Orban probeerde al de onafhankelijkheid van rechters, de centrale bank en de media aan te tasten en heeft mensenrechten geschonden door vluchtelingen op te sluiten en minderheden (zoals de Roma) te discrimineren. De Hongaarse rechtsstaat is veranderd in een autoritaire staat en de regering doet geen enkele moeite om de ramkoers richting ‘Brussel’ zelfs maar te maskeren.

Tegenwicht

De EU heeft een zware verantwoordelijkheid. Nu alle interne tegenmachten zijn verdwenen of ernstig verzwakt, is de EU immers één van de weinig overgebleven krachten die nog tegenwicht kan bieden aan de Hongaarse regering. Het EU-lidmaatschap als laatste waarborg voor de Hongaarse rechtsstaat.

Ook de geloofwaardigheid van de EU zelf staat op het spel. Wat is de EU waard als ze onmachtig is om de waarden waarop ze is gebouwd af te dwingen? Het is schrijnend dat nu juist de CEU, de beste universiteit van het land, wordt bedreigd. In lijn met de filosofie van haar oprichter, filantroop George Soros, is haar missie het verdedigen van een vrije en open samenleving. De academische vrijheid en de waarde van objectieve kennis is daar een onmiskenbaar onderdeel van. Eurocommissaris Timmermans, vice-voorzitter van de Europese Commissie en verantwoordelijk voor de rechtsstaat, verwees dan ook naar diezelfde waarden van vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat in zijn veroordeling van de Hongaarse wet.

Boetes

Het is de vraag of de Europese Unie de instrumenten én de wil heeft om op te treden. De Commissie kan een zogenoemde inbreukprocedure starten en het Europese Hof van Justitie verzoeken om Hongarije te veroordelen. Het Hof kan ook boetes opleggen. Dit is een standaardprocedure die vooral wordt ingezet als landen allerhande Europese wetgeving niet hebben geïmplementeerd. Aantasting van fundamentele rechtsstatelijke waarden is – meestal – niet aan de orde. Het is de vraag of dit instrument wel het gewicht heeft dat past bij de situatie. We hebben het immers niet over technische regels als afschaffing van roamingtarieven of eisen aan stopcontacten. Daar komt bij dat de inbreukprocedure lang duurt. Voordat er een uitspraak is zijn we zomaar jaren verder. Toch zal de Commissie deze optie als onderdeel van een breder palet aan maatregelen moeten inzetten, ook al heeft zij vooralsnog weinig daadkracht vertoond op dit punt.

Zwakker

Sinds een paar jaar is er een zogenoemd ‘rechtsstaatsmechanisme’ waarin de Commissie rechtsstatelijke ontwikkelingen in de lidstaten kan monitoren. De follow-up daarvan is echter beperkt. Het zou uitermate geschikt zijn om Hongarije aan te pakken, maar de Commissie staat in de uiteindelijke handhaving zwakker dan bij een inbreukprocedure. En die is toch voor lichtere ‘vergrijpen’ bedoeld. Het Europees Parlement heeft daarom voorgesteld dit mechanisme te versterken, maar zover is het nog niet.

Dan is er nog de zogenoemde ‘nucleaire’ optie. Een lidstaat kan tot B-lidstaat worden gedegradeerd bij een ‘systematische schending’ van de waarden waarop de EU is gebaseerd. Zelfs het stemrecht kan worden ontnomen.

Tot nu toe is dat nooit gebeurd, maar in het geval van Hongarije is er zelfs nog niet mee gedreigd (in tegenstelling tot Polen). Deze optie is echter onvermijdelijk. De Europese Unie heeft zich immers van een economisch samenwerkingsverband getransformeerd tot een waardengemeenschap. Dát expliciet bevestigen is des te belangrijker in een tijd waarin het moreel leiderschap  van het ‘vrije westen’ van andere economische grootmachten ter discussie staat. Zo wordt ook in juridische zin duidelijk dat de handelingen van Hongarije onacceptabel zijn en dat de Europese Unie staat voor verdediging van vrijheid, inclusief de vrijheid van het naar voren brengen van afwijkende meningen, onwelgevallige opinies en wetenschappelijke output waarin democratie en vrijheid expliciet als wenselijke waarden worden benoemd.

De instrumenten zijn er. Nu nog de politieke wil ze daadwerkelijk in te zetten. Pappen en nathouden werkt niet. Natuurlijk speelt de angst om eurosceptische krachten aan te wakkeren een rol. Maar de echte reden voor euroscepsis is een EU die zijn eigen waarden niet verdedigt en een autocratie in zijn midden geen strobreed in de weg legt.

De Europa-column wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht, en verschijnt eens per twee weken. Ton van den Brink is universitair hoofddocent Europees Recht. Anna Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht.