Kunstenaar Seth Price verwerkt het internet

Digitale cultuur De Amerikaan Seth Price maakt kunst door hergebruik van het ‘massa-archief’ dat internet is.

Alle denkbare beelden bestaan al en via internet zijn ze voor iedereen beschikbaar. Wat staat een kunstenaar dan nog te doen? Wat kan nog de betekenis zijn van kunst? Dit: laten zien hoe beelden gemanipuleerd worden en op hun beurt de kijker manipuleren, hoe ze reizen door de geschiedenis heen en – zich verplaatsend van de ene context naar de andere – steeds van betekenis veranderen. Het is allemaal een kwestie van circulatie en (her-)distributie. Dat de kunst aan die beelden betekenis zou kunnen geven, aan zou kunnen zetten tot kritische reflectie op de mallemolen van de onophoudelijke beeldconsumptie en er weerstand tegen zou kunnen bieden, is een utopische gedachte. Maar is de drijfveer van kunstenaars niet altijd utopisch geweest, met alle hoop en vergeefsheid van dien?

Dit, in het kort, betoogt de Amerikaanse kunstenaar Seth Price (1973) in het essay ‘Dispersion’ (2002) en dit is wat hij zichtbaar maakt in zijn kunstpraktijk. Een voorbeeld is Mylar, een serie sculpturen (2005-’08) gemaakt van de transparante folie die gebruikt wordt om boeken te beschermen. Op de folie heeft hij beelden afgedrukt van de onthoofding van Daniel Pearl, afkomstig uit de jihadistische onthoofdingsvideo (2002). Dit beladen document circuleert nog steeds op internet, niettegenstaande pogingen van de FBI om het te verwijderen. Het beeld van het hoofd is korrelig en nauwelijks herkenbaar, de folie is verfrommeld, gevouwen, verscheurd, hangt aan de muur of ligt op de grond: de sculpturen nemen bij iedere expositie andere gedaanten aan.

Price hanteert geen camera, gebruikt geen decors, geen acteurs, het werk wordt op de computer gemaakt.

Goliath

Op zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum laat Price naast Mylar het beroemde schilderij van Caravaggio David en Goliath (1610) zien. De afbeelding van het schilderij is in verschillende varianten gedownload van internet en afgedrukt op het bij aquarelschilders geliefde Arches-papier. Het afgehakte hoofd van Goliath is een zelfportret van de schilder, de vertwijfelde gezichtsuitdrukking van David maakt de rolverdeling van dader en slachtoffer dubbelzinnig.

Ook draait in deze zaal Untitled Film/Right, een 16mm-film (in een loop van 11,36 minuten) van een reusachtige, aanzwellende en afnemende oceanische golf, een clip gevonden op internet. De kleuren verlopen van loodgrijs naar synthetisch roze en oranje en worden dan vrijwel doorzichtig, de golf is een artificiële zinsbegoocheling. De eeuwige golvende beweging, natuurlijk en artificieel tegelijk, is hypnotiserend en dreigend, subliem en onmenselijk.

Algoritmen

Price, opgeleid als literatuurwetenschapper en politicoloog, werd aan het einde van de jaren negentig in de hedendaagse kunst ingewijd als technisch assistent bij het video- en mediakunst distributieplatform Electronic Arts Intermix. Hij werkte daar met kunstenaars als Dan Graham, Martha Rosler en Joan Jonas. Zelf produceert hij geen video- of media-kunst, al mag zijn werk er zo uitzien. Price hanteert geen camera, gebruikt geen decors, geen acteurs, het werk wordt op de computer gemaakt. Door Price ontwikkelde algoritmen genereren het beeldmateriaal dat met behulp van digitale grafische programma’s wordt bewerkt. Het onbeheersbare ‘massa-archief’ van internet is zijn medium.

Een ‘massa-archief’ is in tegenspraak met het gebruikelijke idee van een archief, waarbij immers een ‘archon’ waakt over de toegang tot het archief en bepaalt wat gearchiveerd wordt. Daarom is, volgens Price, de belangrijkste taak van de kunstenaar: het verpakken, reproduceren, her-kaderen en distribueren van bestaand digitaal beeldmateriaal. Het hergebruiken van bestaand materiaal is natuurlijk niet nieuw in de kunst. Het begon met het urinoir van Marcel Duchamp (1917). Vanaf de jaren vijftig kennen we het samplen van muziek, in de jaren zeventig maakte het kunsttijdschrift Aspen uitverkochte gedrukte kunstwerken, printed matter, opnieuw beschikbaar en vanaf de jaren tachtig nam ‘appropriation art’ een hoge vlucht. Bij Price is de verpakking zelf de methode geworden. Zijn kunstpraktijk is een nabootsing van de belevenis-economie. Het is net als geld maken met geld, schreef kunstcriticus Bettina Funcke, het is een systeem gebouwd op de eigen circulatie in plaats van op arbeid of op de vervaardiging van producten.

Knotpaintings

Bij verpakking draait het om het materiaal, en omdat internetbeelden zelf vormloos zijn, kunnen de werken van Price in ieder denkbaar materiaal worden gemaakt. Zo is er de serie Different Kinds of Art met afdrukken van lichaamsdelen als een vuist, in goudkleurig vacuüm gezogen polystyreen. Op de titelkaartjes bij de werken staan wonderlijke beschrijvingen: ‘Olijfessen en sequoia gelamineerd op acryl’, ‘Uitgeharde inkjet inkt op aluminium composiet’, ‘zeefdrukinkt op polystyreen en PET vacuüm getrokken over geknoopt touw, negen delen’. Voor de Knotpaintings (2009-’12) heeft Price ook, voor het eerst, verf gebruikt. Geknoopte touwen hangen achter een vacuüm getrokken laag van met verf bespoten plastic. Ze zijn een afdruk van touwen, in reliëf, maar komen er ook onderuit, ze zijn tegelijk echt en virtueel. Dit zijn schilderijen en ook weer niet ((k)not paintings).

Als het om de verpakking zelf gaat kan die verpakking net zo goed leeg zijn. Enveloppen zijn er in vele gedaanten bij Price: als grote slappe objecten van textiel die doen denken aan slaapzakken of body bags, met ritsen en een bedrukte binnen- en effen buitenkant. Ook kleding is een enveloppe. Op Documenta 13 in Kassel presenteerde Price een kledinglijn bestaande uit bomberjacks, trenchcoats en militaire broeken, kledingstukken die een lange geschiedenis hebben sinds ze in de Eerste Wereldoorlog waren ontworpen. Ze werden als sculpturen tentoongesteld en waren ook als kledingstukken te koop in de Documenta-winkel.

De meest recente werken tonen huid, van dieren en van mensen. In het trappenhuis van het Stedelijk wordt Social Synth geprojecteerd. Om dit werk te maken liet Price een robotcamera gedurende zes uur langs de huid van een inktvis bewegen. De robot nam 10.000 foto’s, die door Price bewerkt zijn met technologie waarmee satellietkaarten worden geproduceerd. Net als bij de film van de golf zijn het natuurlijke en kunstmatige hier volkomen met elkaar verweven. Gekleurde bulten, plooien en kraters bewegen langzaam over het plafond. Kunstwerken, niet alleen die van Price maar in het algemeen, brengen vertraging teweeg, ze gaan over geconcentreerd kijken. Maar waar kijken we hier naar? Naar welk moment in de tijd, welke materie, waarvan zijn deze beelden de weerslag, waar verwijzen ze naar? Price zet onze problematische verhouding met de omringende wereld in het digitale tijdperk volkomen op scherp.