SER: kunstenaars werken veel voor heel weinig geld

Kunstenaar en arbeidsmarkt

Uit passie werken veel kunstenaars voor te weinig geld, constateert de Sociaal-Economische Raad (SER). Eén oplossing is er niet.

Foto Koen van Weel/ANP

De arbeidsmarktpositie van kunstenaars is beroerd. Die conclusie was vorig jaar wel helder na een eerste verkenning van de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur. Maar hoe de slechte beloning, onderhandelingspositie en werkgelegenheid van werknemers en zzp-ers in de culturele sector verbeterd kunnen worden, laat zich veel minder makkelijk samenvatten. Er is niet één snelle oplossing, blijkt uit het advies dat de twee adviesraden vrijdag gezamenlijk uitbrengen.

Oplossingsrichtingen

Opvallendste voorstellen in dat advies: Er moeten meer richtlijnen voor honoraria voor culturele makers komen zoals de richtlijn voor beeldend kunstenaars die eerder dit jaar door musea en belangenorganisaties van kunstenaars is afgesproken. Ook pleiten de raden voor een nieuwe code voor goed werkgever- en opdrachtgeverschap die ervoor moet zorgen dat kunstenaars beter betaald worden. Overheden zouden in hun voorwaarden voor subsidiëring van culturele instellingen naleving van die code als voorwaarde moeten stellen.

Illustratie Paul Steenhuis

De raden hebben het zelf over vier ‘oplossingsrichtingen’: verbetering van het verdienvermogen, scholing, inkomenszekerheid en een verbetering van de sociale dialoog. Zo zouden werknemers en zzp-ers in de culturele sector meer tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. „In de culturele wereld zijn mensen zo gepassioneerd dat ze bereid zijn voor bijna niets te werken. Dat is nergens zo extreem”, zegt voorzitter Mariëtte Hamer van de SER. „Daardoor werkt de markt van vraag en aanbod niet goed. En moeten werkgevers, werknemers en overheden samen maatregelen treffen.”

In cultuursector is 40% zzp-er

Daarbij helpt het dat werkgevers en vakbonden samen de adviesaanvraag hebben gedaan, een primeur. De SER ziet dit eerste advies dat ze voor een specifieke sector bovendien als een voorbeeld van maatwerk, dat de raad vaker wil leveren. Hamer: „De culturele sector is qua arbeidsmarkt een voorloper op het gebied van flexibilisering. Meer dan 40 procent van de werkenden is zzp’er en relatief veel werknemers hebben een tijdelijk dienstverband. Het is daarom goed om in deze sector te kijken hoe een aantal maatregelen uitpakt.”

Het bijzondere karakter van de culturele sector zorgt er ook voor dat de raden pleiten voor uitzonderingen. „De overheid moet toestaan dat in de culturele sector oplossingen worden toegelaten, zonder dat ze gevolgen hebben voor alle zzp-ers”, zegt Marijke van Hees, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Zo willen de raden dat culturele zzp-ers voortaan gezamenlijk mogen onderhandelen over tarieven. Met het huidige mededingingsrecht is dit niet mogelijk, want dat is er op gericht consumenten te beschermen tegen hoge prijzen. „In de culturele sector gaat het echter niet om de prijzen voor de consument, daar staan juist de tarieven van de werkenden onder druk”, zegt Hamer.

Lees ook dit opiniestuk van directeur van het Mondriaan Fonds Birgit Donker uit 2016: Iedereen krijgt betaald – behalve de kunstenaar

Maar hogere tarieven zullen wel moeten worden opgebracht, en dat is sinds de economische crisis en de bezuinigingen lastig geworden. Vooral omdat iedereen het aanbod op peil probeert te houden. Uitholling van de culturele sector dreig als de inkomsten niet stijgen, waarschuwen de raden dan ook.

Er moet geld bij

Moeten de subsidies daarom weer omhoog? Hamer: „Het is niet onze taak om daar uitspraken over te doen. Er moet geld bij, en dat kan op twee manieren. Met privaat en met publiek geld. Het is wel belangrijk dat we als samenleving bedenken wat onze cultuur ons waard is. En daarvoor ook regelingen aanpassen.”

Mogelijkheden om meer geld uit de markt te halen zien de raden onder andere in betere handhaving van het auteursrecht, zodat meer geld bij de makers terechtkomt. „Ook zien we dat de arbeidsmarkt snel verandert en er veel kansen zijn voor creatieve mensen in bedrijven”, zegt Hamer. „Maar er is nog weinig aansluiting tussen bedrijven die behoefte hebben aan creatieve input en de wereld van kunstenaars.”

Kunstenaar is ook ondernemer

Wordt kunst dan toch weer instrumenteel ingezet? Van Hees denkt van niet. „De waarde van kunst zit hem in de intrinsieke waarde. Als je als kunstenaar daar je geld mee kunt verdienen, dan moet je dat zeker doen. Maar als dat niet voor je is weggelegd, dan zul je een markt moeten vinden. En dat geldt voor veel beginnend kunstenaars. Dat moeten we niet verloochenen.”

Als ‘ultimum remedium’ zou voor de cultuursector een wettelijk minimumtarief vastgesteld kunnen worden, dat opdrachtgevers verplicht zijn te betalen. SER en Raad voor Cultuur stellen dat de mogelijkheden voor zo’n minimumtarief onderzocht moeten worden. Maar Hamer en Van Hees willen daar geen haast mee maken. Hamer: „Dit is geen vrijblijvend advies, er moet wel iets gebeuren. Het mag maatschappelijk niet acceptabel zijn dat mensen zo veel werken voor zo weinig.”

Van Hees: „ Het ligt ook bij de kunstenaar zelf. Als je een werk gaat maken waar je de grondstoffen nog niet eens voor betaald krijgt, dan neem je jezelf niet serieus. De kosten die je maakt moeten ook tot uitdrukking komen in de prijsstelling. Je bent als kunstenaar ook een ondernemer die zijn calculaties zal moeten maken.”